
samengestelde zinnen: herhaling
Presentation
•
World Languages
•
9th - 12th Grade
•
Hard
PH LEFIEF
Used 2+ times
FREE Resource
35 Slides • 29 Questions
1
Samengestelde zinnen zijn zinnen die samengesteld zijn.
2
Drag and Drop
3
Een samengestelde zin kan je uit elkaar halen.
Je kan er meerdere korte zinnen van maken.
Je komt naar mijn feestje omdat er gratis drank is.
Je komt naar mijn feestje. + Er is gratis drank.
2 pv's!
4
Fill in the Blanks
5
Multiple Choice
Hoeveel persoonsvormen
heeft een enkelvoudige zin?
1
2
2 of meerdere
6
Multiple Choice
Wat doe je dus eerst om te bepalen of een zin enkelvoudig of samengesteld is?
gokken
uitzoeken hoeveel pv's er in de zin voorkomen
uitzoeken hoeveel onderwerpen er in de zin staan
snel over een ander onderwerp beginnen en de vraag ontwijken
7
NEEN!
JA!
Samengestelde zinnen
8
'Belangrijk' is subjectief.
Maar niet wanneer we het over zinsontleding
en samengestelde zinnen hebben.
Hoe bepaal je of er onderschikking of
nevenschikking is? Ik geef je eerst een korte
methode waarmee je vaak scoort, maar de methode uit het werkboek is juister.
9
Eenvoudige methode
(onvolledige methode)
10
Probeer nu eens met 'enkel' deze regel te bepalen of de volgende samengestelde zinnen in een onderschikkend of nevenschikkend verband staan.
11
Multiple Choice
Enkelvoudig, onderschikkend of nevenschikkend?
Ik heb de code van de schoolpoort, die pas gewijzigd was, opnieuw gekraakt.
onderschikkend zinsverband
nevenschikkend zinsverband
ongeschikt zinsverband
enkelvoudige zin
12
Ik heb de code van de schoolpoort, die pas gewijzigd was, opnieuw gekraakt.
1) Ik heb de code van de schoolpoort opnieuw gekraakt.
2) De code was pas gewijzigd.
Kan ik een zin weglaten?
2 pv's!
= samengestelde zin
Ik heb de code van de schoolpoort, die pas gewijzigd was, opnieuw gekraakt.
Ik heb de code van de schoolpoort opnieuw gekraakt.
enkelvoudige zin
13
Multiple Choice
Als je nu nog een tandje bijsteekt, zal je wellicht een mooi rapport hebben.
onderschikkend zinsverband
nevenschikkend zinsverband
tandheelkundig
verband
enkelvoudige zin
14
Als je nu nog een tandje bijsteekt, zal je wellicht een mooi rapport hebben.
1) Je steekt een tandje bij.
2) Je zal een mooi rapport hebben.
Kan ik een zin weglaten?
2 pv's!
= samengestelde zin
Als je nu nog een tandje bijsteekt, zal je wellicht een mooi rapport hebben.
Je zal (dan, in dat geval) een mooi rapport hebben.
enkelvoudige zin
Voorwaarden kan je vaak weglaten!
15
De zin die je NIET kan weglaten noemen we een HOOFDZIN.
De zin die je WEL kan weglaten noemen we een BIJZIN.
hoofdzin + hoofdzin = nevenschikking
hoofdzin + bijzin = onderschikking
bijzin + hoofdzin = onderschikking
hoofdzin - bijzin - hoofdzin = onderschikking
Krijg je ook punten
als je er de onzin uithaalt?
NEEN!!!
16
Multiple Choice
Neem een blauwe pen en vul het formulier in.
onderschikkend zinsverband
nevenschikkend zinsverband
17
Neem een blauwe pen en vul het formulier in.
1) Neem een blauwe pen.
2) Vul het formulier in.
Kan ik een zin weglaten?
2 pv's!
= samengestelde zin
Het zijn twee verschillende instructies en ze zijn even belangrijk.
HOOFDZIN + HOOFDZIN = nevenschikkend verband
18
Neem een blauwe pen en vul het formulier in.
1) Neem een blauwe pen.
2) Vul het formulier in.
2 pv's!
= samengestelde zin
Tijd om ons 'eenvoudig en onvolledig' model uit te breiden...
19
Maak een ja- neenvraag van je samengestelde zin.
Als je twee of meer vragen in die zin ziet, dan zijn de zinnen even belangrijk en is er nevenschikking. Je kan dan ook meerdere keren ja of neen antwoorden op je vraagzin.
Neem een blauwe pen en vul het formulier in.
Neem je een blauwe pen en vul je het formulier in?
VRAAG:
20
Maak een ja- neenvraag van je samengestelde zin.
Als je twee of meer vragen in die zin ziet, dan zijn de zinnen even belangrijk en is er nevenschikking. Je kan dan ook meerdere keren ja of neen antwoorden op je vraagzin.
Als je nu nog een tandje bijsteekt, zal je wellicht een mooi rapport hebben.
Zal je wellicht een mooi rapport hebben als je nu nog een tandje bijsteekt?
VRAAG:
Eén vraag en één antwoord: ONDERSCHIKKING
21
Merk op: de bijzin kan niet bestaan zonder hoofdzin.
Als je nu nog een tandje bijsteekt.
Je zal wellicht een mooi rapport hebben.
= bijzin
= hoofdzin
Merk op: in een bijzin staat de pv altijd achteraan.
Als je nu nog een tandje bijsteekt.
Oscar was bewusteloos.
Hij was even niet bij zinnen.
22
Maak een ja- neenvraag van je samengestelde zin.
Als je twee of meer vragen in die zin ziet, dan zijn de zinnen even belangrijk en is er nevenschikking. Je kan dan ook meerdere keren ja of neen antwoorden op je vraagzin.
Ik heb de code van de schoolpoort, die pas gewijzigd was, opnieuw gekraakt.
Heb ik de code van de schoolpoort, die pas gewijzigd was opnieuw gekraakt?
VRAAG:
Eén vraag en één antwoord: ONDERSCHIKKING
23
Merk op: de bijzin kan niet bestaan zonder hoofdzin.
Ik heb de code van de schoolpoort opnieuw gekraakt.
Die pas gewijzigd was.
= bijzin
= hoofdzin
Merk op: in een bijzin staat de pv altijd achteraan.
Die pas gewijzigd was.
HOOFDZIN + BIJZIN
BIJZIN + HOOFDZIN
HOOFDZIN | BIJZIN | HOOFDZIN
ONDERSCHIKKING IS:
hoofdzin
hoofdzin
bijzin
24
25
Multiple Choice
Onderschikkend of nevenschikkend?
Ik heb de code van de schoolpoort opnieuw gekraakt want ze was gewijzigd.
onderschikkend zinsverband
nevenschikkend zinsverband
geen samengestelde zin, maar een enkelvoudige zin
26
Wie fout antwoordde heeft de ja-neenvraag niet gesteld...
Ik heb de code van de schoolpoort opnieuw gekraakt want ze was gewijzigd.
Heb ik de code van de schoolpoort opnieuw gekraakt want was ze gewijzigd?
2 vragen
2 antwoorden
27
Ik heb de code van de schoolpoort opnieuw gekraakt want ze was gewijzigd.
Ik heb de code van de schoolpoort, die pas gewijzigd was, opnieuw gekraakt.
Wat is de oorzaak dat de ene zin nevenschikkend is (hoofdzin + hoofdzin) en de andere onderschikkend (hoofdzin + bijzin)?
Wie lost het raadsel op?
nevenschikking
onderschikking
28
Ik heb de code van de schoolpoort opnieuw gekraakt want ze was gewijzigd.
Ik heb de code van de schoolpoort, die pas gewijzigd was, opnieuw gekraakt.
nevenschikking
onderschikking
Want is de oorzaak dat er nevenschikking is.
Want is een VOEGWOORD.
29
Multiple Choice
Wat is de functie van voegwoorden?
ze voorspellen een vervolg
het zijn woorden van welvoegelijkheid
ze voegen zinnen samen
30
Een voegwoord is een woord dat twee zinnen met elkaar verbindt (aan elkaar voegt). Het inhoudelijke verband tussen de deelzinnen wordt bepaald door het voegwoord.
nevenschikkende voegwoorden
onderschikkende voegwoorden
31
nevenschikkende voegwoorden
De nevenschikkende voegwoorden
die het meest gebruikt worden zijn:
en
noch
alsmede
alsook
maar
doch
of
ofwel
dan
want
dus
spiekbriefje
Maak hier een spiekbriefje van
voor de oefeningen straks!
32
onderschikkende
voegwoorden
De onderschikkende voegwoorden
die het meest gebruikt worden zijn:
wanneer, als, terwijl, zodra, voordat, voor, nu, toen, nadat, zolang als, totdat, sinds, doordat, zodat, waardoor, omdat, opdat, indien, mits, tenzij, hoewel, ofschoon, ondanks dat, zoals, alsof, dat, of…
Of ze tijd zullen komen, kan ik niet voorspellen.
Hier is 'ik kan niet voorspellen' de hoofdzin en is de rest het lijdend voorwerp.
Je kan het vervangen door één ander woord: 'dat'. Stel ook de ja-neenvraag!
Vaak een reden, voorwaarde,
tijd, plaats, context....
GEEN SPIEKBRIEFJE NODIG
Methode van de uitsluiting: als het geen nevenschikkend voegwoord is, dan is het....
33
Amai!
Hoog tijd
om even ...
34
TEST JE SPIEKBRIEFJE!
OF kan beide
zijn, maar is in dit spel
NEVENschikkend.
35
36
Mag je je spiekbriefje
ook op het examen gebruiken?
NEEN!!!
spiekbriefje
37
1) Kan er een zin vervangen of weggelaten worden?
2) Hoeveel vragen en antwoorden op de vraagzin?
3) Nevenschikkend of onderschikkend voegwoord?
38
En wat als er geen
voegwoorden in de
samengestelde zin
staan????
Rustig maar!
Ook daar is een
oplossing voor...
Voorbeelden:
De kat die daar zit, heeft mijn goudvis opgegeten! (onderschikkend of nevenschikkend?)
Deze groep kiest wit, de andere groep gaat voor geel. (onderschikkend of nevenschikkend?)
39
Los deze rebus op!
40
Fill in the Blanks
41
+ kenmerken van een bijzin
staat niet zelfstandig
pv achteraan in de zin
42
groen kader p 430
nu volgen eerst klassikale oefeningen
43
Fill in the Blanks
44
Fill in the Blanks
45
Multiple Choice
Wanneer spreken we van onderschikking?
Hoofdzin + Hoofdzin
Hoofdzin + Bijzin (en omgekeerd)
46
Multiple Choice
Ze heeft dat pakje gestolen en wilde ervandoor gaan.
Dit is een zin met nevenschikking.
Dit is een zin met onderschikking.
Dit is een samengestelde zin met 4 persoonsvormen.
Dit is een enkelvoudige zin.
47
Multiple Choice
Ik wilde niet dat iemand ons zou storen.
Dit is een zin met twee hoofdzinnen.
Dit is een zin met nevenschikking.
Dit is een zin met onderschikking.
Geen enkel antwoord is juist.
48
Multiple Choice
Ik ga naar een restaurant en bestel een steak.
hoofdzin + hoofdzin
hoofdzin + bijzin
bijzin + hoofdzin
49
Multiple Choice
Ik ga naar een restaurant en bestel een steak.
onderschikking
nevenschikking
50
Multiple Choice
Of die informatie juist is, kan ik niet met zekerheid zeggen.
hoofdzin + hoofdzin
hoofdzin + bijzin
bijzin + hoofdzin
51
Multiple Choice
Of die informatie juist is, kan ik niet met zekerheid zeggen.
onderschikking
nevenschikking
52
Multiple Choice
Ik heb al online gezocht naar informatie, maar ik heb nog niets gevonden.
hoofdzin + hoofdzin
hoofdzin + bijzin
bijzin + hoofdzin
53
Multiple Choice
Ik heb een nieuwe broek nodig, omdat mijn oude versleten is.
hoofdzin + hoofdzin
hoofdzin + bijzin
bijzin + hoofdzin
54
Multiple Choice
Ik heb een nieuwe broek nodig, want mijn oude is versleten.
hoofdzin + hoofdzin
hoofdzin + bijzin
bijzin + hoofdzin
55
Multiple Choice
Waarom bleef die rare snuiter om de haverklap op zijn horloge kijken?
Dit is een samengestelde zin.
Dit is een enkelvoudige zin.
Dit is een samengestelde zin met nevenschikking.
Dit is een samengestelde zin met onderschikking.
56
Multiple Choice
Onderschikking of nevenschikking?
Lodewijk beslist morgen of hij de auto koopt.
Onderschikkend
Nevenschikkend
58
59
Open the box!
Whack a mole!
Sorteren!
60
Multiple Choice
Onderschikking of nevenschikking?
Nadat Wim de buurvrouw uitgescholden had, liep hij opgelucht naar buiten.
Onderschikking
Nevenschikking
61
Multiple Choice
Onderschikking of nevenschikking?
De minister kondigde de bezuiniging aan, maar dat viel niet bij iedereen in goede aarde.
Onderschikking
Nevenschikking
62
Multiple Choice
Onderschikking of nevenschikking?
Marieke haalde opgelucht adem en Joost klapte in zijn handen.
Onderschikking
Nevenschikking
63
Multiple Choice
"Jan vroeg zich af of hij de test opnieuw mocht maken."
'Of' is hier
onderschikkend voegwoord
nevenschikkend voegwoord
64
Multiple Choice
Waar bestaat de volgende zin uit? Ik ga een nieuwe telefoon kopen, want mijn oude is kapot.
hoofdzin
bijzin + hoofdzin
hoofdzin + hoofdzin
hoofdzin + bijzin
Samengestelde zinnen zijn zinnen die samengesteld zijn.
Show answer
Auto Play
Slide 1 / 64
SLIDE
Similar Resources on Wayground
55 questions
Unit 1 MSWC
Presentation
•
8th - 9th Grade
59 questions
Les loisirs - Révision
Presentation
•
9th Grade
47 questions
Me, te , nous, vous as direct objects
Presentation
•
9th - 12th Grade
56 questions
Didaktický test
Presentation
•
12th Grade
57 questions
Whose is it? Class VIII
Presentation
•
8th Grade
57 questions
L'Imparfait lesson
Presentation
•
11th Grade
51 questions
The Placement of Object Pronouns
Presentation
•
8th - 12th Grade
58 questions
Séance 1
Presentation
•
KG
Popular Resources on Wayground
16 questions
Grade 3 Simulation Assessment 2
Quiz
•
3rd Grade
19 questions
HCS Grade 5 Simulation Assessment_1 2526sy
Quiz
•
5th Grade
10 questions
Cinco de Mayo Trivia Questions
Interactive video
•
3rd - 5th Grade
17 questions
HCS Grade 4 Simulation Assessment_2 2526sy
Quiz
•
4th Grade
24 questions
HCS Grade 5 Simulation Assessment_2 2526sy
Quiz
•
5th Grade
13 questions
Cinco de mayo
Interactive video
•
6th - 8th Grade
20 questions
Math Review
Quiz
•
3rd Grade
30 questions
GVMS House Trivia 2026
Quiz
•
6th - 8th Grade
Discover more resources for World Languages
10 questions
Cinco De Mayo
Presentation
•
10th Grade
20 questions
verbos reflexivos en español
Quiz
•
9th - 12th Grade
20 questions
Cinco de Mayo
Quiz
•
7th - 9th Grade
40 questions
Spanish Present Tense Verbs
Quiz
•
9th Grade
20 questions
El Verbo IR Practice
Quiz
•
9th Grade
20 questions
-AR -ER -IR present tense
Quiz
•
10th - 12th Grade
20 questions
Present tense stem-changing verbs
Quiz
•
9th Grade
17 questions
Ir a + Infinitive
Quiz
•
11th Grade