Worksheetswoordsoorten
Total questions: 9
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Hoe noemen we werkwoorden die in de verleden tijd veranderen van klank?
a)
Sterke werkwoorden
b)
Zwakke werkwoorden
c)
Stomme werkwoorden
d)
Krachtige werkwoorden
2.
Hoe controleer je of een woord een zelfstandig naamwoord is?
a)
Daar moet je goed over nadenken
b)
Je kunt er 'de' of 'het' voor zetten
c)
Het is iets dat je kunt doen
d)
Het is altijd een ding
3.
Welk van deze woorden is een werkwoord?
a)
de voetballer
b)
voetballen
c)
de voetbal
d)
de fietsen
4.
Hoeveel lidwoorden zijn er.
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
5.
Een zelfstandig naamwoord is bijvoorbeeld
a)
Boom en vis
b)
Voetballen en fietser
c)
Zes en de
6.
Benoem de woordsoort:
We hebben geen geld.
We hebben geen geld.
a)
werkwoord
b)
zelfstandig naamwoord
c)
bijvoeglijk naamwoord
d)
voornaamwoord
7.
Wat is geen vragend voornaamwoord
a)
wat
b)
wie
c)
waarom
d)
wat voor een
wat voor een
8.
Welk woord is een aanwijzend voornaamwoord?
a)
zulke
b)
de
c)
daar
d)
hier
9.
Wat is het vragend voornaamwoord in de zin: Ik weet nu nog niet wie er deze zondag op mijn verjaardag komen.
a)
ik
b)
wie
c)
deze
d)
mijn
100 %
