NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsOntw. psychologie adolescent HC4
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Zelfconcept staat voor de evaluatie van onszelf op verschillende dimensies.
a)
JA
b)
NEE
2.
Erikson ziet identiteit als samenhangende waarden, doelen en ideeen die weergeven wie jij bent.
a)
JA
b)
NEE
3.
Het zelfconcept wordt in de adolescentie steeds abstracter, maar ook minder realistisch.
a)
JA
b)
NEE
4.
Zelfwaardering en schoolprestaties zijn gecorreleerd aan elkaar.
a)
JA
b)
NEE
5.
Wanneer een ouder inductieve discipline gebruikt leidt dit tot een lagere zelfwaardering.
a)
JA
b)
NEE
6.
Een adolescent in de identity diffusion status is volgens Marcia op dit moment aan het worstelen met identiteitskwesties en aan het exploreren.
a)
JA
b)
NEE
7.
Wanneer een volwassen-identiteit is bereikt blijft deze altijd in de achievement status.
a)
JA
b)
NEE
8.
Religieuze betrokkenheid leidt bij een adolescent vaker tot een foreclosure status in het paradigma van Marcia.
a)
JA
b)
NEE
9.
Controversiele adolescenten worden door weinig leeftijdsgenoten geaccepteerd en zijn sociaal teruggetrokken.
a)
JA
b)
NEE
10.
De groep verworpen adolescenten kan worden onderverdeeld in agressief-verworpen en onderworpen-verworpen adolescenten.
a)
JA
b)
NEE
Reset
