wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zelfstandige naamwoorden

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.
Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een...
a)
mens, dier of auto
b)
mens, dier of ding
2.
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Aan het hek hangt een brief.
a)
het hek, een brief
b)
hek, brief
3.
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Op de drukke kruising toetert een auto.
a)
toetert, auto
b)
kruising, auto
4.
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Jeroen fietst sneller dan zijn vrienden.
a)
Jeroen, vrienden
b)
fietst, vrienden
5.
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Kijk goed uit bij het zebrapad.
a)
zebrapad
b)
het zebrapad
6.
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Veeg je vieze voeten op de mat.
a)
voeten, mat
b)
veeg, voeten, mat
7.
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
De jongens voetballen op het grote grasveld.
a)
jongens, grasveld
b)
grasveld, voetballen
8.
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Ik heb een nieuwe voetbal.
a)
nieuwe
b)
voetbal
9.
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Op de stoep loopt een mooie kat.
a)
stoep, kat
b)
de, een
10.
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden in deze zin?
Aan het eind van de straat is mijn huis.
a)
eind, straat, huis
b)
straat, huis