NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWerkwoordspelling t.t.
Total questions: 16
Worksheet time: 8mins
Name
Class
Date
1.
Welk ww?
Isa en Lisa ___________ op straat
Isa en Lisa ___________ op straat
a)
lopen
b)
loopen
c)
loppen
d)
loopt
2.
Welk ww?
Nico ___________ naar de overkant.
Nico ___________ naar de overkant.
a)
zwemmen
b)
zwemt
c)
zwem
d)
zwemmt
3.
Welk ww?
Nico en Rico ___________ naar de overkant.
Nico en Rico ___________ naar de overkant.
a)
zwemmen
b)
zwemt
c)
zwem
d)
zwemmt
4.
Welk ww?
Vandaag ___________ mijn moeder met papa.
Vandaag ___________ mijn moeder met papa.
a)
danst
b)
dansen
c)
dans
5.
Welk ww?
Jan ___________ op straat twee katten rennen.
Jan ___________ op straat twee katten rennen.
a)
siet
b)
zie
c)
zien
d)
ziet
6.
Welk ww?
Er ____________ twee katten over straat
Er ____________ twee katten over straat
a)
lope
b)
lopen
c)
loope
d)
loop
7.
Welk ww?
Ik ____________ een brief naar mijn opa en oma.
Ik ____________ een brief naar mijn opa en oma.
a)
schrijft
b)
schijrf
c)
schrijf
d)
schrijven
8.
Welk ww?
Hugo __________________ een berichtje op een verjaardagskaart
Hugo __________________ een berichtje op een verjaardagskaart
a)
schrijft
b)
schijrf
c)
schrijf
d)
schrijven
9.
Welk ww?
Lisa ______________ op de trein naar Amsterdam.
Lisa ______________ op de trein naar Amsterdam.
a)
wacht
b)
wachtt
c)
wachten
d)
wagt
10.
Welk ww?
Wij ____________________ een lief berichtje op de kaart.
Wij ____________________ een lief berichtje op de kaart.
a)
schrijfen
b)
schrijven
c)
schrijf
d)
schrijft
11.
Welk ww?
Hij _________________ vandaag 80 jaar!
Hij _________________ vandaag 80 jaar!
a)
word
b)
wordt
c)
worden
d)
wort
12.
Welk ww?
Het brooddeeg is aan het ________________.
Het brooddeeg is aan het ________________.
a)
rijzen
b)
reizen
c)
rijsen
d)
reisen
13.
Welk ww?
Papa en mama __________________ met het vliegtuig naar Amerika.
Papa en mama __________________ met het vliegtuig naar Amerika.
a)
reizen
b)
reist
c)
rijzen
d)
reis
14.
Welk ww?
Ik _______________ vandaag per trein.
Ik _______________ vandaag per trein.
a)
rijs
b)
reis
c)
reiz
d)
reizen
15.
Welk ww?
Ik _____________ spelling soms best lastig.
Ik _____________ spelling soms best lastig.
a)
vinden
b)
vindt
c)
vind
16.
Welk ww?
Het vogeltje _____________ een mooi liedje.
Het vogeltje _____________ een mooi liedje.
a)
fluiten
b)
fluit
c)
fluitt
Reset
