Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal A1

Total questions: 10

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
Ik heb 6 potloden.
Er komen 2 potloden bij,
Hoeveel potloden heb ik nu?
a)
12
b)
8
c)
4
d)
3
2.
Ik heb 100 boeken op voorraad.
Ik verkoop 10 boeken en ik koop er 15 in.
Hoeveel boeken heb ik nu op voorraad?
Verkopen is:  -
Inkopen is:  +
Voorraad: het aantal boeken dat ik heb.
a)
105
b)
125
c)
75
d)
95
3.
In een voetbalstadium kunnen 50 000 mensen. Tijdens een wedstrijd zijn er 13 000 lege plekken.
Hoeveel volle plekken zijn er?
Vol en leeg.
a)
53000
b)
27000
c)
63000
d)
37000
4.
Ik heb 10 dozen met potloden op voorraad.
Ik bestel 15 dozen met potloden.
Wat is nu mijn voorraad?
Hoeveel dozen met potloden heb ik nu?
a)
25
b)
5
c)
150
d)
Weet niet, want hoeveel potloden passen in een doos?
5.
Een doos bevat 15 koekjes.
Ik heb 10 dozen.
Hoeveel koekjes heb ik?
(bevatten, hoeveel zit er in, herbergen, bedragen, inhouden)
a)
150
b)
15
c)
5
d)
Ik heb te weinig gegegevns
6.
Een voetbalteam bestaat uit 11 spelers en 3 reservespelers.
De club heeft 112 spelers (voetballers).
Hoeveel teams kan de club opstellen?
Opstellen: maken, vormen.
a)
Kun je niet weten.
b)
10
c)
8
d)
126
7.
Henok is groter dan Ahmed. Samuel is groter dan Ahmed.
Wie is het grootst?
a)
Henok
b)
Samuel
c)
Ahmed
d)
Te weinig informatie
8.
Bianka en Eva hebben samen 15 pinda´s. Mona heeft geen pinda´s.
De drie meisjes delen de pinda,s met elkaar. Hoeveel pinda´s heeft Mona?
a)
3
b)
15
c)
10
d)
5
9.
Diana heeft 20 nootjes op een schaal gelegd.  Johannes pakt 3 nootjes.
Peter en Jesper pakken ieder 4 nootjes.
Hoeveel nootjes houd Diana over?
(overhouden, overhebben, hoeveel heb je nog, het aantal dat je nog hebt)
a)
13
b)
9
c)
Er zijn niet genoeg over.
d)
27
10.
Gisteren ging ik 4 uren naar school.
Vandaag ging ik 3 uren naar school.
Morgen ga ik 5 uren naar school.
Hoeveel uren les heb ik samen?
 
a)
60
b)
12
c)
2
d)
4