
NL 1h - werkwoordsoorten
Authored by Inge Boer
World Languages
1st Grade
Used 5+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
10 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Een werkwoord is...
een woord waar de, het of een voor kan.
een woord dat een handeling, actie of gebeurtenis uitdrukt.
een woord dat voor een zelfstandig naamwoord komt.
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Kenmerken van de persoonsvorm (pv) zijn:
als je de zin vragend maakt, komt de pv vooraan te staan.
Als je de zin in een andere tijd zet verandert de pv.
Als je het onderwerp in de zin meervoudig of juist enkelvoudig maakt, verandert de pv.
Alle bovenstaande kenmerken zijn juist.
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Kenmerken van een voltooid deelwoord:
Het heeft de functie van een hulpwerkwoord.
Het begint met ge-, be of ver-.
Het is het hele werkwoord in de zin.
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Kenmerken van een infinitief :
het is het hele werkwoord in de zin (ook wel de woordenboekvorm) dat niet verandert wanneer je de zin in een andere tijd zet.
Dat is een werkwoord in de zin dat met ge-, be- of ver- begint.
Het heeft de functie van een hulpwerkwoord.
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Wij gaan een ijsje kopen.
gaan = pv. kopen = infinitief.
gaan = volt. dw. kopen = pv.
gaan = infinitief. kopen = volt. dw.
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Dus toen hadden we een ijsje gekocht.
hadden = pv
Toen = pv
ijsje = pv
gekocht = pv
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
45 sec • 1 pt
Het ijsje was heerlijk.
was = infinitief
was = volt. deelwoord.
was = persoonsvorm
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?