WorksheetsWiskunde H2: 2.1 t.e.m. 2.3 (eerste jaar)
Total questions: 30
Worksheet time: 11mins
Name
Class
Date
1.
Duid een voorbeeld van een lijnstuk aan.
a)
ET
b)
[ET]
c)
|ET|
d)
[ET
2.
Duid een voorbeeld van een rechte aan.
a)
WC
b)
WC]
c)
[WC]
d)
|WC|
3.
Duid een voorbeeld van de lengte van een lijnstuk aan.
a)
TD
b)
[TD
c)
|TD|
d)
[TD]
4.
Wat is een correcte notatie voor: "een halfrechte met grenspunt X"?
a)
[XE]
b)
[EX
c)
XE]
d)
EX]
5.
Hoeveel hoekpunten heeft een kubus?
a)
4
b)
6
c)
8
d)
12
6.
Hoeveel ribben heeft een kubus?
a)
4
b)
6
c)
8
d)
12
7.
Hoeveel zijvlakken heeft een balk?
a)
4
b)
6
c)
8
d)
12
8.
Welk vlak bestaat/is correct bij ruimtefiguren?
a)
Grondvlak
b)
Ondervlak
9.
Welke mogelijke naam is correct?
a)
ADBC
b)
DBCA
c)
ADCB
d)
DACB
10.
Alle ribben van een balk zijn even lang.
a)
Waar
b)
Niet waar
11.
Alle ribben van een kubus zijn even lang.
a)
Waar
b)
Niet waar
12.
Welke zijden van de vierhoek ABCD zijn evenwijdig?
a)
[AB] en [CD]
b)
[AB] en [AD]
c)
[AD] en [CB]
d)
[AD] en [CD]
13.
De rechten CF en BG zijn...
a)
snijdend
b)
kruisend
c)
evenwijdig
14.
De rechten AD en FB zijn...
a)
snijdend
b)
kruisend
c)
evenwijdig
15.
De rechten HG en AB zijn...
a)
snijdend
b)
kruisend
c)
evenwijdig
16.
De rechten DC en FB zijn...
a)
snijdend
b)
kruisend
c)
evenwijdig
17.
De rechten FG en HG zijn...
a)
snijdend
b)
kruisend
c)
evenwijdig
18.
De rechten CH en EB zijn...
a)
snijdend
b)
kruisend
c)
evenwijdig
19.
Kruisende rechten hebben één punt gemeenschappelijk.
a)
Waar
b)
Niet waar
20.
Een rechte kan enkel benoemd worden door een kleine letter.
a)
Waar
b)
Niet waar
21.
[EB] = [BE]
a)
Waar
b)
Niet waar
22.
[OP = PO]
a)
Waar
b)
Niet waar
23.
[TU = [UT
a)
Waar
b)
Niet waar
24.
[LV] = |VL|
a)
Waar
b)
Niet waar
25.
Deze rechten zijn...
a)
snijdend
b)
kruisend
c)
evenwijdig
d)
geen antwoord mogelijk
26.
De aangeduide rechten zijn...
a)
snijdend
b)
evenwijdig
c)
kruisend
27.
De aangeduide rechten zijn...
a)
snijdend
b)
evenwijdig
c)
kruisend
28.
De aangeduide rechten zijn...
a)
snijdend
b)
evenwijdig
c)
kruisend
29.
De aangeduide rechten zijn... (antwoord zo specifiek mogelijk)
a)
snijdend
b)
kruisend
c)
loodrecht snijdend
30.
De aangeduide rechten zijn... (antwoord zo specifiek mogelijk)
a)
snijdend
b)
kruisend
c)
loodrecht snijdend
100 %
