WorksheetsPolitiek en Beleid kerndoel 1.2
Total questions: 18
Worksheet time: 9mins
Name
Class
Date
1.
Hoevaak zijn de landelijke verkiezingen?
a)
Eens in de 4 jaar.
b)
Eens in de 5 jaar.
c)
Eens in de 6 jaar.
d)
Eens in de 10 jaar.
2.
Wat zijn de eisen om in Nederland te mogen stemmen?
a)
Nederlands paspoort.
b)
Nederlands paspoort en je moet 16 jaar oud zijn.
c)
Je moet 18 jaar oud zijn.
d)
Nederlands paspoort en je moet 18 jaar oud zijn.
3.
Kijkend naar hoe een verkiezing verloopt, wat komt chronologisch als eerste van de volgende antwoorden?
a)
Campagne voeren
b)
Plan presenteren
c)
Verkiezingen
d)
Coalitievorming
4.
Kijkend naar hoe de landelijke verkiezingen verlopen, wat komt chronologisch als eerste van de volgende antwoorden?
a)
Verkiezingsuitslag
b)
Coalitievorming
c)
Kabinetsformatie
d)
Regeerakkoord
5.
Wie voeren officieel het regeerakkoord uit?
a)
Ministers
b)
Staatssecretarissen
c)
Het kabinet
d)
De regering
6.
Welke ministeries hebben een staatssecretaris?
a)
Alle ministeries.
b)
De ministeries die veel werk kosten.
c)
De ministeries waar het niet goed mee gaat.
d)
De ministeries die het kunnen betalen.
7.
Wie mogen er wetten voorstellen?
a)
Tweede Kamerleden.
b)
Eerste- en Tweede Kamerleden.
c)
Tweede Kamerleden en leden van het Kabinet.
d)
Leden van het kabinet en Eerste Kamerleden.
8.
Van wanneer tot wanneer is het parlementaire jaar?
a)
1 januari - 31 december
b)
1 september - 31 juli
c)
Derde dinsdag september - derde dinsdag september
d)
1 september - 31 augustus
9.
Wie schrijft de troonrede?
a)
Ministers
b)
Staatssecretarissen
c)
Koning
d)
Minister-president
10.
Hoe het het debat waarbij de Tweede Kamer feedback geeft op de jaarlijkse plannen van het kabinet?
a)
Algemene beschouwingen
b)
Ministerraad
c)
Kabinetsformatie
d)
Fractievergadering
11.
Welk bestuursorgaan heeft geen wetgevende taak?
a)
Eerste Kamer.
b)
Tweede Kamer.
c)
Kabinet.
d)
Geen antwoord is goed.
12.
Welk bestuursorgaan heeft géén recht van vragen?
a)
Eerste kamer
b)
Tweede kamer
c)
Kabinet
d)
Geen antwoord is goed.
13.
Welk bestuursorgaan heeft géén recht van initiatief?
a)
Eerste Kamer
b)
Tweede Kamer
c)
Kabinet
d)
Regering
14.
Welk bestuursorgaan heeft het recht van amendement?
a)
Eerste Kamer
b)
Tweede Kamer
c)
Kabinet
d)
Regering
15.
Met welk recht van kun je aangeven dat je wilt dat een lid van het kabinet opstapt?
a)
Recht van motie (van wantrouwen)
b)
Recht van motie (van afkeur)
c)
Recht van motie (van aftreden)
d)
Geen antwoord is goed.
16.
Wat is ministeriële verantwoordelijkheid?
a)
De ministers zijn verantwoordelijk voor de regering.
b)
De ministers zijn verantwoordelijk voor de koning.
c)
De ministers zijn verantwoordelijk voor de staatssecretarissen.
d)
De ministers mogen niks doen wat tegen de wet is.
17.
Wat zijn coalitiepartijen?
a)
Partijen die niet op elkaar lijken.
b)
Partijen die op elkaar lijken.
c)
Partijen die de meeste stemmen hebben.
d)
Partijen die samen de regering vormen.
18.
Waaruit bestaat het parlement?
a)
Eerste- en Tweede Kamer.
b)
Kabinet en Tweede Kamer.
c)
Regering en Tweede Kamer.
d)
Eerste kamer en Regering.
100 %
