Search Header Logo
Herhaling 9.1 t/m 9.3 4B

Herhaling 9.1 t/m 9.3 4B

Assessment

Presentation

Biology

8th Grade

Hard

Created by

M. Luhulima

Used 1+ times

FREE Resource

18 Slides • 27 Questions

1

media

Herhalingsles
9.1 t/m 9.3

2

Lesplan

  1. Leerdoelen doornemen

  2. Oefenvragen

  3. extra uitleg

3

Paragraaf 9.1

  1. Je kan delen waaruit je bloed bestaat benoemen

  2. Je kan van ieder deel van het bloed de taak beschrijven

  3. Je kan beschrijven wat veranderd in het bloed bij inspanning

  4. Je kan uitleggen door welke oorzaken je bloed minder zuurstof vervoert

4

Multiple Choice

Bloed bestaat uit:

1

Bloedplasma en water

2

Bloedplasma en eiwitten

3

Bloedplasma en bloedcellen

4

Bloedplasma en afvalstoffen

5

Multiple Choice

Question image

Welke soort bloedcel zie je hier en wat is zijn functie

1

Witte bloedcel, speelt een rol bij zuurstoftransport

2

Rode bloedcel, speelt een rol bij de afweer

3

Witte bloedcel, speelt een rol bij de afweer

4

Rode bloedcel, speelt een rol bij zuurstoftransport

6

Multiple Choice

Wat is de functies van de bloedplaatjes?

1

Zuurstoftransport

2

afweer

3

bloedstolling

4

kleur aan bloed geven

7

Fill in the Blank

Bloedplaatjes spelen een rol bij de

8

Bloedsamenstelling

vloeibaar: eiwitten, water en opgeloste stoffen

vaste: rode bloecellen, witte bloedcellen, bloedplaatsjes

Rode bloedcellen: zuurstoftransport
Witte bloedcellen: afweer
bloedplaatjes: bloedstolling

media

9

media

​Meer zuurstof en glucose nodig voor verbranding

Glucose --> vanuit opgeslagen glycogeen. Komt vrij door adrenaline

Zuurstof --> Via de longen sneller ademhalen.

Bloed bij inspanning

10

media

Bij sporten maak je ook meer afvalstoffen

Water --> adem en zweet je uit
Koolstofdioxide --> Adem je uit

Bloed bij inspanning

media

​Bloedvaten worden wijder zodat warmte het lichaam kan verlaten via de huid

11

Multiple Choice

Na verbanding maak je veel koolstofdioxide, je lichaam raakt dit kwijt door..........

1

het uit te plassen

2

het uit te zweten

3

het uit te ademen

12

Multiple Choice

Bij inspanning zullen bloedvaten..............worden

1

wijder

2

nauwer

13

Multiple Choice

Welk gas heb ik nodig bij verbranding?
1
koolstodioxide
2
zuurtsof
3
stikstof
4
geen van de 3 genoemde

14

Multiple Choice

Wat is waar?
1
In uitgeademde lucht zit meer zuurstof dan ingeademde lucht
2
in ingeademde lucht zit meer koolstofdioxide dan uitgeademde lucht
3
In ingeademde lucht zit meer zuurstof dan uitgeademde lucht
4
In ingeademde lucht zit evenveel zuurstof als uitgeademde lucht

15

Multiple Choice

Er vind verbranding plaats in het lichaam. Welke van de onderstaande reactievergelijkingen is juist?

1

Glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water

2

Glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water + energie

3

Glucose + koolstofdioxide --> zuurstof + water + energie

4

Glucose + zuurstof --> koolstofmonoxide + water + energie

16

Multiple Choice

Bij inspanning ga je _________ ademhalen

1

sneller ademhalen omdat je meer koolstofdioxide nodig hebt

2

langzamer ademhalen omdat je meer koolstofdioxide nodig hebt

3

sneller ademhalen omdat je meer zuurstof nodig hebt

4

langzamer ademhalen omdat je meer zuurstof nodig hebt

17

Paragraaf 9.2

  1. Je kan uitleggen dat je de bloedsomloop met de vorm van een acht kunt vergelijken

  2. Je kan drie soorten bloedvaten benoemen en hun kenmerken beschrijven

  3. Je kan beschrijven langs welke route bloed door je lichaam stroomt

  4. Je kan uitleggen dat de bloeddruk niet in alle bloedvaten gelijk is

  5. Je kan beschrijven hoe stoffen uit je bloed bij de cellen komen

18

Dubbele bloedsomloop

Kleine bloedsomloop

Rechter helft hart à longen à linker helft hart

zuurstof ophalen en koolstofdioxide afgeven

Grote bloedsomloop

Linker helft hart à organen à rechter helft hart

Zuurstof en voedingsstoffen naar de organen vervoeren

Koolstofdioxide en andere afvalstoffen van de organen wegvoeren

media

19

Namen bloedvaten

uitzonderingen:

  • aorta

  • kransader/slagader

  • poortader

  • holle ader

media

20

​Het bloedvatenstelsel

media
media

21

​3 soorten bloedvaten

  • ​Dikke wand

  • ​Hart > organen

  • ​Hoge druk

  • ​Liggen diep in het lichaam

media
  • ​Wand = één cel dik

  • ​In organen

  • Stoffen kunnen door de wand heen

  • ​Lage druk

  • ​Haarvatennet

  • ​Dunne wand

  • ​Organen > hart

  • ​Lage druk

  • ​Geen voelbare hartslag

media
media
media

22

Multiple Choice

Het bloed stroomt van je hart naar een orgaan

1

Slagader

2

Haarvat

3

Ader

23

Multiple Choice

De bloeddruk is laag

1

Slagader

2

Haarvat

3

Ader

24

Multiple Choice

De wand is erg dun

1

Slagader

2

Haarvat

3

Ader

25

Multiple Choice

Deze hebben kleppen

1

Slagader

2

Haarvat

3

Ader

26

Multiple Choice

Is het bloed in de halsslagader zuurstofrijk of zuurstofarm?

1

Zuurstofrijk

2

Zuurstofarm

27

Multiple Choice

Is het bloed in de aorta zuurstofrijk of zuurstofarm?

1

Zuurstofrijk

2

Zuurstofarm

28

Multiple Choice

Is het bloed in de beenader zuurstofrijk of zuurstofarm?

1

Zuurstofrijk

2

Zuurstofarm

29

Multiple Choice

Hoeveel bloedsomlopen hebben mensen?

1

Één

2

Twee

3

Drie

30

Multiple Choice

De kleine bloedsomloop heeft als doel..

1

zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen

2

zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven

31

Multiple Choice

Een rode bloedcel vertrekt vanuit de armader. Welke route volgt deze cel voor hij weer terug komt in de bovenarm?

1

Armader, bovenste holle ader, hart, onderste holle ader, armslagader.

2

Armader, bovenste holle ader, hart, longslagader, long, longader, hart, aorta, armslagader.

3

Armader, bovenste holle ader, hart, longslagader, long, longader, hart, armslagader.

4

Armader, bovenste holle ader, hart, longader, long, longslagader, hart, aorta, armslagader.

32

Paragraaf 9.3

  1. Je kunt de bouw van het hart beschrijven.

  2. Je kunt beschrijven hoe het bloed door het hart stroomt.

  3. Je kunt uitleggen hoe het hart het bloed door het lichaam pompt.

  4. Je kunt uitleggen hoe je je hart en bloedvaten gezond kunt houden.

33

Het hart

  • De twee helften van het hart worden gescheiden door de harttussenwand

  • Ieder hart helft bestaat uit een boezem en een kamer

media

34


Bloedstroom in het hart

  • Bloed stroomt vanaf de holle aders de rechterboezem in, als het hart zich samentrekt loopt het de rechterkamer in.

  • Vanaf de rechterkamer wordt het de longslagader in gepompt.

  • Vanaf de longen loopt het bloed de linkerboezem in, als het hart zich samentrekt loopt het de linkerkamer in.

  • Vanaf de linkerkamer wordt het bloed de aorta in gepompt.

media

35

media

36

media

37

Multiple Choice

Komt bloed in de linkerboezem door de longaders of door de longslagader?

1

De longaders

2

De longslagaders

38

Multiple Choice

Pompt de rechterkamer bloed in de grote of in de kleine bloedsomloop?

1

De kleine bloedsomloop

2

De grote bloedsomloop

39

Multiple Choice

Is het bloed in de linkerkamer zuurstof arm of zuurstof rijk?

1

Zuurstof arm

2

Zuurstof rijk

40

Multiple Choice

Als de boezems het bloed wegpompen gaan de kleppen dicht of open?

1

Dicht

2

Open

41

Multiple Choice

Wanneer de kamers samentrekken stroomt het bloed naar de:

1

Aorta en de longslagader

2

longader en onderste en bovenste holle ader

42

Slagaderverkalking

  • Laag hecht zich aan de wand van een bloedvat

  • Cholesterol verhoogt de kans

  • Gevolg: er kan minder tot geen bloed door het bloedvat, Bloedvaten worden stijver

media

43

Hartinfarct

  • Deel van het hart krijgt geen bloed door slagaderverkalking off bloedprop

  • Bypassoperatie (kleine omweg om de vernauwing heen)

media

44

Multiple Choice

Een hoog cholesterolgehalte van het bloed verhoogt de

kans op slagaderverkalking.

1

juist

2

onjuist

45

Multiple Choice

Waardoor kan een hartinfarct worden veroorzaakt?

1

Door het optreden van verkalking in de aorta.

2

Door het optreden van verkalking in een longslagader.

3

Door het optreden van verkalking in een kransslagader.

media

Herhalingsles
9.1 t/m 9.3

Show answer

Auto Play

Slide 1 / 45

SLIDE