wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling HS 6: Congruentie

Total questions: 34

Worksheet time: 9hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Congruente figuren zijn figuren die...

a)

dezelfde grootte hebben

b)

dezelfde vorm hebben

c)

dezelfde vorm en grootte hebben

d)

geen van bovenstaande antwoorden

2.

Geef de juiste notatie voor: figuur 1 is congruent met figuur 2

a)

F1=F2F_{1_{ }}=F_2

b)

F1F2F_1\cong F_2

c)

F1F2F_1\approx F_2

d)

F1F2F_1\sim F_2

3.

Een congruente figuur kan ontstaan door een andere figuur te puntspiegelen.

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Bij congruente figuren...

a)

is de som van de hoeken altijd 180°.

b)

zijn de overeenkomstige hoeken even groot.

c)

zijn de overeenkomstige hoekpunten gelijknamig.

d)

zijn de overeenkomstige zijden even lang.

5.

Welk van onderstaande antwoorden is GEEN congruentiekenmerk?

a)

HZH

b)

ZHZ

c)

ZZH

d)

ZZZ

6.

Welk congruentiekenmerk herken je?

a)

ZHZ

b)

ZZZ

c)

HZH

7.

Welk congruentiekenmerk herken je?

a)

ZHZ

b)

ZZZ

c)

HZH

8.

Welk congruentiekenmerk herken je?

a)

ZHZ

b)

ZZZ

c)

HZH

9.

Welk congruentiekenmerk herken je?

a)

ZHZ

b)

ZZZ

c)

HZH

10.

Welk congruentiekenmerk herken je?

a)

ZHZ

b)

ZZZ

c)

HZH

11.

Welk congruentiekenmerk herken je?

a)

ZHZ

b)

ZZZ

c)

HZH

12.

HZZ is een congruentiekenmerk.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Mag je aan de hand van de gegevens in de tekening besluiten dat de twee driehoeken congruent zijn?

a)

Ja, dit mag.

b)

Neen, dit mogen we niet doen.

14.

Mag je aan de hand van de gegevens op de tekening besluiten dat de driehoeken congruent zijn?

a)

Neen, dit mag niet.

b)

Ja, aan de hand van kenmerk ZHZ.

c)

Ja, aan de hand van kenmerk ZZZ.

15.

Op welke tekening wordt congruentiekenmerk HZH correct weergegeven?

a)
b)
c)
d)
16.

Congruente figuren zijn figuren die elkaar exact bedekken als we ze op elkaar leggen.

a)

Waar

b)

Niet waar

17.

Twee driehoeken zijn congruent als twee zijden en de ingesloten hoek even groot zijn. Dit is de omschrijving van kenmerk:

a)

ZHZ

b)

ZZ90°

c)

HHZ

18.

Mag je besluiten dat twee driehoeken congruent zijn als drie paar hoeken even groot zijn?

a)

Ja, dat mag.

b)

Neen, dat mag niet.

19.

Met welk congruentiekenmerk verklaar je dat de gegeven driehoeken congruent zijn?

a)

ZHH

b)

HZZ

c)

HZH

20.

HHH is geen congruentiekenmerk.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

Vink aan waarmee je kan bewijzen dat driehoek OAB congruent is met driehoek ODC.

a)
b)

DC=AB\left|DC\right|=\left|AB\right|

c)
d)

OD=OA\left|OD\right|=\left|OA\right|

e)

OB=OC\left|OB\right|=\left|OC\right|

22.

Geef de verklaringen van de vorige oefeningen:  Hoek O1 = Hoek O2\left|Hoek\ O_1\ \right|=\ \left|Hoek\ O_2\right|  want het zijn...

a)

overeenkomstige hoeken

b)

nevenhoeken 

c)

overstaande hoeken 

23.

 DO=AO\left|DO\right|=\left|AO\right|  want ...

a)

dit is gegeven

b)

het zijn stralen van dezelfde cirkel

c)

je mag het meten 

24.

Vink aan wat je nodig hebt om te bewijzen dat de driehoeken congruent zijn.

a)

AC=CA\left|AC\right|=\left|CA\right|

b)

AB=CD\left|AB\right|=\left|CD\right|

c)

BC=CD\left|BC\right|=\left|CD\right|

d)

hoek B=hoek D\left|hoek\ B\right|=\left|hoek\ D\right|

e)

hoek A(56°)=hoek C(56°)\left|hoek\ A\right|\left(56°\right)=\left|hoek\ C\right|\left(56°\right)

25.

 Verklaar: hoekA(56°)=hoekC(56°)Verklaar:\ \left|hoekA\right|\left(56°\right)=\left|hoekC\right|\left(56°\right)  

a)

Het zijn overstaande hoeken

b)

De som van de hoeken in een driehoek is altijd 180°. 
Dus 180° - 44° - 80° = 56°

c)

Het zijn nevenhoeken

26.

Duid het juiste congruentiekenmerk aan.

a)

HZH

b)

ZHZ

c)

ZZZ

27.

Duid het juiste congruentiekenmerk aan.

a)

ZHZ

b)

ZZZ

c)

HZH

28.

Duid het juiste congruentiekenmerk aan.

a)

ZZZ

b)

HZH

c)

ZHZ

29.

Duid het juiste congruentiekenmerk aan.

a)

ZZZ

b)

HZH

c)

ZHZ

30.

De twee driehoeken zijn congruent. Duid de juiste notatie aan.

a)

ΔABCΔDEF\Delta ABC\cong\Delta DEF

b)

ΔABCΔEDF\Delta ABC\cong\Delta EDF

c)

ΔABCΔFDE\Delta ABC\cong\Delta FDE

d)

ΔABCΔFED\Delta ABC\cong\Delta FED

e)

ΔABCΔDFE\Delta ABC\cong\Delta DFE

31.

De twee driehoeken zijn congruent. Duid de juiste notatie aan.

a)

ΔABEΔCBD\Delta ABE\cong\Delta CBD

b)

ΔABEΔCDB\Delta ABE\cong\Delta CDB

c)

ΔABEΔBDC\Delta ABE\cong\Delta BDC

d)

ΔABEΔDBC\Delta ABE\cong\Delta DBC

32.

De twee driehoeken zijn congruent. Duid de juiste notatie aan.

a)

ΔABCΔEBD\Delta ABC\cong\Delta EBD

b)

ΔABCΔBED\Delta ABC\cong\Delta BED

c)

ΔABCΔDEB\Delta ABC\cong\Delta DEB

d)

ΔABCΔBDE\Delta ABC\cong\Delta BDE

33.

Duid de juiste definitie van het congruentiekenmerk HZH

aan. Twee driehoeken zijn congruent als ...

a)

twee paren overeenkomstige zijden en de ingesloten hoeken gelijk zijn.

b)

één paar overeenkomstige zijden en de aanliggende hoeken gelijk zijn.

c)

één paar zijden en de aanliggende hoeken gelijk zijn.

d)

één paar overeenkomstige zijden en twee hoeken gelijk zijn.

34.

Geef in symbolen: twee driehoeken zijn congruent als bij beide driehoeken twee zijden even lang zijn en de ingesloten hoek even groot is.

a)

ZZZ

b)

ZHZ

c)

HZH

d)

ZHH