
Code+ 3 grammatica H1
Authored by Margaret Lionarons
World Languages, Education
University
Used 2+ times

AI Actions
Add similar questions
Adjust reading levels
Convert to real-world scenario
Translate activity
More...
Content View
Student View
15 questions
Show all answers
1.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 5 pts
Petra gaat niet naar school. Ze heeft vakantie (omdat)
Petra gaat niet naar school omdat ze heeft vakantie.
Petra gaat niet naar school omdat ze vakantie heeft.
Answer explanation
Gebruik het woord tussen haakjes om de zinnen samen te voegen.
2.
MULTIPLE SELECT QUESTION
45 sec • 5 pts
Ik ga niet met de fiets. Het regent. (als)
Ik ga niet met de fiets als het regent.
Ik ga als het regent niet met de fiets.
Als regent het, ik ga niet met de fiets.
Het regent als ik niet met de fiets ga.
Answer explanation
Gebruik het woord tussen haakjes om de zinnen samen te voegen.
3.
MULTIPLE SELECT QUESTION
45 sec • 5 pts
Ik ga eerder weg. Ik moet boodschappen doen. (omdat)
Ik ga eerder weg omdat ik boodschappen moet doen.
Ik moet boodschappen doen omdat ik eerder weg moet.
Omdat ik boodschappen moet doen, ga ik eerder weg.
Omdat ik moet boodschappen doen, ik ga eerder weg.
Answer explanation
Gebruik het woord tussen haakjes om de zinnen samen te voegen.
4.
MULTIPLE SELECT QUESTION
45 sec • 5 pts
Ik ga naar de tandarts. Ik heb kiespijn. (als)
Ik ga naar de tandarts als ik heb kiespijn.
Ik heb kiespijn als ik ga naar de tandarts.
Als ik kiespijn heb ga ik naar de tandarts.
Ik ga naar de tandaarts als ik kiespijn heb.
Answer explanation
Gebruik het woord tussen haakjes om de zinnen samen te voegen.
5.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 5 pts
Waarom ben je te laat? Ik begrijp het niet.
Ik begrijp het niet waarom je bent te laat.
Ik begrijp niet waarom je te laat bent.
Ik niet begrijp waarom je bent te laat.
Answer explanation
Gebruik de vraagzin als bijzin. Voorbeeld: Waar kan ik een schildpad kopen? Ik weet het niet. = Ik weet niet waar ik een schildpad kan kopen.
6.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 5 pts
Wanneer ga je verhuizen? Vertel het me.
Vertel me wanneer je gaat verhuizen.
Vertel het me wanneer je verhuizen gaat.
Wanneer je gaat verhuizen vertel me.
Answer explanation
Gebruik de vraagzin als bijzin. Voorbeeld: Waar kan ik een schildpad kopen? Ik weet het niet. = Ik weet niet waar ik een schildpad kan kopen.
7.
MULTIPLE CHOICE QUESTION
30 sec • 5 pts
Wanneer ga je naar de stad? Ik vroeg het aan Anneke.
Ik vroeg aan Anneke wanneer ze naar de stad ging.
Wanneer ga je naar de stad vroeg ik aan Anneke.
Ik vroeg aan Anneke wanneer ze gaat naar de stad.
Answer explanation
Gebruik de vraagzin als bijzin. Voorbeeld: Waar kan ik een schildpad kopen? Ik weet het niet. = Ik weet niet waar ik een schildpad kan kopen.
Access all questions and much more by creating a free account
Create resources
Host any resource
Get auto-graded reports

Continue with Google

Continue with Email

Continue with Microsoft
or continue with
%20(1).png)
Apple
Others
Already have an account?