Break Even Analyse

Break Even Analyse

11th - 12th Grade

6 Qs

quiz-placeholder

Similar activities

Monopolie

Monopolie

11th - 12th Grade

6 Qs

Les 3: Doseringen

Les 3: Doseringen

KG - University

11 Qs

Levensloop

Levensloop

11th - 12th Grade

6 Qs

Inflatie & Geldontwaarding

Inflatie & Geldontwaarding

11th - 12th Grade

6 Qs

Conflicthantering

Conflicthantering

11th - 12th Grade

7 Qs

De vrachtbrief

De vrachtbrief

KG - 12th Grade

10 Qs

Kosten en opbrengsten (recurrent, niet recurrent)

Kosten en opbrengsten (recurrent, niet recurrent)

11th - 12th Grade

11 Qs

Nederlands Hoofdstuk 4

Nederlands Hoofdstuk 4

KG - University

11 Qs

Break Even Analyse

Break Even Analyse

Assessment

Quiz

Other Sciences

11th - 12th Grade

Medium

Created by

M Nicolai

Used 11+ times

FREE Resource

6 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Media Image

In de bijgevoegde figuur heeft een onderneming te maken met kosten (TK) en opbrengsten (TO) bij een gegeven prijs. Welk interval op de horizontale as geeft iedere winstgevende productieomvang?

0 - F

0 - G

F - H

F - G

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Media Image

In de bijgevoegde figuur heeft een onderneming te maken met kosten (TK) en opbrengsten (TO) bij een gegeven prijs. Bij welk interval op de horizontale as neemt de totale winst (TW) toe?

G - H

F - G

F - H

0 - H

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Media Image

In de bijgevoegde figuur heeft een onderneming te maken met kosten (TK) en opbrengsten (TO) bij een gegeven prijs. In dit geval zijn er twee break-even punten (BEP): C en A. Twee beweringen:

I: Bij het eerste break-even punt (C) is de prijs hoger dan in het tweede break-even punt (A).

II: Bij het eerste break-even punt (C) is de omzet lager dan in het tweede break-even punt (A).

Welke bewering(en) is/zijn juist?

Beide beweringen zijn juist.

Bewering I is juist, bewering II is onjuist.

Bewering II is juist, bewering I is onjuist.

Beide beweringen zijn onjuist.

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

3 mins • 1 pt

Voor een stoelenfabrikant geldt dat de variabele kosten per stoel 20 euro zijn. Verder heeft het bedrijf te maken met een vaste kostenpost van 160.000 euro. De boekhouder van het bedrijf heeft uitgerekend dat de break-even afzet 2.000 stuks is. Wat is de verkoopprijs van een stoel?

€ 10

€ 20

€ 100

€ 200

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Media Image
Van de volgende onderneming is het verloop van de gemiddelde totale kosten (GTK), gemiddelde variabele kosten (GVK) en marginale kosten (MK) gegeven. De prijs van het product is € 0,60. Bij welke productieomvang zit de ondernemer op zijn break-even point?
1.500.
8.500.
7.600.
3.700.

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Media Image

Van de volgende onderneming is het verloop van de gemiddelde totale kosten (GTK), gemiddelde variabele kosten (GVK) en marginale kosten (MK) gegeven. Wat valt er op basis van deze figuur op te maken over het verloop van de totale variabele kosten (TVK) functie?

De totale variabele kosten zijn eerst degressief en daarna progressief.

De totale variabele kosten zijn eerst progressief en daarna degressief.

De totale variabele kosten zijn proportioneel.

De totale variabele kosten hebben een degressief, progressief en proportioneel deel.