WorksheetsWet op de handelspraktijken
Total questions: 20
Worksheet time: 17mins
Name
Class
Date
1.
Is de prijs hier juist aangeduid?
a)
Ja, de prijs is juist aangeduid.
b)
Neen, de prijs is niet juist aangeduid.
2.
Een kapsalon hoeft haar prijzen niet vooraf kenbaar te maken.
a)
Dit klopt, want een kapsalon is een homogene dienst.
b)
Dit klopt niet, want een kapsalon is een niet-homogene dienst.
c)
Dit klopt niet, want een kapsalon is een homogene dienst.
d)
Dit klopt, want een kapsalon is een niet-homogene dienst.
3.
Niet-homogene diensten zijn diensten met specifieke kenmerken waardoor het niet mogelijk is om een tarief aan te duiden.
a)
Waar.
b)
Niet waar.
4.
Verkopen met verlies is verboden in België.
a)
Neen, het is legaal om te verkopen met verlies.
b)
Het is verboden om te verkopen met verlies, maar er bestaan enkele uitzonderingen.
c)
Je mag altijd verkopen met verlies.
d)
In bepaalde regio's van België mag je verkopen met verlies, in andere niet.
5.
Indien je zaak failliet verklaard is, mag je uitverkopen.
a)
Waar.
b)
Niet waar.
6.
Indien je het beu bent om te werken, mag je uitverkopen.
a)
Waar.
b)
Niet waar.
7.
Wanneer de eigenaar van het kapsalon waar ik werk sterft, mag er een uitverkoop gebeuren.
a)
Waar.
b)
Niet waar.
8.
De tweede soldenperiode is van 1 augustus - 31 augustus.
a)
Er bestaat geen tweede soldenperiode.
b)
Ja, dit klopt.
c)
Neen, de tweede soldenperiode is van 1 september - 30 september.
d)
Neen, de tweede soldenperiode is van 1 juli tot 31 juli.
9.
De soldenperiode is een periode die tweemaal per jaar voorkomt waarin ondernemingen mogen verkopen aan sterk verlaagde prijzen.
a)
Waar.
b)
Niet waar.
10.
De sperperiode is een synoniem voor...
a)
Soldenperiode
b)
Uitverkoop
c)
Pre-soldenperiode
d)
Verkopen met verlies
11.
De sperperiode duurt...
a)
Een week
b)
Twee weken
c)
Drie weken
d)
Een maand
12.
De eerste sperperiode start op 4 december.
a)
Waar
b)
Niet waar
13.
Wanneer je een product enkel samen kan kopen met een ander product, is er sprake van...
a)
Een waardebon
b)
Solden
c)
Een koppelverkoop
d)
Verkopen op afstand
14.
Wanneer het bedrag dat wordt terugbetaald niet op de waardebon vermeld staat, is de waardebon ongeldig.
a)
Waar
b)
Niet waar
15.
Je wil een iPhone kopen maar je moet je ook aansluiten bij een gsm-abonnement van Orange.
a)
Dit is een voorbeeld van een gezamenlijke aanbieding.
b)
Dit is een voorbeeld van oneerlijke handelspraktijken.
c)
Dit is een voorbeeld van een verkoop op afstand.
d)
Dit is een voorbeeld van verkopen met verlies.
16.
Wanneer je de haren van een klant knipt, is er sprake van een verkoop op afstand.
a)
Waar
b)
Niet waar
17.
Bij verkopen op afstand...
a)
Is er geen sprake van gelijktijdige psychische aanwezigheid van de verkoper en de consument.
b)
Is er sprake van gelijktijdige fysische aanwezigheid van de verkoper en de consument.
c)
Is er geen sprake van gelijktijdige fysische aanwezigheid van de verkoper en de consument.
d)
Is er sprake van gelijktijdige psychische aanwezigheid van de verkoper en de consument.
18.
Duid de stelling aan die klopt.
a)
Bij een verkoop op afstand heb je 30 dagen de tijd om je te bedenken.
b)
Bij een verkoop op afstand heb je 14 dagen de tijd om je te bedenken.
c)
Bij een verkoop op afstand heb je 10 dagen de tijd om je te bedenken.
d)
Bij een verkoop op afstand heb je geen bedenktijd.
19.
Ik mag een beschadigde stijltang verkopen met verlies.
a)
Waar.
b)
Niet waar.
20.
Een verkoop met verlies is...
a)
Een verkoop waarbij je een product verkoopt aan een prijs die lager is dan de aankoopprijs.
b)
Een verkoop waarbij je een product verkoopt aan een prijs die hoger is dan de aankoopprijs.
c)
Een verkoop waarbij je een product verkoopt en geld geeft aan de consument.
d)
Een verkoop waarbij je een product verkoopt aan de aankoopprijs.
100 %
