wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De Grieken

Total questions: 50

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.
Waarom was Griekenland verdeeld in verschillende poleis?
a)
De Grieken voerden veel oorlogen met elkaar. 
b)
De verschillende poleis spraken andere talen.
c)
Het landschap zorgde ervoor dat communicatie lastig was.
d)
De Grieken konden dan beter handelen. 
2.
Hoe noemen we een versterkte heuvel waar de burgers naartoe vluchtten bij gevaar?
a)
Polis
b)
Akropolis
c)
Agora
d)
Kolonie
3.
Hoe noemen we het wanneer mensen in een ander gebied gaan wonen? 
a)
Kolonie
b)
Immigratie
c)
Polisatie
d)
Emigratie
4.
In de Griekse poleis kon veel graan verbouwd worden.
a)
Deze zin is juist
b)
Deze zin is onjuist 
5.
In welk huidig land ligt de Griekse kolonie Massalia?
a)
Frankrijk
b)
Spanje
c)
Italië
d)
Turkije
6.
In welk huidig land ligt de Griekse kolonie Neapolis?
a)
Frankrijk
b)
Spanje
c)
Italië 
d)
Turkije
7.
Van wie namen de Grieken het geld over?
a)
De Lydiërs
b)
De Romeinen 
c)
De Feniciërs
d)
De Perzen
8.
Van wie namen de Grieken het letterschrift over?
a)
De Lydiërs
b)
De Romeinen
c)
De Feniciërs
d)
De Perzen 
9.
Wat is een afzetgebied?
a)
Een gebied waar veel te hoge prijzen gevraagd worden.
b)
Een gebied waar handelaren hun spullen kunnen verkopen.
c)
Een markt.
d)
Een gebied waar je niet mag komen. 
10.
Welke groep vormde de hoogste sociale laag in Athene?
a)
De vreemdelingen.
b)
De mannen die in de stadstaat geboren waren.
c)
De vrouwen.
d)
De slaven.
11.
Slavernij was voor de Grieken heel normaal. 
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
12.
Wat was de laagste sociale laag in de Spartaanse samenleving? 
a)
De slaven 
b)
De vrouwen 
c)
De omwonenden 
d)
De overwonnenen 
13.
Slaven waren voor de Grieken leuk om te bezitten, maar niet echt belangrijk. 
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
14.
De agora was de plek waar alleen maar politiek bedreven werd. 
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist.
15.
In de verhalen over de oude Griekse koningen spelen de Goden een belangrijke rol.
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
16.
Hoe noemen we de manier van besturen waarbij een kleine groep mensen de macht heeft? 
a)
monarchie
b)
democratie
c)
aristocratie
d)
tirannie
17.
Hoe noemen we de manier van besturen waarbij één persoon niet helemaal legaal aan de macht gekomen is.
a)
monarchie
b)
aristocratie
c)
democratie
d)
tirannie
18.
Welke bestuursvorm kwam tot de 8e eeuw v.Chr. het meeste voor in de Griekse wereld?
a)
monarchie
b)
aristocratie
c)
democratie
d)
tirannie
19.
Welke polis werd als eerste een democratie?
a)
Sparta 
b)
Athene
c)
Corinthe 
d)
Thebe
20.
Alle tirannen waren alleen maar uit op veel macht voor zichzelf. 
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
21.
Het was in de volksvergadering belangrijk om een goede spreker te zijn. 
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
22.
Hoeveel burgers moesten er bij belangrijke beslissingen minstens aanwezig zijn in de Atheense volksvergadering? 
a)
1000
b)
2500
c)
3500
d)
6000
23.
Hoe ging men in Athene om met mannen die toch teveel macht voor zichzelf wilden?
a)
Deze mannen werden gevangen gezet. 
b)
Deze mannen werden vermoord.
c)
Deze mannen werden verbannen uit de polis.
d)
Deze mannen werd het burgerschap ontnomen. 
24.
Wanneer kwam je in aanmerking voor het Atheense burgerschap? 
a)
Als je geboren was in Athene.
b)
Als je vader geboren was in Athene.
c)
Als je beide ouders in Athene geboren waren. 
d)
Als je langer dan tien jaar in Athene woonde. 
25.
Hoe dachten geleerden als Socrates en Plato over de democratie.
a)
Zij vonden het positief dat het volk invloed kreeg op het bestuur.
b)
Invloed voor alle burgers is goed voor de kwaliteit van het bestuur.
c)
Ze twijfelden of het gewone volk wel de juiste beslissingen kon nemen. 
d)
Ze vonden dat er beter één persoon aan de macht kon zijn. 
26.
Heldenverhalen noemen we ook wel...
a)
Mythen 
b)
Sagen
c)
Legenden
27.
Godenverhalen noemen we ook wel...
a)
Mythen 
b)
Sagen 
c)
Legenden
28.
Wonderlijke verhalen noemen we ook wel...
a)
Mythen 
b)
Sagen
c)
Legenden
29.
Wat was voor de Grieken een barbaar?
a)
Iemand met een slechte kledingsmaak.
b)
Iemand die geen Grieks sprak. 
c)
Iemand met slechte gewoontes.
d)
Iemand die niet kon lezen. 
30.
Wie was de Griekse oppergod?
a)
Zeus
b)
Poseidon
c)
Ares
d)
Hades
31.
Wie schreef de heldenverhalen Ilias en Odyssee?
a)
Socrates
b)
Plato
c)
Homerus
d)
Herodotus
32.
Welke god was de broer van Zeus?
a)
Apollo
b)
Poseidon
c)
Ares
d)
Demeter
33.
Wat was de taak van de god Poseidon?
a)
God van de zeeën.
b)
God van de onderwereld.
c)
God van de wijsheid.
d)
God van de kunsten. 
34.
Wie was de god van de krijskunst? 
a)
Athena
b)
Aphrodite
c)
Hera
d)
Apollo
35.
In welke stad stond een bekend orakel waar de Grieken naartoe gingen om de Goden om raad te vragen?
a)
Athene
b)
Sparta
c)
Delphi
d)
Corinthe
36.
Welke god was ervoor verantwoordelijk wanneer het onweerde?
a)
Poseidon
b)
Zeus
c)
Hades
d)
Apollo
37.
Met welke tak van wetenschap hield Hippokrates zich bezig?
a)
geschiedenis
b)
natuurkunde
c)
geneeskunde 
d)
sterrenkunde
38.
Welke wetenschapper onderzocht als eerste de geschiedenis?
a)
Pythagoras
b)
Herodotus
c)
Ptolemaeus
d)
Hippokrates
39.
"Kennis ontstaat niet door waarneming," bij wie past deze uitspraak?
a)
Socrates 
b)
Plato
c)
Aristoteles
40.
"Ik weet dat ik niets weet," bij wie past deze uitspraak?
a)
Socrates
b)
Plato
c)
Aristoteles
41.
Plato redeneerde dat mensen de werkelijkheid vormen aan de hand van algemene ideeën. 
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
42.
Eratosthenes was degene die de omtrek van de aarde berekende. 
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
43.
Artsen leggen tegenwoordig nog steeds de eed van Pythagoras af.
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
44.
Aristoteles vond dat wetenschap moest beginnen met waarneming.
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
45.
Socrates werd door alle Grieken als een held gezien. 
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
46.
Het schervengericht is het proces dat bepaald of iemand verbannen wordt uit een stad.
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
47.
Een inwoner van een stad wordt ook wel burger genoemd. 
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
48.
Het maken van ambachtelijke producten noemen we ook wel nijverheid. 
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist. 
49.
Filosofie wordt tegenwoordig ook wel wijsbegeerte genoemd. 
a)
Deze zin is juist. 
b)
Deze zin is onjuist. 
50.
Een manier van besturen waarbij een koning aan de macht is noemen we tirannie.
a)
Deze zin is juist.
b)
Deze zin is onjuist.