Font size
S
M
L
XL
WorksheetsSE1 Bio Organen en cellen, stofwisseling, ordening, en plant
Total questions: 56
Worksheet time: 51mins
Name
Class
Date
1.
Welke twee levensverschijnselen zijn belangrijk bij het vangen van een bal
a)
ademhalen en bewegen
b)
groeien en voortplanten
c)
waarnemen en uitscheiden
d)
bewegen en waarnemen
2.
Het orgaan links onder het middenrif, waar de slokdarm op uitkomt is
a)
lever
b)
maag
c)
nier
d)
dunne darm
3.
Hier worden giftige stoffen, zoals alcohol, afgebroken
a)
lever
b)
maag
c)
nier
d)
dunne darm
4.
Welke onderdeel komt niet voor in een dierlijke cel?
a)
celkern
b)
celwand
c)
cytoplasma
5.
Hoe heet de buitenste laag van een dierlijke cel?
a)
celmembraan
b)
celwand
c)
cytoplasma
6.
Waar liggen de chromosomen?
a)
cytoplasma
b)
vacuole
c)
celkern
7.
Waar vindt fotosynthese plaats?
a)
zetmeelkorrels
b)
bladgroenkorrels
c)
kleurstofkorrels
8.
Deze korrels zijn aan te tonen met jodium
a)
zetmeelkorrels
b)
bladgroenkorrels
c)
kleurstofkorrels
9.
Hoeveel chromosomen heeft een levercel van een mens?
a)
23
b)
48
c)
46
d)
16
10.
Dochtercellen ontvangen alle erfelijke eigenschappen van de moedercel.
a)
Waar
b)
Niet waar
11.
Elk enzym is slechts werkzaam bij één bepaalde temperatuur.
a)
Juist
b)
Onjuist
12.
Fotosynthese is het omzetten van koolstofdioxide + water+ licht naar zuurstof + glucose
a)
Juist
b)
Onjuist
13.
Bij een temperatuur van -20 graden celcius zijn enzymen voor altijd stuk.
a)
Juist
b)
Onjuist
14.
Bij verbranding in je lichaam komt energie vrij. In welke twee vormen komt energie meestal vrij?
a)
Ademhaling en beweging
b)
Beweging en groeien
c)
Beweging en warmte
d)
Groeien en warmte
15.
een leeuw is een
a)
reducent
b)
consument
c)
producent
16.
Wat heeft een plant nodig om eiwitten te maken
a)
zuurstof
b)
nitraat
c)
ammoniak
17.
Hoe noemen we de groene planten in een voedselketen?
a)
autotroof
b)
heterotroof
c)
consumenten
d)
producenten
18.
De libel is een consument van de 4e orde.
a)
juist
b)
onjuist
19.
Wat is een voedselweb?
a)
Een reeks van eten en gegeten worden.
b)
Alle biotische factoren in een ecosysteem.
c)
Alle voedselrelaties in een ecosysteem.
20.
Wat ontbreekt er bij nummer 1?
a)
verbranding
b)
fotosynthese
21.
Wat ontbreekt bij nummer 4?
a)
fotosynthese
b)
verbranding
22.
Welke energierijke stof wordt gemaakt bij de fotosynthese?
a)
koolstofdioxide
b)
mineralen
c)
glucose
d)
zonlicht
23.
Wat voor een voedselpiramide zie je hier?
a)
Piramide van aantallen.
b)
Piramide van biomassa.
c)
Piramide van energiedoorstroming
24.
glucose + zuurstof + licht --> koolstofdioxide + water
Over bovenstaande reactie worden twee uitspraken gedaan:
1) Dit is een voorbeeld van stofwisseling
2) Bovenstaande reactie vindt plaats in heterotrofe organismen
Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?
Over bovenstaande reactie worden twee uitspraken gedaan:
1) Dit is een voorbeeld van stofwisseling
2) Bovenstaande reactie vindt plaats in heterotrofe organismen
Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?
a)
Geen van beide
b)
Alleen 1
c)
Alleen 2
d)
Beide juist
25.
Hoe noem je alle biotische factoren samen.
a)
ecosysteem
b)
biotoop
c)
levensgemeenschap
d)
niche
26.
Welke schakel in een voedselketen vormt altijd de basis?
a)
planten
b)
kleine diertjes
c)
kleine vogels
d)
roofvogel
27.
In een voedselketen gaat een deel van de energie verloren aan verbranding.
a)
juist
b)
onjuist
28.
Zaadcellen worden gevormd door ?
a)
Meiose
b)
Mitose
c)
Gewone celdeling
29.
Wat wordt bedoelt met eenslachtig?
a)
Een plant met een levenscyclus van één jaar.
b)
Een plant die alleen door de wind wordt bestoven.
c)
De bloem bevat meeldraden of een stamper.
d)
Stuifmeel gaan naar een bloem binnen dezelfde plant.
30.
Wat is een houtvat?
a)
Vat dat van de wortel naar de bladeren loopt en water vervoert.
b)
Vat dat van het blad naar de wortel loopt en glucose vervoert.
c)
Meerdere vaten bij elkaar.
d)
Buis die naar eicel toegroeit.
31.
Wat is een vruchtbeginsel?
a)
Dit wordt later een zaad.
b)
Dit wordt later een vrucht.
c)
Vrouwelijk voortplantingsorgaan van de bloem.
d)
Hieruit groeit een nieuwe plant.
32.
Op welke manier kunnen vruchten NIET verspreid worden?
a)
Dieren
b)
Wind
c)
Zon
d)
Water
33.
Welke vaten zorgen ervoor dat voeding van blad naar wortel gaat?
a)
Bastvat
b)
Houtvat
34.
Koolstofdioxide + water + zonne-energie ==> glucose + zuurstof
a)
Dit is fotosynthese
b)
Dit is verbranding
c)
Dit is fotosynthese én verbranding
d)
Dit is geen van twee
35.
Een aardbeiplant is een voorbeeld van
a)
een bol
b)
een knol
c)
een wortelstok
d)
een uitloper
36.
De houtvaten in de plant vervoeren stoffen
a)
van de wortels naar boven
b)
van de bladeren naar beneden
c)
allebei kanten
37.
De huidmondjes in het blad van de plant zorgen voor
a)
opname van CO2
b)
opname O2
c)
afgifte van CO2
d)
opname van H2O
38.
Een aantal populaties samen met de biotoop in één gebied noemen we een:
a)
individu
b)
populatie
c)
levensgemeenschap
d)
ecosysteem
39.
Welke cel is de enige cel met een celmembraan?
a)
van een bacterie
b)
van een schimmel
c)
van een plant
d)
van een dier
40.
Bij welk rijk hebben de organismen zulke cellen?
a)
Bacteriën
b)
Schimmels
c)
Planten
d)
Dieren
41.
Wat is de juiste volgorde van groot naar klein bij de volgende begrippen:
orgaan - organisme - weefsel - orgaanstelsel - cel
orgaan - organisme - weefsel - orgaanstelsel - cel
a)
cel-orgaan-organisme-weefsel-orgaanstelsel
b)
organisme-orgaan-orgaanstelsel-weefsel-cel
c)
organisme-orgaanstelsel-orgaan-weefsel-cel
d)
cel-weefsel-orgaan-orgaanstelsel-organisme
42.
Hoe heet het orgaan dat de borstholte en de buikholte van elkaar scheidt?
a)
spierplaat
b)
middenbreuk
c)
middenrif
d)
peesplaat
43.
Welke functies van het bloed ken je? (3)
a)
Voedingsstoffen rondbrengen en afvalstoffen ophalen
b)
Lichaamstemperatuur regelen
c)
Voedsel naar de maag brengen
d)
Signalen doorgeven aan de hersenen
e)
Infecties bestrijden met witte bloedlichaampjes
44.
Welk nummer geeft het vruchtbeginsel aan?
a)
4
b)
6
c)
7
d)
8
45.
Wat wordt bedoelt met eenslachtig?
a)
Een plant met een levenscyclus van één jaar.
b)
Een plant die alleen door de wind wordt bestoven.
c)
De bloem bevat meeldraden of een stamper.
d)
Stuifmeel gaan naar een bloem binnen dezelfde plant.
46.
De plant zet suiker om in ................
a)
zetmeel
b)
zuurstof
c)
fotosynthese
47.
In jou zit(ten)...
a)
Organische EN anorganische stoffen
b)
Organische stoffen
c)
Anorganische stoffen
48.
glucose+zuurstof --> koolstofdioxide+water+energie
Welk stofwisselingsproces staat hier?
Welk stofwisselingsproces staat hier?
a)
Assimilatie
b)
Fotosynthese
c)
Dissimilatie
d)
Verbranding
49.
Wat zijn enzymen?
a)
Eiwitten
b)
Koolhydraten
c)
Mineralen
d)
Vetten
50.
Dit organisme doet...
a)
Verbranding
b)
Fotosynthese
c)
Verbranding EN fotosynthese
d)
Niks
51.
Planten doen niet aan stofwisseling.
a)
juist
b)
onjuist
52.
Welke vier rijken kennen we?
a)
planten, bacteriën, protisten, dieren
b)
dieren,
schimmels,
planten,
protisten
schimmels,
planten,
protisten
c)
schimmels, planten, bacteriën,
protisten
protisten
d)
planten, bacteriën,
dieren, schimmels
dieren, schimmels
53.
Op basis van welke kenmerken worden de vier grote groepen ingedeeld?
a)
celkern, cytoplasma, celwand
b)
celkern, cytoplasma, celmembraan
c)
celkern, celwand bladgroenkorrels
d)
celkern, bladgroenkorrels, cytoplasma
54.
Naast dat we de schimmels kunnen eten. Kunnen we ze ook nog voor andere dingen gebruiken. bijvoorbeeld voor?
a)
bier en yoghurt
b)
yoghurt en kaas
c)
kaas en bier
d)
medicijnen en yoghurt
55.
Om een infectie aan te tonen onderzoekt een dokter een uitstrijkje. De dokter bekijkt dit uitstrijkje onder de microscoop. Hij ziet naast slijmvliescellen ook cellen van de ziekteverwekker. Deze cellen hebben een celwand. Kan de arts hieruit afleiden of de ziekte verwekker een bacterie of schimmel is?
a)
Ja, het is een schimmel
b)
Ja, het is een bacterie
c)
Nee, hij kan dit hieruit niet afleiden
56.
Padden zijn koudbloedig, ademen voor een groot deel door hun huid, en hun eieren zijn niet beschermd. Bij welke klasse binnen de afdeling van de gewervelden horen de padden?
a)
Bij de vissen
b)
Bij de reptielen
c)
Bij de zoogdieren
d)
Bij de amfibieën
Reset
