
Hoofdstuk 3
Authored by Jorien Keijzer-Reurink
Other
3rd Grade
Used 7+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
24 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE SELECT QUESTION
45 sec • 1 pt
Waar is hier sprake van directe ruil?
je koopt een boek
je ruilt je boek voor een tijdschrift
Je betaalt 18 euro bij de kapper
je geeft een taart aan je oma omdat ze jou een zak snoep geeft
2.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
OP de trui die je graag wil in de etalage hangt een prijskaartje met € 80,-
geld als ruilmiddel
geld als rekenmiddel
geld als spaarmiddel
3.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Bij de bakker koop je een lekker croissantje
geld als ruilmiddel
geld als rekenmiddel
geld als spaarmiddel
4.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Je verjaardag geld bewaar je in een potje onder je bed tot je een nieuwe fiets kunt kopen.
geld als ruilmiddel
geld als rekenmiddel
geld als spaarmiddel
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Als je 50 euro pint bij een pinautomaat dan:
stijgt je chartale geld en daalt je girale geld
dan stijgt je girale geld en daalt het chartale geld
je chartale geld blijft gelijk en je girale geld daalt
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Nieuwe saldo = oude saldo + ontvangsten en - de uitgaven
juist
onjuist
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 1 pt
Een creditcard kun je gebruiken.......
vanaf dat je een betaalrekening hebt
Vanaf je 16e
vanaf je 18e
vanaf je 21e
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Classlink

Continue with Clever
or continue with

Microsoft
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?