NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsKanker H4
Total questions: 11
Worksheet time: 6mins
Name
Class
Date
1.
Waarom is kanker zo lastig te behandelen?
a)
Het is vaak erg agressief en te snel.
b)
Het ontstaat uit cellen die afkomstig zijn van het eigen lichaam. Lastig te herkennen voor afweersysteem of medicatie.
c)
Er zijn te weinig behandelmethode
2.
Wat is apoptose?
a)
Uitzaaiing van kankercellen.
b)
Geprogrammeerde celdood.
c)
Het niet functioneren van witte bloedcellen.
d)
Een ander woord voor mutatie.
3.
Hoe kun je het risico op het krijgen van kanker verkleinen?
a)
Matig met koolhydraten.
b)
Matig met eiwit.
c)
Matig met alcohol.
d)
Matig met water.
4.
Wat is het verschil tussen een goed en een kwaadaardig gezwel?
a)
Van een goedaardig gezwel krijg je geen tumor.
b)
Een goedaardig gezwel zaait niet uit.
c)
Een goedaardig gezwel wordt nooit behandeld.
d)
Een goedaardig gezwel zit nooit andere weefsels in de weg.
5.
Waarom hebben oudere mensen meer kans op kanker dan jongere mensen?
a)
Ze zijn zwakker en daarom vatbaarder om kanker te krijgen.
b)
Ze zijn ouder en hebben meer kans om te overlijden en dus ook op het krijgen van kanker.
c)
De kans dat er meerdere mutaties in één lichaamscel hebben plaatsgevonden wordt groter naarmate je ouder wordt.
6.
Wat is de beste verklaring voor onderstaand feit:
De hoeveelheid mensen die jaarlijks kanker krijgen neemt elk jaar toe.
De hoeveelheid mensen die jaarlijks kanker krijgen neemt elk jaar toe.
a)
De leefstijl wordt ongezonder.
b)
Mensen worden ouder en de leefstijl wordt ongezonder.
c)
Diagnostiek is beter, mensen worden ouder en de leefstijl wordt ongezonder.
d)
Door landelijk onderzoek worden meer mensen met kanker gediagnostiseerd.
7.
Waarom hebben blanke mensen een grotere kans op huidkanker?
a)
Zij zonnen gemiddeld vaker.
b)
Zij hebben minder pigment in hun huid en zijn daardoor minder goed beschermd.
c)
Zij hebben meer erfelijke aanleg voor het krijgen van huidkanker.
d)
Zij gebruiken andere zonnebrandcrème.
8.
Waarom valt vaak je haar uit en krijg je diarree van een chemokuur?
a)
Een chemokuur tast alle cellen aan, dus ook je haarzakjes en darmcellen.
b)
Een chemokuur tast deze cellen toevallig, naast kankercellen, ook aan.
c)
Een chemokuur tast alle snel delende cellen aan. Haarzakjes en darmcellen zijn snel delende cellen.
9.
Wat is de verhouding van mensen die gemiddeld in hun leven kanker krijgen?
a)
1 op de 5 mensen
b)
1 op de 4 mensen
c)
1 op de 3 mensen
d)
1 op de 2 mensen
10.
Wat is een voedingsmiddel dat het risico op het krijgen van kanker kan verkleinen?
a)
Donker fruit.
b)
Rood vlees.
c)
Bier.
d)
Bruin brood.
11.
Een bepaalde chemotherapie voorkomt dat er in tumorcellen nog DNA gevormd kan worden. Welke fase van de celcyclus wordt dan geblokkeerd?
a)
G1-fase
b)
S-fase
c)
G2-fase
d)
M-fase
Reset
