wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kruisingen oefenen H3

Total questions: 10

Worksheet time: 50mins

Name
Class
Date
1.
Bij het gen van oogkleur is bruin dominant over blauwe ogen. Harm zijn vader heeft blauwe ogen, terwijl Harm zelf bruine ogen heeft.
Is Harm heterozygoot of homozygoot voor oogkleur?
a)
heterozygoot
b)
homozygoot
c)
allebei
2.
Het kunnen rollen van je tong (afbeelding) is afhankelijk van de aanwezigheid van een dominant gen.
Een zwangere moeder, die haar tong niet kan rollen, krijgt een kind met een vader die dit wel kan. Deze vader is heterozygoot voor deze eigenschap.
Hoe groot is de kans dat hun kind later kan tongrollen?
a)
0%
b)
25%
c)
50%
d)
100%
3.
Bij cavia's is korte haren dominant over lange haren.
Twee heterozygote cavia's paren met elkaar en krijgen jongen.
Welke verhouding in fenotypes verwacht je bij de nakomelingen?
a)
100% lange haren
b)
100% korte kar
c)
25% lange haren / 75% korte haren
d)
25% korte haren / 75% lange haren
4.
Bij katten is het gen voor een gevlekte vacht (R) dominant over dat voor een ongevlekte vacht (r). Een vrouwtje met gevlekte vacht krijgt nakomelingen van een mannetje met gevlekte vacht. Onder de jongen zijn dieren met een gevlekte vacht en dieren met een ongevlekte vacht. Wat zijn de genotypen van de ouderdieren?
a)
Rr x rr
b)
rr x rr
c)
Rr x Rr
d)
Rr x RR
5.
In vier celkernen van mensen zitten de volgende geslachtschromosomen:
Celkern 1: XX
Celkern 2: X
Celkern 3: XY
Celkern 4: Y
Welke celkern (nummer noemen) kan van een darmcel van een man zijn?
a)
1
b)
2
c)
3
d)
4
6.
Bij een dier zijn de volgende eigenschappen bekend:
A = krullend haar
a = sluik haar
Bij welke kruising is de kans het grootst op zoveel mogelijk jongen met sluik haar?
a)
Aa x aa
b)
Aa x Aa
c)
AA x aa
d)
AA x Aa
7.
De Manx is een staartloze kat. De eigenschap staartloos is het gevolg van het dominante gen A.
Voor fokkers van dit ras doet zich het volgende probleem voor: homozygoot staartloze jongen zijn niet levensvatbaar. Ze sterven voor de geboorte.
Wat is het genotype van een levende staartloze kat?
a)
aa
b)
Aa
c)
AA
d)
AA of aa
8.
Bij rundvee is zwartbont dominant over roodbont (zwartbont = Z en roodbont = z). Uit twee zwartbonte ouders ontstaat een roodbont kalf. Welke genotypes hebben de ouders dan?
a)
ZZ en ZZ
b)
Zz en zz
c)
Zz en Zz
d)
ZZ en Zz
9.
Krullend haar (A) is dominant boven sluik haar (a). Wat is de fenotypeverhouding in de F1-fase, bij de kruising: Aa * aa?
a)
3 krullend haar en 1 sluik haar
b)
2 krullend haar 2 sluik haar
c)
1 krullend haar en 3 sluik haar
d)
4 krullend haar en 0 sluik haar
10.
Een fruitvlieg met een zwart lichaam wordt gekruist met een fruitvlieg met een grijs lichaam. Alle individuen van de F1 zijn grijs. Deze F1-individuen worden onderling gepaard.
Van de 113 individuen van de F2 zijn er 84 grijs en 29 zwart.
Hoeveel van de 84 grijze individuen van de F2 zullen er, naar verwachting, heterozygoot zijn
a)
28
b)
42
c)
56
d)
alle 84