Search Header Logo

Lijdend voorwerp

World Languages

1st Grade

Used 21+ times

Lijdend voorwerp
AI

AI Actions

Add similar questions

Adjust reading levels

Convert to real-world scenario

Translate activity

More...

    Content View

    Student View

15 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Waar of niet waar?


De woordjes 'te' en 'aan het' kunnen soms deel uitmaken van het werkwoordelijk gezegde.

waar

niet waar

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Waar of niet waar?


Als het gezegde een werkwoordelijke uitdrukking is, kunnen ook zelfstandige naamwoorden deel uitmaken van het werkwoordelijk gezegde.

waar

niet waar

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Waar of niet waar?


Onvoltooide deelwoorden horen niet bij het werkwoordelijke gezegde.

waar

niet waar

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Waar of niet waar?


In elke zin staat een onderwerp.

waar

niet waar

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Waar of niet waar?


Een zin zonder persoonsvorm is geen echte zin.

waar

niet waar

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Waar of niet waar?


In het zinnetje 'Hij heeft de hele middag gelezen' is ‘de hele middag’ een lijdend voorwerp.

waar

niet waar

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

1 min • 1 pt

Wat is het lijdend voorwerp in de volgende zin?


Gisteren heeft hij spekpannenkoeken gegeten.

gisteren

hij

spekpannenkoeken

Er is geen lijdend voorwerp.

Access all questions and much more by creating a free account

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Microsoft

Continue with Microsoft

or continue with

Facebook

Facebook

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?