
Nederlands woordsoorten quiz
Authored by Janneke Kesteren
World Languages
1st Grade
Used 11+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
12 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Noteer van het onderstreepte woord het woordsoort. Jesper heeft deze week het huiswerk keurig gemaakt.
zelfstandig werkwoord
hulpwerkwoord
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Noteer van het onderstreepte woord het woordsoort. Jesper heeft deze week het huiswerk keurig gemaakt.
vragend voornaamwoord
bijwoord
aanwijzend voornaamwoord
bijvoeglijk naamwoord
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Noteer van het onderstreepte woord het woordsoort. Jesper heeft deze week het huiswerk keurig gemaakt.
zelfstandig werkwoord
zelfstandig naamwoord
bijwoord
voorzetsel
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Noteer van het onderstreepte woord het woordsoort. Jesper heeft deze week het huiswerk keurig gemaakt.
zelfstandig naamwoord
zelfstandig werkwoord
hulpwerkwoord
bijwoord
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Noteer van het onderstreepte woord het woordsoort.
Wie heeft die vieze sokken op de tafel gelegd?
bijwoord
vragend voornaamwoord
hulpwerkwoord
voorzetsel
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Noteer van het onderstreepte woord het woordsoort.
Wie heeft die vieze sokken op de tafel gelegd?
bijvoeglijk naamwoord
bijwoord
voorzetsel
aanwijzend voornaamwoord
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Noteer van het onderstreepte woord het woordsoort.
Wie heeft die vieze sokken op de tafel gelegd?
bijwoord
bepaald lidwoord
aanwijzend voornaamwoord
voorzetsel
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?