WorksheetsWV
Total questions: 91
Worksheet time: 59mins
Name
Class
Date
1.
wat is het snelst
a)
formule 1
b)
geluid
c)
licht
d)
niks hier van
2.
wat is geen bestaand ding
a)
uranium
b)
helium
c)
titanium
d)
malxium
3.
welke van deze is
niet een dier
niet een dier
a)
zee vleermuis
b)
zee slak
c)
zee geit
d)
zee hond
4.
wat is dna
a)
doe nooit algebra
b)
dans nooit als een aap
c)
desoxyribonucleine
zuur
zuur
d)
do no ap
5.
wat is goed voor je botten
a)
calcium
b)
huid
c)
melk
d)
groente
6.
wat is geen metaal
a)
aluminium
b)
titanium
c)
uranium
d)
helium
7.
wat is dit
a)
ijzer
b)
beryllium
c)
feryllium
d)
staal
8.
wat is daltonisme
a)
kleurenblindheid
b)
klein of groot zijn zoals de dalton
c)
niks
d)
dom zijn
9.
welke is nep?
a)
potassium
b)
manganese
c)
osium
d)
Vibranium
10.
welke is geen dier
a)
gordelmol
b)
Watusirund
c)
Zee Varken
d)
bobvis
11.
Waar is Isaac Newton bekend om geworden?
a)
Natuurwet voor licht
b)
Natuurwet voor snelheid
c)
Natuurwet voor zwaartekracht
12.
Hoe groter de massa, hoe meer zwaartekracht.
a)
Juist
b)
Onjuist
13.
Wanneer ontstond de wetenschappelijke revolutie?
a)
17e eeuw
b)
18e eeuw
c)
16e eeuw
d)
19e eeuw
14.
" De aarde draait om de zon" wie beweerde dit?
a)
Galileo Galilei
b)
Copernicus
15.
Nederlanders speelden een belangrijke rol in de wetenschappelijke revolutie
a)
onjuist
b)
juist
16.
Wat heeft Christiaan Huygens uitgevonden?
a)
Slingeruurwerk
b)
windmolens
c)
meetinstrumenten
17.
Wanneer werd het fluitschip uitgevonden?
a)
1596
b)
1597
c)
1695
d)
1595
18.
Geef van de volgende beschrijving het juiste begrip: "beschrijving van een regelmatig natuurverschijnsel"
a)
Natuurwet
b)
academie
c)
wetenschappelijke revolutie
d)
fluit
19.
Waar was het slingeruurwerk goed voor?
a)
kanonskogels
b)
fluit
c)
zaagmolens
d)
klokken
20.
Christiaan Huygens is directeur geweest van de koninklijke Franse Wetenschapsacademie
a)
Onjuist
b)
juist
21.
Hoe lang geleden is het heelal ontstaan?
a)
5 miljard jaar geleden
b)
10 miljard jaar geleden
c)
15 miljard jaar geleden
d)
20 miljard jaar geleden
22.
Een sterrenstelsel bestaat uit:
a)
Een verzameling van sterren
b)
Een verzameling van planeten
c)
Eén ster met daaromheen verschillende planeten
d)
Een groepje sterren die bij elkaar "in de buurt" zijn
23.
Waar komt het licht vandaag wat we bij een zeer heldere nacht aan de hemel kunnen zien? (zie afbeelding)
a)
De asteroïde gordel tussen Mars en Jupiter
b)
De andere planeten uit ons zonnestelsel
c)
de andere sterren uit ons sterrenstelsel
d)
Hele hoge sluiterbewolking
24.
Wat is de juiste volgorde van de planeten gezien vanuit de zon?
a)
Mercurius, Venus, Mars, Aarde, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus
b)
Mercurius, Venus, Mars, Aarde, Saturnus Jupiter, Uranus, Neptunus
c)
Neptunus, Uranus, Saturnus, Jupiter, Mars, Aarde, Venus, Mercurius
d)
Mercurius, Venus, Aarde, Mars Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus
25.
Waardoor komt het dat we op aarde seizoenen kennen?
a)
Doordat de as van de aarde onder een hoek staat
b)
Doordat de aarde draait om zijn as
c)
Doordat de aarde draait om de zon
d)
Doordat de baan die de aarde maakt rond de zon niet perfect rond is
26.
Waar staat de zon ten opzichte van de aarde en de maan als je de maan ziet zoals op de foto?
a)
De zon staat aan dezelfde kant als de maan
b)
De aarde staat tussen de zon en de maan in
c)
De zon staat links van de maan
d)
De zon staat rechts van de maan
27.
Waarom zie we altijd dezelfde kant van de maan?
a)
De maan draait net zo hard om zijn as als de aarde draait
b)
De maan draait precies in een maand een rondje rondom de aarde
c)
De maan draait net zo hard om zijn eigen as, als dat hij een rondje om de aarde draait
d)
De maan draait helemaal niet om zijn eigen as
28.
Hoe komt het dat de ster zo warm is?
a)
Kernsplitsing
b)
Restwarmte van de oerknal
c)
Lava
d)
Kernfusie
29.
Is op het plaatje een zonsverduistering of een maansverduistering schematisch weergegeven?
a)
zonsverduistering
b)
maansverduistering
30.
Wat zijn planetoïden?
a)
Grote brokken afval die zweven in de ruimte
b)
Overblijfselen van een planeet in wording
c)
Brokken materiaal die door botsingen met een planeet de ruimte in zijn geslingerd
d)
Restmateriaal van sterren uit andere sterrenstelsels
31.
Hoe noemen we de wetenschap die de ruimte bestudeerd?
a)
sterrennomie
b)
astronomie
c)
sterrenleer
d)
ruimteleer
32.
Wat is geen geluid?
a)
Een trilling
b)
Een drukverandering
c)
Een golf
d)
Een decibel
33.
Het onweert. Tussen de flits en het gedonder zit 5,2 seconden. Hoever is het onweer bij je vandaan?
a)
5,2 x 343 = 1783,60 m
b)
5,2 x 343 = 1783,6 s
c)
343 : 5,2 = 65,96 km
d)
343 : 5,2 = 65,96 m
34.
2ms/div bereken T
a)
T = 0,08 s
b)
T = 0,008 s
c)
T = 8 s
d)
T = 2 s
35.
f = 550 Hz Bereken T.
a)
T = 0,0018 ms
b)
T = 0,018 s
c)
T = 0,18 ms
d)
T = 1,8 ms
36.
T = 7,9 ms Bereken f.
a)
f = 12658 Hz
b)
f = 126,58 Hz
c)
f = 0,126 Hz
d)
f = 0,126 s
37.
Geluidssterkte geef je aan met
a)
DeB
b)
dB
c)
DB
d)
DEB
38.
Wat is de geluidssterkte van een rustig gesprek?
a)
20 dB
b)
30 dB
c)
40 dB
d)
50 dB
39.
Er zijn 4 mensen bezig met een rustig gesprek. Hoeveel dB produceren zij samen?
a)
56 dB
b)
56 Hz
c)
54 dB
d)
100 dB
40.
hoeveel botjes zitten er in totaal in je vingers?
a)
2
b)
3
c)
14
d)
29
41.
wat is de afkorting EHBO
a)
eerste hulp bij opvoeden
b)
eerste hulp bij ongelukken
c)
eerst huiswerk bladen openmaken
d)
emmer hard bij openmken
42.
hoe noem je alle botten bij elkaar?
a)
geraamte
b)
skelet
c)
geraamte en skelet zijn allebei goed
d)
allemaal fout
43.
met welk gewricht kan je het meest bewegen
a)
kogelgewricht
b)
scharniergewricht
44.
waarom hebben we botten in ons lichaam
a)
stevigheid, vorm en bescherming
b)
zien, horen en voelen
c)
stoer, mooi en sterk
d)
eten, drinken en slapen
45.
wat doet je slokdarm
a)
eten vervoeren
b)
verteren
c)
plas bewaren
46.
wat doet je hart?
a)
eten vervoeren
b)
plassen
c)
bloed rondpompen
47.
wat doen je longen
a)
eten
b)
verteren
c)
ademhalen
48.
wat heeft met je lever te maken?
a)
lopen
b)
eten bewaren
c)
ademen
d)
bouwstoffen
49.
wat doen darmen
a)
eten
b)
drinken
c)
verteren
d)
bloed rondpompen
50.
Wat zijn zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, huid, handen
b)
ogen, mond, oren, huid, neus
c)
ogen, oren, mond, huid, neus, voeten
d)
ogen, oren, mond, huid, neus, gevoel
51.
Wat kun je met je zintuigen doen?
a)
informatie uit je omgeving zien
b)
informatie uit je omgeving horen
c)
informatie uit je omgeving waarnemen
d)
geen idee
52.
Je neemt waar doordat je iets
a)
voelt, ruikt, ziet, hoort, proeft
b)
eet, voelt, ruikt, ziet, hoort
c)
voelt, ruikt, ziet, hoort, proeft, hoopt
d)
doet
53.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
54.
Elk zintuig is gevoelig voor
a)
dezelfde prikkel
b)
geen prikkel
c)
veel prikkels
d)
een eigen prikkel
55.
Een impuls gaat door je zenuwen naar
a)
je zintuigen
b)
je botten
c)
je spieren
d)
je hersenen
56.
Zenuwen zitten
a)
nergens in je lichaam
b)
overal in je lichaam
c)
ergens in je lichaam
d)
ergens buiten je lichaam
57.
Geluid is een
a)
zintuig
b)
waarneming
c)
prikkel
d)
impuls
58.
lengte, tijd, massa en temperatuur zijn....
a)
grootheden
b)
eenheden
c)
zintuigen
d)
meetinstrumenten
59.
ogen, oren, neus, tong en huid zijn...
a)
stofkenmerken
b)
zintuigen
c)
meetinstrumenten
d)
eenheden
60.
natuurkunde, scheikunde en biologie zijn....
a)
talen
b)
sporten
c)
natuur
wetenschappen
d)
maaatschappij vakken
61.
met een meetlat meet je de grootheid
a)
temperatuur
b)
tijd
c)
massa
d)
lengte
62.
met een balans meet je de grootheid...
a)
temperatuur
b)
tijd
c)
massa
d)
lengte
63.
een meetlat is...
a)
een meetinstrument
b)
een schrijfinstrument
c)
een slaghout
d)
een onding
64.
het branden van een kaars is...
a)
natuurkunde
b)
scheikunde
c)
wiskunde
d)
biologie
65.
het vallen van een steen is...
a)
natuurkunde
b)
scheikunde
c)
wiskunde
d)
biologie
66.
Wat betekenen de letters in de formule v=x/t
a)
snelheid = afstand/tijd
b)
versnelling = afstand/tijd
c)
snelheid = afgelegde weg/tijd
d)
versnelling = afgelegde weg/traagheid
67.
In de natuurkunde gebruiken wij vaak de eenheid m/s voor snelheid waar staat deze voor?
a)
meter per snelheid
b)
meter per seconde
c)
massa per seconde
d)
massa per snelheid
68.
Voor de oppervlakte (A) gebruiken we de eenheid?
a)
m3
b)
m2
c)
M2
d)
M3
69.
De eenheid van massa is?
a)
Kg (kilogram)
b)
N (newton)
c)
m (mol)
d)
m3 (kubiekemeter)
70.
Hoe komt het dat je met behulp van de poolster het noorden kan bepalen?
a)
De poolster draait met dezelfde snelheid rond de aarde als de aarde zelf draait
b)
De poolster staat precies boven de draaiingsas van de aarde
c)
De ster staat zo ver weg dat de draaiing van de aarde beeninvloed heeft op de plek waar we de ster kunnen zien
d)
Het is een circumpolair ster, waardoor hij altijd zichtbaar is in het noordelijk halfrond
71.
Wat is precies een zwart gat?
a)
Een doorgang naar een andere plek in het universum
b)
Een gebied waar een ster is ontploft en daardoor is er een gat in de ruimte geslagen
c)
Overblijfselen van een ontplofte ster, waar de zwaartekracht zo groot is dat alles wat in de buurt komt komt wordt aangetrokken
d)
Een gebied in de ruimte waar zich totaal niks bevind
72.
Welke ster geeft de meeste warmte af?
a)
Een rode reus
b)
Een witte dwerg
c)
Een blauwe reus
d)
Een bruine dwerg
73.
Als een ster op een afstand van 4,3 lichtjaar van de aarde staat dan,...
a)
zou een ruimteschip er 4,3 jaar over doen om er te komen
b)
zou licht er 4,3 jaar over doen om er te komen
c)
is de afstand tussen de ster en de aarde 4,3 miljard kilometer
74.
Als er een stuk ruimtepuin door de dampkring heen komt, maar geen inslag op de aarde veroorzaakt dan noem je dat een..
a)
meteoor
b)
meteoroïde
c)
meteoriet
75.
Hoe komt een komeet aan zijn staart?
a)
Door de snelheid waarmee de komeet door de ruimte vliegt, worden er deeltjes weggeslingerd
b)
Door de zonnewind worden gas en stofdeeltjes weggeblazen
76.
Waarom is er een planetoïde gordel tussen Mars en Jupiter?
a)
Dat zijn overblijfselen van een planeet die door een inslag is verwoest
b)
Dat zijn restjes sterrenstof die zijn overgebleven toen de planeten werden gevormd
c)
Dat zijn overblijfselen van een planeet in wording die door de aantrekkingskracht van Mars en Jupiter niet samen konden klonteren
d)
Dit zijn overblijfselen van manen in worden die door de aantrekkingskracht van Mars en Jupiter niet samen konden klonteren
77.
Wat is een zuivere stof?
a)
Cola
b)
Bronwater (spa rood)
c)
Suiker
d)
Zuivere boslucht
78.
Wat is een stofeigenschap?
a)
De temperatuur
b)
Het gewicht
c)
De inhoud
d)
Of iets magnetisch is
79.
Tessa heeft een kopje thee gezet.
Ze houdt van zoet en doet er twee klontjes suiker bij.
Ze vraagt zich af wat nu het oplosmiddel is.
Ze houdt van zoet en doet er twee klontjes suiker bij.
Ze vraagt zich af wat nu het oplosmiddel is.
a)
de suiker
b)
het water
c)
de theeblaadjes
d)
de smaakstoffen uit de theeblaadjes
80.
Welke soorten milieuproblemen zijn er?
a)
Vervuiling en uitputting
b)
Vervuiling en aantasting
c)
Vervuiling, uitputting en aantasting
d)
Vervuiling, aanputting en uittasting
81.
Welke soorten vervuiling zijn er?
a)
Watervervuiling, bodemvervuiling, milieuvervuiling
b)
Bodemvervuiling, luchtvervuiling en watervervuiling
c)
Bodemvervuiling, luchtvervuiling, industrievervuiling
d)
Watervervuiling en luchtvervuiling
82.
Welk begrip? "Milieuprobleem waarbij niets in het milieu wordt vervuild of weggehaald, maar het milieu wel verandert"
a)
Aantasting
b)
Vervuiling
c)
Uitputting
d)
Versnippering
83.
Welk begrip? "Het aantal verschillende soorten planten en dieren in een gebied".
a)
Biodiversiteit
b)
Ecologische hoofdstructuur
c)
Biologie
d)
Ecoduct
84.
Wat is geen voorbeeld van een fossiele brandstof?
a)
Steenkool
b)
Aardolie
c)
Aardgas
d)
Zonne-energie
85.
Waarom moet er in de toekomst worden overgegaan op andere energiebronnen?
a)
Fossiele brandstoffen worden te duur
b)
Fossiele brandstoffen dreigen op te raken
c)
Door de winning van fossiele brandstoffen zijn er steeds meer aardbevingen.
86.
Welke energiebron werd er voornamelijk in de Middeleeuwen gebruikt?
a)
Steenkool
b)
Aardolie
c)
Spierkracht
d)
Zonne-energie
87.
Waarom gingen de mensen steeds meer steenkool gebruiken?
a)
Dat was beter voor het milieu
b)
Hout werd te duur
88.
Welk jaartal? " De stoommachine werd verbeterd"
a)
1760
b)
1764
c)
1768
d)
1772
89.
Wie verbeterde de stoommachine?
a)
Thomas Edison
b)
James Watt
c)
Thomas Newcomen
d)
Guido Jacobs
90.
Wat werd vastgelegd in het verdrag van Kyoto?
a)
Open grenzen binnen de Europese Unie
b)
De aanstelling van Danny Blind
c)
De uitstoot van broeikasgassen moest worden beperkt
d)
Fossiele brandstoffen werden verboden
91.
Wat is het voordeel van het gebruiken van kernenergie?
a)
Het afval kan gemakkelijk gedumpt worden
b)
Het is een oneindige hulpbron
c)
Het geeft geen luchtvervuiling
d)
De winning van uranium is ongevaarlijk
100 %
