Woordsoorten - Deel 1

Woordsoorten - Deel 1

4th Grade

10 Qs

quiz-placeholder

Similar activities

Staal spelling groep 4 verkleinwoorden

Staal spelling groep 4 verkleinwoorden

1st - 4th Grade

15 Qs

Woordsoorten - Deel 2

Woordsoorten - Deel 2

4th Grade

10 Qs

Breuken

Breuken

1st - 6th Grade

11 Qs

2F Spelling januari - week 2

2F Spelling januari - week 2

KG - University

10 Qs

2F Spelling januari - week 4

2F Spelling januari - week 4

KG - University

10 Qs

2F Spelling oktober week 3

2F Spelling oktober week 3

KG - Professional Development

10 Qs

Wat weet je van Kerstmis?

Wat weet je van Kerstmis?

4th - 6th Grade

14 Qs

Dutch weather and food

Dutch weather and food

1st - 12th Grade

13 Qs

Woordsoorten - Deel 1

Woordsoorten - Deel 1

Assessment

Quiz

Other

4th Grade

Practice Problem

Medium

Created by

Aniek Hulzebos

Used 6+ times

FREE Resource

AI

Enhance your content in a minute

Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...

10 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

2 mins • 1 pt

Geef aan of het onderstreepte werkwoord een hulpwerkwoord (hww) of een zelfstandig werkwoord (zww) is.


De oudere jongens zijn vorig week met een grote groep aan het sporten geweest.

hww

zww

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

2 mins • 1 pt

Geef aan of het onderstreepte werkwoord een hulpwerkwoord (hww) of een zelfstandig werkwoord (zww) is.


De bomen zullen echt niet altijd tot in de hemel blijven groeien.

hww

zww

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

2 mins • 1 pt

Geef aan of het onderstreepte werkwoord een hulpwerkwoord (hww) of een zelfstandig werkwoord (zww) is.


Tussen de kussens op de bank heb ik na een lange zoektocht de afstandbediening gevonden.

hww

zww

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

2 mins • 1 pt

Geef aan of het onderstreepte werkwoord een hulpwerkwoord (hww) of een zelfstandig werkwoord (zww) is.


Wil jij dat zo snel mogelijk aan de docent vragen?

hww

zww

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

2 mins • 1 pt

Geef aan of het onderstreepte werkwoord een hulpwerkwoord (hww) of een zelfstandig werkwoord (zww) is.


Chayenne moet morgen de kat naar de dierenarts brengen.

hww

zww

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

2 mins • 1 pt

Geef aan of het onderstreepte werkwoord een hulpwerkwoord (hww) of een koppelwerkwoord (kww) is.


Manu schijnt een hele goede zanger te zijn.

hww

kww

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

2 mins • 1 pt

Geef aan of het onderstreepte werkwoord een hulpwerkwoord (hww) of een koppelwerkwoord (kww) is.


Volgens de weervrouw schijnt het morgen mooi weer te worden.

hww

kww

Create a free account and access millions of resources

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?