WorksheetsGroep 8 IVV Energie
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
Wat is de energiebron van onderstaand plaatje?
a)
Electriciteit
b)
Benzine
c)
Water
d)
Zon
2.
Wat is de energiebron van onderstaand plaatje?
a)
Electriciteit
b)
Benzine
c)
Water
d)
Zon
3.
Door wat voor bron kan een vogel vliegen?
a)
Eten
b)
Licht
c)
Elektriciteit
d)
Water
4.
Welk apparaat hieronder maakt gebruik van elektriciteit als bron?
a)
Een televisie
b)
Een fiets
c)
Een step
5.
In een energiecentrale kan ........ worden gebruikt als brandstof om water in een ketel te verwarmen.
Wat moet er op de plaats van .... staan?
Wat moet er op de plaats van .... staan?
a)
Olie
b)
Elektriciteit
c)
Dynamo
d)
Hoogspanningsmasten
6.
Door water in een ketel te verwarmen ontstaat er ......
Wat moet er op de plaats van .... staan?
Wat moet er op de plaats van .... staan?
a)
Olie
b)
Stoom
c)
Dynamo
d)
Hoogspanningsmasten
7.
Stoom komt tegen sloepen op een ...... aan die daardoor gaat draaien.
Wat moet er op de plek van .....?
Wat moet er op de plek van .....?
a)
Olie
b)
Stoom
c)
Dynamo
d)
Hoogspanningsmasten
8.
Doordat een dynamo gaat draaien wordt ...... opgewekt.
Wat moet er op de plek van .......?
Wat moet er op de plek van .......?
a)
Olie
b)
Stoom
c)
Elektriciteit
d)
Hoogspanningsmasten
9.
Stroom gaat vanuit de fabriek het hele land door via....
a)
Olie
b)
Stoom
c)
Elektriciteit
d)
Hoogspanningsmasten
10.
Voordat de stroom de huizen ingaat wordt de spanning kleiner gemaakt. Waarin gebeurt dat?
a)
In de fabriek.
b)
In de meterkast
c)
In een transformatorhuisje
d)
In de accu
11.
"We moeten voorzichtig omgaan met deze brandstof, hij kan namelijk op raken."
Gaat deze uitspraak over....
Gaat deze uitspraak over....
a)
Duurzame energiebronnen
b)
Fossiele brandstoffen als energiebronnen
12.
"Door gebruik te maken van wat er in grote hoeveelheden is, en het feit dat het nooit opgaat, zorgt ervoor dat dit een goede bron van energie is."
Gaat deze uitspraak over....
Gaat deze uitspraak over....
a)
Duurzame energiebronnen
b)
Fossiele brandstoffen als energiebronnen
13.
Waardoor weet je welk apparaat het meeste stroom gebruikt.
a)
Door het voltage
b)
Door het wattage
c)
Door de kleur
d)
Door het aantal mogelijkheden van het apparaat.
14.
Zonnepanelen werken alleen als de zon schijnt.
a)
Waar
b)
Niet waar
15.
Zonnepanelen maken energie
a)
Waar
b)
Niet waar
16.
Zonneboilers maken kokend water.
a)
Waar
b)
Niet waar
17.
Zonneboilers maken warm water.
a)
Waar
b)
Niet waar
18.
Door vaker de fiets te nemen in plaats van de auto zorg je voor...
a)
Het minder gebruik maken van fossiele brandstoffen.
b)
Het minder gebruik maken van duurzame energiebronnen
c)
Geen van beiden.
19.
Brandt het lampje (rondje met X erin) in deze stroomkring?
a)
Ja
b)
Nee
20.
Wat is een voordeel van kernenergie.
a)
Je kunt grote hoeveelheden energie maken zonder dat de lucht of het water wordt vervuild.
b)
Er blijft helemaal geen afval achter bij het maken van kernenergie.
100 %
