WorksheetsVerkooptraining voorbereiding toets
Total questions: 28
Worksheet time: 14mins
Name
Class
Date
1.
'Verkopen van artikelen tegen een hoge prijs en met veel service'
a)
Prijsdistributie
b)
Servicedistributie
c)
Niet-winkelverkoop
d)
Winkelverkoop
2.
Wat is een etalage?
a)
Glazen buitenkant van de winkel
b)
Een glazen kast in de winkel
c)
Een display in de winkel
3.
Een non-foodproduct is een product dat je kan eten
a)
Juist
b)
Onjuist
4.
Wat is een 'branche'?
a)
Het kopen en verkopen van artikelen
b)
Alle detailhandelsbedrijven samen
c)
Alle winkels die hetzelfde soort artikelen verkopen
d)
De manier waarop je een klant helpt
5.
Wat is emballage?
a)
Verpakkingsmateriaal dat meer dan 1 keer gebruikt kan worden
b)
Een hulpmiddel om goederen te vervoeren
c)
Goederen die retour worden gestuurd
d)
Een formulier waarop retouren worden bijgehouden
6.
Dit is een?
a)
Rolcontainer
b)
Laadkar
c)
Roll-in
d)
Rolplateau
7.
'Een kleine kar, vaak met twee lagen, die gebruikt wordt om kleine artikelen te vervoeren'
Dit is een?
Dit is een?
a)
Steekwagen
b)
Laadkar
c)
Rolcontainer
d)
Rolplateau
8.
Een rolplateau wordt ook wel een ..... genoemd
a)
Katje
b)
Puppy
c)
Koe
d)
Hondje
9.
Een gevaarsymbool is rond, blauw met witte opdruk
a)
Waar
b)
Niet waar
10.
Dit zijn voorbeelden van
a)
Gevaarsymbolen
b)
Waarschuwingsborden
c)
Verpakkingsetiketten
d)
Gebodsborden
11.
Als je gespannen schouders hebt, neem je een goede stahouding aan
a)
Niet waar
b)
Waar
12.
Een pot kapot laten vallen is een voorbeeld van
a)
Criminele derving
b)
Niet- criminele derving
13.
Wat is 'werkelijke voorraad'
a)
De voorraad die volgens de administratie aanwezig is
b)
De voorraad die daadwerkelijk aanwezig is
14.
Wat is kwantitatieve controle?
a)
Het controleren van de staat van de producten
b)
Het controleren van het aantal geleverde producten
15.
Als de vrachtbrief niet is getekend, is de lading dan goedgekeurd?
a)
Ja
b)
Nee
16.
Wat is de betekenis van 'Manco'?
a)
De staat waarin een artikel wordt geleverd
b)
Het aantal verpakkingseenheden
c)
Tekort of gebrek aan
d)
De controle van goederen
17.
Welk product berg je als eerste op:
- Poedersuiker
- Witlof
- Ijstaart
- Poedersuiker
- Witlof
- Ijstaart
a)
Poedersuiker
b)
Witlof
c)
Ijstaart
d)
Allemaal even belangrijk
18.
De verpakking die artikelen beschermt tijdens het transport noemen we
a)
Transportverpakking
b)
Grootverpakking
c)
Consumentverpakking
19.
Het verwijderen van een deel van een doos noemen we
a)
Traypacken
b)
Omverpakken
c)
Ompakken
20.
De drie manieren van communiceren zijn:
- Mondeling
- Schriftelijk
- Digitaal
- Mondeling
- Schriftelijk
- Digitaal
a)
Juist
b)
Onjuist
21.
Een artikel dat maar een korte tijd heel populair is
a)
Rageartikel
b)
Actieartikel
c)
Reclameartikel
d)
Moetartikel
22.
Rode wijn is een voorbeeld van een moetartikel
a)
Waar
b)
Niet waar
23.
Ooghoogte is van 160cm tot ....
a)
Waar
b)
Niet waar
24.
Een facing is
a)
De producten met etiketten naar voren plaatsen
b)
De juiste hoeveelheid producten met de etiketten naar voren plaatsen
c)
Spiegelen
d)
De derving die is ontstaan
25.
Dit is een voorbeeld van een
a)
Kopdisplay
b)
Eilanddisplay
c)
Kassadisplay
d)
Kopdisplay
26.
Bij verticale presentatie
a)
hangen, liggen of staan artikelen naast elkaar
b)
Hang, staan of liggen artikelen onder elkaar
c)
Staan de producten van boven naar beneden
27.
Uit hoeveel onderdelen bestaat artikelpresentatie
a)
3
b)
4
c)
5
d)
6
28.
Alle artikelen die in een winkel te koop zijn noemen we
a)
Assortiment
b)
Retail
c)
Branche
d)
Bedieningssysteem
100 %
