NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheetsgeraamte
Total questions: 12
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
Welke nummers is het borstbeen aangeven?
a)
4
b)
7
c)
8
d)
9
2.
Met welke nummer wort wervelkolom aangeven?
a)
4
b)
10
c)
15
d)
16
3.
Wat is nummer 23?
a)
opperarmbeen
b)
spaakbeen
c)
kuitbeen
d)
scheenbeen
4.
Met welke nummer word handwortelbeentjes aan gegeven?
a)
17
b)
18
5.
Met welke nummer wordt sleutelbeen aangeven?
a)
3
b)
4
c)
5
d)
6
6.
Met welke nummer word opperarmbeen aangeven?
a)
6
b)
9
c)
14
d)
20
7.
Welke nummer wordt het ellepijp aangeven?
a)
13
b)
14
8.
Met welke nummer wordt het middenvoetsbeentje aangeven?
a)
24
b)
25
c)
26
d)
27
9.
Wat is nummer 15?
a)
heupbeen
b)
staartbeen
c)
heiligbeen
10.
Waar bestaat bot uit?
a)
zouten en lijmstof
b)
kalk en mineralen
c)
kalk en houtlijm
d)
kalk en lijmstof
11.
Welke nummer is het schouderblad?
a)
4
b)
5
c)
6
d)
7
12.
Wat is de functie kalk en lijmstof?
a)
zacht en soepel
b)
hard en soepel
c)
stevigheid en zacht
d)
stevigheid en soepel
Reset
