Search Header Logo

Oefeningen werkwoordspelling in verleden tijd.

Authored by Maaike Bouwkamp

World Languages

7th Grade

Used 5+ times

Oefeningen werkwoordspelling in verleden tijd.
AI

AI Actions

Add similar questions

Adjust reading levels

Convert to real-world scenario

Translate activity

More...

    Content View

    Student View

11 questions

Show all answers

1.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

3 mins • 1 pt

1 Het hele werkwoord.

2. De stam van het werkwoord.

3. de verleden tijd die hoort bij 'jij'.

Waar staat de fout?

verwachten

verwacht

verwachtte

beleven

belev

beleefde

praten

prat

praatte

mogen

mag

mocht

2.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

45 sec • 1 pt

1 Het hele werkwoord.

2. De stam van het werkwoord.

3. de verleden tijd die hoort bij 'jij'.

Waar staat de fout?

verbergen

verberg

verbergte

sussen

suss

suste

verhuizen

verhuiz

verhuisde

verbazen

verbaz

verbaasde

3.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

45 sec • 1 pt

1 Het hele werkwoord.

2. De stam van het werkwoord.

3. de verleden tijd die hoort bij 'jij'.

Waar staat de fout?

vrezen

vrez

vreeste

verloten

verlot

verlootte

zappen

zapp

zapte

verbazen

verbaz

verbaasde

4.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

45 sec • 1 pt

1 Het hele werkwoord.

2. De stam van het werkwoord.

3. de verleden tijd die hoort bij 'jij'.

Waar staat de fout?

melden

meld

meldde

poffen

pof

pofte

heten

het

heette

slagen

slag

slaagde

5.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

45 sec • 1 pt

1 Het hele werkwoord.

2. De stam van het werkwoord.

3. de verleden tijd die hoort bij 'jij'.

Waar staat de fout?

schuilen

schuil

schuilde

schrobben

schrobb

schrobde

proeven

proef

proefde

vrezen

vrez

vreesde

6.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

45 sec • 1 pt

1 Het hele werkwoord.

2. De stam van het werkwoord.

3. de verleden tijd die hoort bij 'jij'.

Waar staat de fout?

aanvaarden

aanvaard

aanvaardde

verven

verv

verfde

twijfelen

twijfel

twijfelde

smeden

smed

smede

7.

MULTIPLE CHOICE QUESTION

45 sec • 1 pt

1 Het hele werkwoord.

2. De stam van het werkwoord.

3. de verleden tijd die hoort bij 'jij'.

Waar staat de fout?

hoeven

hoev

hoevde

maaien

maai

maaide

starten

start

startte

hoeven

hoef

hoefde

Access all questions and much more by creating a free account

Create resources

Host any resource

Get auto-graded reports

Google

Continue with Google

Email

Continue with Email

Classlink

Continue with Classlink

Clever

Continue with Clever

or continue with

Microsoft

Microsoft

Apple

Apple

Others

Others

Already have an account?