Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Allergieën

Total questions: 20

Worksheet time: 2hrs 40mins

Name
Class
Date
1.
Wat is een allergie?
a)
reactie van het lichaam op stoffen, waar normaal niet op gereageerd wordt
b)
reactie van het lichaam op stoffen, waar mensen normaal ook op reageren.
2.
wat is hyperreactiviteit?
a)
gevoeliger reageren op stoffen waar iedereen op reageert.
b)
gevoeliger reageren op stoffen waar niemand normaal op reageerd
3.
wat zijn allergenen?
a)
prikkels, stoffen die in staat zijn bij bepaalde mensen een allergische reactie op te wekken.
b)
prikkels, stoffen die in staat zijn bij iedereen een allergische reactie op te wekken.
4.
Wat is atopie?
a)
erfelijke aanleg voor een allergie.
b)
niet erfelijke aanleg voor een allergie
5.
Atopisch syndroom is een combinatie van drie uitingsvormen, welke 3?
a)
constitutioneel eczeem, hooikoorts, astma
b)
eczeem, astma, huisstofmijtallergie
c)
constitutioneel eczeem, astma, voedselallergie
6.
Wat is de antistof bij een allergische reactie?
a)
IGG
b)
IGM
c)
IgE
7.
waar bevinden zich mestcellen?
a)
in de slijmvliezen van de luchtwegen en van de maag. Ook in de huid
b)
in de slijmvliezen van de luchtwegen en van het maag-darm kanaal. Ook in de huid.
8.
noem de twee typen allergie.
a)
directe allergie / type I allergie & vertraagde allergie / type IIallergie
b)
directe allergie / type I allergie & vertraagde allergie / type IV allergie
9.
Wat is allergische rhinitis?
a)
vorm van hooikoorts. oogslijmvliezen zijn geprikkeld door een allergeen.
b)
vorm van hooikoorts. neusslijmvliezen zijn geprikkeld door een allergeen.
10.
wat is allergische conjuctivitis?
a)
vorm van hooikoorts. oogslijmvliezen zijn geprikkeld door een allergeen.
b)
vorm van hooikoorts. neusslijmvliezen zijn geprikkeld door een allergeen.
11.
netelroos
a)
uitlokkende factor: voedsel. enige klacht: hevige jeuk
b)
Uitlokkende factor: contactallergie enige klacht: pijn op 1 plek
12.
welke 3 stoffen zitten in een anafylaxieset?
a)
adrenaline, histamine-afgifteremmers en corticosteroïd
b)
adrenaline, anti-histaminicum en corticosteroïd
13.
wat doet adrenaline?
a)
vernauwt bloedvaten -> verhoogd bloeddruk
b)
verwijd bloedvaten -> verlaagd bloeddruk
14.
antihistaminicum
a)
stoffen die aangrijpingsplaatsen van histamine blokkeren. 
b)
werkt remmend op de afgifte van histamine
c)
onderdrukt de heftigheid van de reactie
15.
histamine-afgifteremmers
a)
blokkeert de aangrijplaatsen van histamine
b)
werkt remmend op de afgifte van histamine
c)
onderdrukt de heftigheid van de reactie
16.
corticosteroïd 
a)
blokkeert de aangrijpplaatsen van histamine
b)
werkt remmend op de afgifte van histamine
c)
onderdrukt de heftigheid van de reactie
17.
wat is een kruisallergie?
a)
als je voor het ene allergisch bent, ben je zeker ook allergisch voor het andere.
b)
als je voor het ene allergisch bent, bestaat er een grote kans dat je ook allergisch bent voor het andere.
18.
bloedonderzoek
a)
phadiatop is welke IgE's en RAST-test is zijn er IgE's
b)
phadiatop is zijn er IgE's en RAST-test is welke IgE's
19.
huidpriktest
a)
allergeen wordt in de huid geprikt, reactie na ongeveer 24 uur.
b)
allergeen wordt in de huid geprikt, reactie binnen een half uur.
20.
plakproef / lapjesproef
a)
allergenen worden op de huid geplakt, reactie na 2 dagen
b)
allergenen worden op de huid geplakt, reactie binnen een uur