
Bezig blijven...
Presentation
•
World Languages
•
6th - 8th Grade
•
Practice Problem
•
Hard
PH LEFIEF
Used 2+ times
FREE Resource
25 Slides • 1 Question
1
Terwijl anderen het hoofd koel houden,
breiden wij onze woordenschat uit.
2
p. 49
3
4
stereotype / stereotiep / stereotiepe
De correcte spelling van het zelfstandig naamwoord is stereotype. De meeste ervan afgeleide vormen worden ook met een y geschreven: stereotyperen, stereotypie, stereotypisch.
Het stereotype van een Fransman is een man met een snorretje, een alpinopet en een stokbrood.
De feministe klaagt de stereotypische voorstelling van vrouwen in games aan.
De correcte spelling van het bijvoeglijk naamwoord stereotiep is met ie.
Veel kinderboeken tonen een erg stereotiep beeld van de samenleving.
De feministe klaagt de stereotiepe voorstelling van vrouwen in games aan.
SPELLING
5
Vooroordelen zijn meningen over een persoon of groep, die meestal negatief zijn en gebaseerd op stereotypen.
Een stereotype is een uitvergroot beeld van een groep mensen.
Het zijn algemene beelden over de kenmerken, eigenschappen en gedrag van een groep, zoals “moeders zijn inflexibel” en ”Polen zijn alcoholisten”.
Het verschil tussen vooroordelen en stereotypen.
6
De "domme blonde" - de gedachte dat blond haar gelijk staat aan een lage intelligentie.
De "rijke Jood" - de gedachte dat Joden over het algemeen rijk zijn en geld op oneerlijke wijze verdienen.
De "lompe Amerikaan" - de gedachte dat Amerikanen onbeschoft zijn en geen oog hebben voor andere culturen.
De "asociale hacker"- de gedachte dat hackers vaak asociaal zijn en geen normale sociale vaardigheden hebben.
Stereotypen zijn cultureel gebonden.
Verschillende culturen hebben andere stereotypen.
stereotypen
7
Jen is een hacker... Het zal wel weer zo'n associale trut zijn.
Vooroordeel t.o.v. Jen op basis van een stereotype:
8
p. 59 - 60
9
p. 59 - 60
10
11
p. 91
12
13
p. 92
14
Welke homofoon verbindt de onderstaande afbeeldingen?
15
Welke homofoon verbindt de onderstaande afbeeldingen?
ijken
eiken
16
Welke homofoon verbindt de onderstaande afbeeldingen?
17
Welke homofoon verbindt de onderstaande afbeeldingen?
pijl
peil
18
Welke homofoon verbindt de onderstaande afbeeldingen?
19
Welke homofoon verbindt de onderstaande afbeeldingen?
stijl
steil
20
Multiple Choice
Wat toont de foto?
Het stijlen van haar.
Het steilen van haar.
21
p. 130
22
23
Het verschil tussen effectief en efficiënt.
Efficiënt betekent ‘doelmatig, op een manier die weinig middelen of inspanningen vergt’. (Slim, met maximaal rendement van middelen, tijd en energie)
Effectief betekent ‘doeltreffend, ongeacht de manier waarop het doel wordt bereikt’. (Denk aan: Met een bazooka op een muis schieten.)
Het Amerikaanse leger opereerde effectief, maar het was verre van efficiënt.
Effectief ook gebruikt in de betekenissen ‘daadwerkelijk of echt’,
24
25
26
woordenschat p. 49
woordenschat p. 91
de juiste spelling van de woorden
woordenschat p. 130
anagrammen
Terwijl anderen het hoofd koel houden,
breiden wij onze woordenschat uit.
Show answer
Auto Play
Slide 1 / 26
SLIDE
Similar Resources on Wayground
18 questions
Comidas. VOCABULARIO
Presentation
•
6th - 8th Grade
20 questions
Mandarin Week 8
Presentation
•
6th - 8th Grade
17 questions
2b with Estar Spanish 1
Presentation
•
6th - 8th Grade
20 questions
¿A qué hora?
Presentation
•
7th Grade
20 questions
Vocabulario: El hotel
Presentation
•
6th - 8th Grade
21 questions
The Road to the Texas Revolution Part 1
Presentation
•
6th - 8th Grade
18 questions
Present Tense: -ER/-IR Verbs
Presentation
•
7th - 9th Grade
20 questions
Aztec Empire - a mix of ethnicities
Presentation
•
6th - 8th Grade
Popular Resources on Wayground
11 questions
Hallway & Bathroom Expectations
Quiz
•
6th - 8th Grade
10 questions
HCS SCI 03 Summer School Assessment 2
Quiz
•
3rd Grade
11 questions
Home Scope
Quiz
•
7th - 8th Grade
12 questions
2026 TAP Technology in the Classroom
Presentation
•
Professional Development
15 questions
HCS SCI 05 Summer School Assessment 2 Review
Quiz
•
5th Grade
15 questions
HCS SCI 04 Summer School Review 2
Quiz
•
4th Grade
59 questions
Geometry Unit 3 Review
Quiz
•
9th - 12th Grade
14 questions
FAST ELA READING SMAPLE TEST MATERIALS
Passage
•
3rd Grade