Search Header Logo
Er in zinnen die vooruitwijzen

Er in zinnen die vooruitwijzen

Assessment

Presentation

Professional Development

University

Medium

Created by

Hella Bouman

Used 13+ times

FREE Resource

7 Slides • 13 Questions

1

Er in zinnen die vooruitwijzen

By Hella Bouman

2

De er in de hoofdzin wijst vooruit naar de bijzin.

​Rekening houden met (het is morgen slecht weer)

Ik houd er rekening mee dat het morgen slecht weer is.

​Waar houd ik rekening mee? Dat het morgen slecht weer is.

Letten op (ze maken geen spelfouten)

Ze let erop dat ze geen spelfouten maakt.​

​Waar let ze op? Dat ze geen spelfouten maakt.​

3

Nog een paar voorbeelden...​

​Opkijken van (je hebt een tatoeage)

Ik kijk ervan op dat je een tatoeage hebt.​

De nadruk leggen op​ (we moeten dit goed oefenen)

Ze legt er de nadruk op dat we dit goed moeten oefenen.​

Houden van​ (de cursisten zijn altijd op tijd)

We houden ervan dat de cursisten altijd op tijd zijn.​

4

Fill in the Blanks

Type answer...

5

Fill in the Blanks

Type answer...

6

Fill in the Blanks

Type answer...

7

Fill in the Blanks

Type answer...

8

Het gebruik van de conjuncties

Met de conjunctie DAT refereren we aan iets concreets.

​Ik ben er trots op dat ik altijd op tijd ben.

Hij is er trots op dat zijn zoon al heel goed kan zwemmen.​

We letten erop dat de kinderen niet teveel snoepen.

Met de conjunctie OM... TE refereren we aan iets algemeens. Het subject in hoofdzin en bijzin is gelijk.

Ik houd ervan om vroeg op te staan.

Ze genieten ervan om​ in de zon te fietsen.

Hij ontkomt er niet aan om klusjes te doen in huis.​

9

Multiple Choice

Ik ontkom niet aan/ik ruim iedere dag op (algemeen)

1

Ik ontkom er niet aan dat ik iedere dag opruim.

2

Ik ontkom er niet aan om iedere dag op te ruimen.

10

Multiple Choice

Acteurs genieten van/ze krijgen veel aandacht (a

1

Ze genieten ervan dat ze veel aandacht krijgen.

2

Ze genieten ervan

om veel aandacht te krijgen.

11

Multiple Choice

Ik ben trots op/ik spreek veel talen. (concreet)

1

Ik ben er trots op dat ik veel talen spreek.

2

Ik ben er trots op om veel talen te spreken.

12

Multiple Choice

Ik houd van/hij brengt me ontbijt op bed. (concreet)

1

Ik houd ervan dat hij me ontbijt op bed brengt.

2

Ik houd ervan om hem ontbijt op bed te brengen.

13

OM... TE en ALS: hetzelfde subject.

​Het verschil is heel subtiel. Je kan beide zinnen gelijk gebruiken. Het subject is in hoofzin en bijzin gelijk. (Bij OM... TE zeggen we het subject niet.)

Ik geniet ervan om aandacht te krijgen. (niet in een specifieke situatie, maar altijd)​

Ik geniet ervan als ik aandacht krijg. (op die momenten)

Ik heb er een hekel aan om te laat te komen. (niet in een specifieke situatie, maar altijd)

Ik heb er een hekel aan als ik te laat kom.​ (op die momenten)

14

​Bij ALS kunnen de subjecten verschillen.

Ik heb er een hekel aan om te hard te rijden.

Ik heb er een hekel aan als ik te hard rijd.

Ik heb er een hekel aan als hij te hard rijdt.

15

Nog een paar voorbeelden...​

Ik houd er niet van om boos te worden.

Ik houd er niet van als ik boos word.

Ik houd er niet van als je boos wordt.

16

Multiple Choice

Kunnen wennen aan (ik)/ vroeg opstaan

1

Ik kan er niet aan wennen om vroeg op te staan.

2

Ik kan er niet aan wennen dat ik vroeg opsta.

17

Multiple Choice

Kunnen wennen aan (hij)/vroeg opstaan (ik)

1

Hij kan er niet aan wennen om vroeg op te staan.

2

Hij kan er niet aan wennen dat ik vroeg opsta.

18

Multiple Choice

Kunnen wennen aan (ik)/Nederlanders zijn afhankelelijk van hun agenda.

1

Ik kan er niet aan wennen dat Nederlanders afhankelijk van hun agenda zijn.

2

Ik kan er niet aan wennen om Nederlanders afhankelijk van hun agenda zijn.

19

Multiple Choice

Vertrouwen op (we)/je doet je best.

1

We vertrouwen erop dat je je best doet.

2

We vertrouwen erop als je je best doet.

20

Multiple Choice

Nadenken over (ik)/een nieuwe taal leren (ik)

1

Ik denk erover na om een nieuwe taal te leren.

2

Ik denk erover na als ik een nieuwe taal leer.

Er in zinnen die vooruitwijzen

By Hella Bouman

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 20

SLIDE