

Quiz les 4, 5 & 6
Presentation
•
World Languages
•
1st - 5th Grade
•
Practice Problem
•
Easy
Sabrina Vermeulen
Used 3+ times
FREE Resource
1 Slide • 51 Questions
1
Quiz les 5 en 6
Thema’s in de quiz:
Achtervoegsels: -ból/-ből, -tól/-től, -ról/-ről, -n/-on/-en, -ra/-re
Werkwoorden: jönni (komen), lesz/lenni (zijn/worden) in verschillende tijden
Accusatief: gebruik van -t
Winkelzinnen: praktische communicatie
Uitspraak en betekenis: uitspraak herkennen en koppelen aan betekenis
By Sabrina Vermeulen
2
Multiple Choice
In welke situatie gebruik je geen -t bij een zelfstandig naamwoord?
Als het geen lijdend voorwerp is
Als het woord een medeklinker bevat
Als het een plaatsbepaling is
Als het eindigt op een lange klinker
3
Multiple Choice
Wat betekent “asztalra”?
op de tafel
onder de tafel
naast de tafel
in de tafel
4
Multiple Choice
Wat is het verschil in gebruik tussen -ról/-ről en -ra/-re?
-ról/-ről = van iets af, -ra/-re = naar iets toe
-ról/-ről = op iets, -ra/-re = onder iets
-ról/-ről = statische positie, -ra/-re = tijdsaanduiding
Ze zijn volledig inwisselbaar
5
Multiple Choice
Wat is de Hongaarse vertaling van “nu”?
később
hamarosan
most
mikor
6
Open Ended
Vertaal naar het Nederlands:
Ez nagyon drága.
7
Multiple Choice
Hoe zeg je “later” in het Hongaars?
egy éve ezelőtt
később
múlt hónapban
most
8
Multiple Choice
Wat betekent “autóból”?
In de auto
Naar de auto
Uit de auto
Op de auto
9
Open Ended
Vertaal naar het Nederlands:
Magyarországról jövök
10
Multiple Choice
Wat is de juiste vorm voor “op de stoel”?
széken
székre
székből
székhez
11
Open Ended
Vertaal naar het Nederlands:
Szeretnék egy kenyeret.
12
Multiple Choice
Wat betekent “múlt héten”?
afgelopen maand
nu
een jaar geleden
afgelopen week
13
Multiple Choice
Waarom gebruik je in de zin „Felmegyek a lépcsőre” het achtervoegsel -re?
Omdat er sprake is van een beweging naar een oppervlak (de trap op)
Omdat „lépcső” een meervoud is
Omdat het een stationaire positie uitdrukt
Omdat het een beleefde vorm is
14
Multiple Choice
Wat is de juiste vertaling van “binnenkort”?
most
mikor
hamarosan
később
15
Multiple Choice
“Jövök” betekent?:
Ik kwam
Ik kom
Jij komt
Zij komen
16
Open Ended
Vertaal naar het Nederlands:
Le megyek a lépcsőről
17
Multiple Choice
Wat betekent “mikor?” in het Nederlands?
waar?
wanneer?
hoe?
waarom?
18
Multiple Choice
Wat bepaalt of je -ra of -re gebruikt bij een woord?
De klinkerharmonie: dikke klinkers → -ra, dunne klinkers → -re
Het geslacht van het zelfstandig naamwoord
Of het woord eindigt op een medeklinker
Of het onderwerp meervoudig is
19
Multiple Choice
Welke vorm betekent “van mijn tante”?
nagynénimtől
nagynéniből
nagynénire
nagynénin
20
Open Ended
Vertaal naar het Nederlands:
Hol van a pénztár?
21
Multiple Choice
Leg uit wanneer je -ból/-ből gebruikt en geef een voorbeeldzin.
Als je aangeeft dat iets uit een plaats of object komt
Als je ergens op stapt of klimt.
Wanneer iets naast iets anders ligt.
Bij het aangeven van richting naar een plaats toe.
22
Multiple Choice
Wat is het verschil tussen “megyek” en “elmegyek”?
Ze betekenen allebei “ik ga” zonder verschil
“Megyek” betekent “ik ga weg”, “elmegyek” betekent “ik kom aan”
“Megyek” is neutraal, “elmegyek” benadrukt het vertrek
“Elmegyek” is verleden tijd, “megyek” is tegenwoordige tijd
23
Multiple Choice
Wat betekent “asztalról”?
Op de tafel
Naar de tafel
Van de tafel
Onder de tafel
24
Multiple Choice
Wat is de juiste vertaling van "hoe" ?
miért?
hogy?
hova?
ki?
25
Open Ended
Vertaal naar het Nederlands:
Leteszem a földre
26
Multiple Choice
Geef een voorbeeld van een woord dat eindigt op een medeklinker en een extra klinker krijgt bij het toevoegen van -t. Leg uit waarom.
kenyér → kenyeret, om uitspraak en klankbalans te behouden
asztal → asztalt, omdat het meervoud is
ház → házat, omdat het een richting aangeeft
könyv → könyvek, vanwege vokaalharmonie
27
Multiple Choice
Wat is de vorm van alma wanneer het als lijdend voorwerp wordt gebruikt?
almá
almát
almára
almán
28
Open Ended
Vertaal naar het Nederlands:
Felmegyek a lépcsőre
29
Multiple Choice
“Hol van a tej?” betekent:
Waar is de kaas?
Waar is de melk?
Waar is het brood?
Waar is de winkel?
30
Open Ended
Vertaal naar het Nederlands:
Leülök a székre
31
Multiple Choice
Wat is de juiste vorm voor “op maandag”?
hétfőre
hétfőn
hétfőről
hétfőt
32
Multiple Choice
Waarom wordt het „kenyér” → „kenyeret” en niet „kenyért”?
Omdat een verbindingsklinker nodig is voor de uitspraak
Omdat „kenyér” meervoudig is
Omdat „kenyért” de verleden tijd is
Omdat het bij een vrouwelijke spreker hoort
33
Multiple Choice
Wat doet het voorvoegsel “fel-” in een werkwoord zoals “feláll”?
Het maakt het werkwoord reflexief
Het duidt op een neerwaartse beweging
Het geeft een opwaartse richting aan
Het verandert het werkwoord naar de verleden tijd
34
Open Ended
Vertaal naar het Nederlands:
Jó napot kívánok! Egy kiló paradicsomot kérek.
35
Multiple Choice
Wat is de Nederlandse vertaling van “hajnal”?
middag
ochtend
avond
dageraad
36
Multiple Choice
Wat is de Nederlandse vertaling van "másodperc(ek)"?
seconde(n)
minuut/minuten
uur/uren
dag(en)
37
Multiple Choice
Waarom krijgt “alma” de vorm “almát” in de zin “Eszem az almát”?
Omdat “alma” het lijdend voorwerp is en dus de accusatiefvorm krijgt.
Omdat het meervoud is.
Omdat het onderwerp van de zin is.
Omdat het een plaatsaanduiding is.
38
Multiple Choice
Wat is de Hongaarse vertaling van “volgend jaar”?
jövő év
jövő hónap
jövő hét
jövő nap
39
Multiple Choice
Wanneer gebruik je -ra/-re in plaats van -n/-on/-en?
Als er sprake is van beweging of richting naar een plek.
Als iets ergens blijft liggen.
Alleen bij meervoudige woorden.
Wanneer het om mensen gaat in plaats van voorwerpen.
40
Multiple Choice
Wat is het verschil tussen “jössz” en “jöjjél”?
Ze betekenen precies hetzelfde.
“Jössz” is mededelende wijs (jij komt), “jöjjél” is gebiedende wijs (kom!).
“Jöjjél” is de verleden tijd van “jössz”.
“Jöjjél” gebruik je alleen in de derde persoon.
41
Multiple Choice
Hoe zeg je “dag(en)” in het Hongaars?
hónap(ok)
nap(ok)
hét(hetek)
év(ek)
42
Multiple Choice
“Kaphatok egy zacskót?” betekent:
Mag ik een zakje?
Ik koop een zakje
Ik wil geen zakje
Waar is het zakje?
43
Multiple Choice
Wat is het verschil tussen “asztalra” en “asztalon”?
Ze betekenen allebei “onder de tafel”.
“Asztalra” geeft richting aan (beweging), “asztalon” is plaats (stilstand).
“Asztalon” is voor meervoud, “asztalra” voor enkelvoud.
“Asztalra” gebruik je alleen in vragen.
44
Open Ended
Vertaal naar het Nederlands:
Szeretnék egy üveg vizet.
45
Multiple Choice
Wat betekent “jössz”?
Jij komt
Jij kwam
Jij zou komen
Jij zal komen
46
Multiple Choice
Wat is de juiste vorm voor “op de brug”?
hídra
hídon
hídról
hídból
47
Multiple Choice
Wat betekend "Tavasz" in het hongaars
Lente
Herfts
Zomer
Winter
48
Multiple Choice
Welke van de volgende woorden krijgt het achtervoegsel -re (en niet -ra) bij het aanduiden van richting?
autó
szék
ház
pad
49
Multiple Choice
Wat betekent “lesz”?
Ik ben
Hij/zij wordt
Wij zijn
Jij was
50
Multiple Choice
Wat betekent “szürkület” in het Nederlands?
avond
schemering
nacht
middernacht
51
Multiple Choice
Wat betekent “kisebb méretben”?
In een grotere maat
In een kleinere maat
In een andere kleur
In een winkel
52
Multiple Choice
Hoe zeg je “middag” in het Hongaars?
reggel
délután
este
dél
Quiz les 5 en 6
Thema’s in de quiz:
Achtervoegsels: -ból/-ből, -tól/-től, -ról/-ről, -n/-on/-en, -ra/-re
Werkwoorden: jönni (komen), lesz/lenni (zijn/worden) in verschillende tijden
Accusatief: gebruik van -t
Winkelzinnen: praktische communicatie
Uitspraak en betekenis: uitspraak herkennen en koppelen aan betekenis
By Sabrina Vermeulen
Show answer
Auto Play
Slide 1 / 52
SLIDE
Similar Resources on Wayground
41 questions
Cuento
Presentation
•
1st - 3rd Grade
45 questions
Sesión Lengua y Literatura
Presentation
•
3rd Grade
50 questions
REVIEW unit 2 lớp 3
Presentation
•
2nd Grade
43 questions
Cube & Cuboid Painting
Presentation
•
4th - 6th Grade
56 questions
2M H8
Presentation
•
1st - 5th Grade
41 questions
Aardrijkskunde Pubquiz
Presentation
•
KG
41 questions
Magnetic Earth
Presentation
•
1st - 5th Grade
45 questions
Deel 4 les 5: verwijzen met voornaamwoorden
Presentation
•
2nd Grade
Popular Resources on Wayground
21 questions
Continents and Oceans
Quiz
•
6th Grade
20 questions
Parts of Speech
Quiz
•
5th Grade
16 questions
Subject & Predicate
Quiz
•
5th Grade
25 questions
Multiplication Facts
Quiz
•
5th Grade
12 questions
Map Skills
Quiz
•
3rd Grade
22 questions
Continents and Oceans
Quiz
•
5th Grade
15 questions
Rounding Decimals
Quiz
•
5th Grade
20 questions
Brand Labels
Quiz
•
5th - 12th Grade
Discover more resources for World Languages
20 questions
Los saludos y las despedidas
Quiz
•
5th - 8th Grade
20 questions
Preterito vs. Imperfecto
Quiz
•
KG - University
10 questions
Hispanic heritage Month Trivia
Interactive video
•
2nd - 5th Grade
15 questions
Sentence or Fragment
Quiz
•
3rd Grade
23 questions
Indirect Object Pronouns in Spanish
Quiz
•
3rd Grade
22 questions
Describing the Weather in Spanish
Quiz
•
3rd - 5th Grade
20 questions
preterito vs imperfecto
Quiz
•
5th - 12th Grade
39 questions
Los numeros 1-100
Quiz
•
KG - 12th Grade