
Woordvorm en woordbetekenis
Presentation
•
Other
•
5th - 6th Grade
•
Hard
PH LEFIEF
FREE Resource
27 Slides • 40 Questions
1
Woordvorm en woordbetekenis
By PH LEFIEF
Hoofdstuk 30, p. 227
2
3
René Magritte: een Belgisch surrealistisch kunstschilder.
Geboren | 21 november | |
Overleden | 15 augustus | |
René Magritte werkte in eerste instantie als ontwerper bij een behangfabriek.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog vervalste Magritte kunst om in zijn levensonderhoud te voorzien.
4
5
6
Multiple Choice
Wat kan René Magritte met zijn bekende schilderij bedoeld hebben?
dat de werkelijkheid misschien niet is zoals wij ze ervaren met onze zintuigen
dat er ook andere woorden bestaan voor 'pijp'
dat het niet echt is, dat het slechts een afbeelding is van een werkelijkheid
hij wilde tot reflecteren aanzetten over taalgebruik
7
8
Multiple Choice
Wat wil Peter Bichel, de auteur van deze tekst duidelijk maken?
We moeten creatiever zijn en onze eigen taal uitvinden.
De benaming van de dingen is toevallig. Wanneer je ze anders benoemt, veranderen de eigenschappen niet.
Je hoeft niet slaafs zomaar alles te aanvaarden.
9
10
11
groen kader p. 228
12
Is taal een speling van het lot? Puur toeval?
13
Hou zou je vragen naar een notenkraker in een land waar je de taal niet kent?
14
Woorden waarmee je een beroep doet op het gehoor van je lezers, heten onomatopeeën. Het zijn werkwoorden of zelfstandige naamwoorden die niet alleen handelingen beschrijven, maar ook de bijbehorende geluiden nabootsen door hun klank. Voorbeelden zijn: knerpen, zwiepen, kreunen, steunen, rinkelen, kraken, zoemen en toeteren.
Geluidsnabootsing
15
Oefening 3 p. 228. Deze oefening 'besnuffelen' we even maar maken we niet af....
16
Fill in the Blanks
Type answer...
17
Poll
Vind je echt dat 'balkend' klanknabootsend is?
ja
nee
18
Fill in the Blanks
Type answer...
19
Poll
Vind je echt dat 'brullend' klanknabootsend is?
ja
nee
20
Fill in the Blanks
Type answer...
21
Poll
Vind je echt dat 'sissend' klanknabootsend is?
ja
nee
22
23
24
Toevoeging: ondertussen verstaan we onder 'onomatopee' ook bijna alle (werk-)woorden die verwijzen naar geluid.
Hij bleef staan en staarde naar het meisje, met intense gele ogen, en glipte toen weer door het struikgewas weg.
Glippen wordt hier ook als een onomatopee beschouwd.
Groen kader p. 228
25
Het gaat over (werk-)woorden die hun oorsprong vonden bij klanknabootsing of die een actie met klank illustreren.
Onthoud vooral de oorsprong van het woord
die uit een klanknabootsing komt.
26
Is taal een speling van het lot? Puur toeval?Wat kan naast klanknaabootsing nog aan de oorsprong van woorden liggen?
27
Multiple Choice
Hmmmmmm......
dit klinkt hard
dit klinkt zacht
28
Poll
Ga op je gevoel af...
In een onbekende taal, wat zou je kiezen?
links is takota
links is malooma
29
Bij woordvorming kwam ook een combinatie van klanken en gevoel kijken. Dat geldt voor alle talen en uiteraard is dat cultureel verschillend.
Er zijn 'zachte' talen en 'harde' talen.
30
Multiple Choice
In de Afrikaanse taal Siwu (Ghana) betekent 'pambaala':
een ronde, dikke persoon
een hoekige, magere persoon
31
Multiple Choice
De kleuren 'aka en midoro' betekenen in het Japans:
rood en groen
groen en rood
geel en zwart
zwart en blauw
32
Multiple Choice
In het Baskisch betekent 'durrunda':
een hard geluid
een zacht geluid
33
Multiple Choice
Het Maleise werkwoord 'menggerutu' verwijst naar iemand die:
lacht
moppert
34
Multiple Choice
Is de Italiaanse piro piro een vis of een vogel?
een vis
een vogel
35
Multiple Choice
In het Hongaars betekenen nagy en kicsi:
groot en klein
klein en groot
36
Multiple Choice
Als een Samoaan ongolo zegt, heeft hij het dan over:
een duizendpoot
een mier
37
Multiple Choice
Verwijst het woord chichichi uit de aboriginaltaal Yir-Yoront naar een hond die...
zit
rent
38
CONCLUSIE?
39
We hebben een soms op klanken gebaseerd intuïtief gevoel voor de betekenis van een woord.
40
Taal en woorden in beweging...
We zijn niet blijven stilstaan bij 'klanken'.
We ontwikkelden 'taal'.
Op welk punt in de evolutie taal is ontstaan, is moeilijk te achterhalen. Schattingen lopen uiteen van 50.000 tot twee miljoen jaar geleden. Tegenwoordig denken veel onderzoekers dat ook de neanderthalers al konden spreken.
41
Het ligt misschien voor de hand om te denken dat alle talen uit één oertaal zijn ontstaan. Maar of dat zo is, valt met onze methoden voor taalvergelijking niet te bepalen. Er zijn veel taalfamilies op de wereld waarvan we niet weten of ze onderling verwant zijn.
De ongeveer 6.000 talen die de wereld rijk is, zijn vooral erg verschillend. Ook talen die verwant zijn, groeien na verloop van tijd vaak behoorlijk uit elkaar. Dat komt doordat talen constant aan het veranderen zijn.
Ondanks alle verschillen tussen talen zijn er ook overeenkomsten. Er zijn een paar kenmerken die alle talen delen, zoals de aanwezigheid van syntaxis, voornaamwoorden, klinkers en medeklinkers.
42
TAAL
EVOLUTIE
43
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
Ik zoek het woord op in de Van Dale.
de uitvinding van het woordenboek
de naam van de maker wordt een woord
44
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
Geef me het zout even?
de inhoud wordt gebruikt om het voorwerp aan te duiden (het zoutvat)
een smaak of grondstof wordt een begrip
45
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
Mag ik om de hand van uw dochter vragen?
de hoffelijkheid doet zijn intrede
een deel (de hand) wordt gebruikt om de gehele persoon aan te duiden
46
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
Ik houd wel van bourgogne.
een streek is vernoemd naar een bekend product dat eruit afkomstig is
je gebruikt de naam van een streek om een product aan te duiden
47
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
Heb je de laatste Brusselmans al gelezen?
er ontstaat een vakjargon voor kenners
de naam van de maker wordt een woord
48
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
Duitsland was te sterk voor Brazilië.
geografische aanduiding maken deel uit van de taal
een geheel (een land) wordt gebruikt om een deel (een ploeg) aan te duiden
49
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
Het Witte Huis zal zeker nog reageren.
een naam van een plaats wordt gebruikt om de regering van de VS aan te duiden
een gebouw krijgt menselijke eigenschappen
50
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
Roodkapje zag een roodborstje.
een sprookje en de natuur worden verenigd
er wordt twee keer een deel gebruikt om het geheel aan te duiden
51
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
Ik houd heel veel van Mozart.
literatuur en muziek worden in één zin verenigd
de naam van de maker wordt een woord
52
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
In de National Gallery hangt een prachtige Rubens.
meerdere talen worden verenigd in één zin
de naam van de maker wordt een woord
53
Multiple Choice
Wat gebeurt hier taalkundig?
Laten we nog een glas drinken.
het voorwerp verwijst naar de inhoud
de actie wordt verbloemd
54
Een metonymie is een stijlfiguur waarbij in plaats van het bedoelde iets anders genoemd wordt, op grond van een bepaalde betrekking die tussen beide bestaat. Een metonymie is dat je bijvoorbeeld het voorwerp vervangt door de stof waarvan het gemaakt is. Schaatsen door 'ijzers'.
Een metafoor is een stijlfiguur waarbij een begrip vervangen wordt door een beeld. Je vervangt dus een begrip door een ander begrip op grond van een overeenkomst. Een heel bekende metafoor is het schip der woestijn voor de kameel.
groen kader p. 230
55
Multiple Choice
Verzachtende uitdrukking?
De burgemeester is n.
De burgemeester is om zeep.
56
Multiple Choice
Grovere uitdrukking?
De flikken stonden op de markt.
De ordehandhavers stonden op de markt.
57
Multiple Choice
Grovere uitdrukking?
Pia en Warre zijn eens goed van bil gegaan.
Pia en Warre hebben zich suf geneukt.
58
Multiple Choice
Verzachtende uitdrukking?
Waar is het urinoir?
Waar is de pisbak?
59
Multiple Choice
Verzachtende uitdrukking?
Mijn buur was strontbezopen.
Mijn buur was iets boven zijn theewater.
60
Multiple Choice
Grovere uitdrukking?
Die leerkracht kan soms streng zijn.
Die leerkracht is een echte pain in the ass.
61
GROEN KADER, p 231
Meer verzachtend dan met een 'neutraal' synoniem = eufemisme
Grover uitgedrukt dan met een neutraal synoniem = dysfemisme
De burgemeester is overleden: neutraal
De burgemeester is niet meer: eufemisme
De burgemeester is om zeep: dysfemisme
62
Multiple Choice
Wat bepaalt in je woordgebruik of je nu neutraal, grof of verzachtend te werk gaat?
Welk aspect is bepalend hierbij?
de context waarin je iets verklaart
de gevoelswaarde van je gekozen woorden
het milieu waarin je je bevindt
je taalvaardigheid
63
Multiple Choice
Wat is het grofste woord?
het gelaat
de tronie
het gezicht
de smoel
64
Multiple Choice
Wat is het meest neutrale woord?
het gelaat
de tronie
het gezicht
de smoel
65
Multiple Choice
Wat is het meest neutrale woord?
dik
vet
zwaarlijvig
corpulent
66
Multiple Choice
Wat is het grofste woord?
dik
vet
zwaarlijvig
corpulent
67
GROEN KADER, p 231
Woordvorm en woordbetekenis
By PH LEFIEF
Hoofdstuk 30, p. 227
Show answer
Auto Play
Slide 1 / 67
SLIDE
Similar Resources on Wayground
58 questions
La conjugaison du passé simple
Presentation
•
KG
66 questions
El átomo
Presentation
•
KG
59 questions
Perjuangan Bangsa Indonesia Melawan Penjajah
Presentation
•
5th Grade
61 questions
Tórax (1) MODIFICADA.pdf
Presentation
•
KG
61 questions
UD.7.CONTAMINACIÓN DEL PLANETA.
Presentation
•
KG
63 questions
4.Sınıf Fen Bilimleri 2.Ünite Genel Tekrar
Presentation
•
4th Grade
63 questions
WEEK 5: SEXUAL AND ASEXUAL REPRODUCTION LESSON
Presentation
•
7th Grade
61 questions
seguridad vial
Presentation
•
6th Grade
Popular Resources on Wayground
10 questions
Factors 4th grade
Quiz
•
4th Grade
10 questions
Cinco de Mayo Trivia Questions
Interactive video
•
3rd - 5th Grade
13 questions
Cinco de mayo
Interactive video
•
6th - 8th Grade
20 questions
Math Review
Quiz
•
3rd Grade
20 questions
Main Idea and Details
Quiz
•
5th Grade
20 questions
Context Clues
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Inferences
Quiz
•
4th Grade
19 questions
Classifying Quadrilaterals
Quiz
•
3rd Grade
Discover more resources for Other
10 questions
Cinco de Mayo Trivia Questions
Interactive video
•
3rd - 5th Grade
13 questions
Cinco de mayo
Interactive video
•
6th - 8th Grade
20 questions
Main Idea and Details
Quiz
•
5th Grade
20 questions
Context Clues
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Figurative Language Review
Quiz
•
6th Grade
16 questions
Graphing - First Quadrant
Quiz
•
5th Grade
20 questions
SC READY Math Review Part 1
Quiz
•
5th Grade
20 questions
Math Review
Quiz
•
5th Grade