Search Header Logo
Woordvolgorde in zinnen

Woordvolgorde in zinnen

Assessment

Presentation

World Languages

KG - 12th Grade

Practice Problem

Hard

Created by

Maaike Hubee

Used 2+ times

FREE Resource

7 Slides • 6 Questions

1

Woordvolgorde in zinnen

by Maaike Hubee

2

​De stukjes zin

Onderwerp

Persoonsvorm/werkwoord 1

Rest

  • ​tijd

  • ​plaats

  • ​manier waarop

3

​Een simpele zin:

Het meisje loopt naar school.

De jongen fietst elke dag.

4

Multiple Choice

Wat is een goede zin?

1

De man en de vrouw eten een appel.

2

De man eten een appel en de vrouw.

3

De man en de vrouw een appel eten.

4

De man eten en de de vrouw een appel.

5

​Een zin met meer werkwoorden

onderwerp persoonsvorm/werkwoord 1 rest andere werkwoorden

De kinderen willen in het park gaan spelen.

6

Fill in the Blanks

Type answer...

7

Multiple Choice

Wat is een goede zin?

1

Mijn ouders willen een blauwe Maserati kopen.

2

Mijn ouders een blauwe Maserati willen kopen.

3

Mijn ouders willen kopen een blauwe Maserati.

8

De rest (tijd - manier - plaats)

Tijd -> voor: manier/plaats

Het meisje loopt elke dag met haar vriendinnen van huis naar school.

De jongen wil op maandag met de auto naar school gaan.

9

Multiple Choice

Wat is een goede zin?

1

Mijn vriendin leest in haar boek elke avond.

2

Mijn vriendin leest elke avond in haar boek.

3

Mijn vriendin elke avond in haar boek leest.

4

Mijn vriendin in haar boek leest elke avond.

10

​Een zin die begint met 'rest' (tijd/manier/plaats)

  • Vandaag koop ik mijn lunch in de kantine.

  • Mijn lunch koop ik vandaag in de kantine.

  • In de kantine koop ik vandaag mijn lunch.

  • Soms wil ik mijn lunch in de kantine kopen.

11

Multiple Choice

Wat is een goede zin?

1

Morgen ik ga bij een vriend op bezoek.

2

Morgen ik bij een vriend op bezoek ga.

3

Morgen ga ik bij een vriend op bezoek.

12

Multiple Choice

Wat is een goede zin?

1

Op zondag voetbal ik met mijn vrienden en met mijn team voetbal ik op donderdagavond.

2

Op zondag ik voetbal met mijn vrienden en voetbal ik op donderdagavond met mijn team.

3

Op zondag voetbal ik met mijn vrienden en met mijn team ik voetbal op donderdagavond.

4

Op zondag ik voetbal met mijn vrienden en voetbal ik met mijn team op donderdagavond.

13

​Vragen?

Woordvolgorde in zinnen

by Maaike Hubee

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 13

SLIDE