wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

SPQR Les 10 en 12

Total questions: 25

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Wat betekent a(b)+abl.?
a)
1. van(af); 2. door
b)

1. ver (weg);
2. verreweg
c)
1. door(heen); 2. over(heen)
d)
1. want; 2. immers
2.
Wat betekent tenēre?
a)
hangen
b)
vasthouden
c)
verwonden
d)
aanvallen
3.
Wat betekent umbra?
a)
lichaam
b)
schaduw
c)
voet, poot
d)
mens, man
4.
Wat kan per+acc. niet betekenen?
a)
door(heen)
b)
gedurende
c)
over(heen)
d)
vanaf
5.
Wat betekent petere?
a)
voortgaan, lopen
b)
aanvallen
c)
hangen
d)
vasthouden
6.
Wat is de stam van het woord corpus?
a)
corp-
b)
corpu-
c)
corpor-
d)
corpit-
7.
Wat is de stam van het woord pes?
a)
pes-
b)
ped-
c)
pet-
d)
pec-
8.
In welke groep zit het woord vinum?
a)
groep 1, zoals femina
b)
groep 2, zoals servus
c)
groep 2, zoals templum
d)
groep 3, zoals rex
9.
In welke groep zit het woord agmen?
a)
Groep 1, zoals femina
b)
Groep 2, zoals puer
c)
Groep 3, zoals rex
d)
Groep 3, zoals nomen
10.
Welke woordsoort is enim?
a)
Zelfstandig naamwoord
b)
Bijvoeglijk naamwoord
c)
Bijwoord
d)
Voegwoord
11.
Welke woordsoort is ab?
a)
Voegwoord
b)
Bijwoord
c)
Voorzetsel
d)
Werkwoord
12.
Welke woordsoort is caput?
a)
Zelfstandig naamwoord
b)
Voegwoord
c)
Bijwoord
d)
Voorzetsel
13.
Wat is de praesensstam van parare?
a)
par-
b)
para-
c)
pare-
d)
pari-
14.
Wat is de perfectumstam van dicere?
a)
dix-
b)
dixi-
c)
dic-
d)
dici-
15.
Wat is de praesensstam van regere?
a)
reg-
b)
rege-
c)
regi-
d)
rega-
16.
Wat is de perfectumstam van cadere?
a)
cecid-
b)
cecidi-
c)
cedi-
d)
ced-
17.
Wat is de perfectumstam van respondēre?
a)
respond-
b)
respondi-
c)
responde-
d)
respons-
18.
Wat is de perfectumstam van esse?
a)
fu-
b)
potu-
c)
f-
es-
d)
pot-
19.
Rexi is het perfectum van...
a)
ridēre: lachen
b)
regere: leiden, besturen
c)
ducere: leiden, brengen
d)
dicere: zeggen
20.
Risi is het perfectum van...
a)
regere: besturen, leiden
b)
ridēre: lachen
c)
esse: zijn
d)
respondēre: antwoorden
21.
Wat betekent cedere?
a)
vallen
b)
aan de kant gaan
c)
wedstrijd
d)
blijven staan
22.
Wat betekent satis?
a)
genoeg
b)
gisteren
c)
vaak
d)
onrecht
23.
Wat betekent postquam?
a)
nadat
b)
onrecht
c)
pf. van posse: kunnen
d)
klaarmaken
24.
Wat is de stam van het woord certamen?
a)
certam-
b)
certamen-
c)
certa-
d)
de juiste stam staat er niet bij.
25.
Welk woord past niet bij de andere drie?
a)
vici
b)
rexi
c)
tetigi
d)
heri