wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

leraar worden 1 en 2

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.
Je kunt observeren inbedden in je dagelijks handelen. Janson adviseert in de dagelijkse praktijk een cyclus te gebruiken welke volgorde klopt?
a)
Herkennen, volgen, voorspellen, beïnvloeden
b)
Volgen, herkennen, voorspellen, beïnvloeden
c)
Voorspellen, volgen, herkennen, beïnvloeden  
2.
Bij welke vorm van instructie passen de volgende kenmerken van een werkvorm?1) De leerlingen kunnen niet zonder elkaar om de opdracht uit te voeren2) De leerling is individueel aanspreekbaar op zijn gedrag en leren.3) De evaluatie is gericht op proces en product.
a)
Het model voor directe instructie
b)
Model voor coöperatief werken
3.
Bij welke leerstijl past de volgende omschrijving?ze denken na en maken vervolgens op basis van hun inzichten een keuze.
a)
Doeners
b)
Denkers
c)
Dromers
d)
Beslissers
4.
Om inzicht te krijgen in een groter stuk van de werkelijkheid is het voor leerlingen van belang relaties tussen begrippen zoals die zich in werkelijkheid voordoen te (her)kennen.Een nul achter een getal maakt het getal 10X zo groot een twee nullen 100X.is een ...............relatie
a)
Causale
b)
Finale
c)
zinvolle of logische relatie
5.
Bij welke manier van leren is het emotionele systeem van de leerling meer betrokken ?
a)
betekenisgericht leren
b)
reproductiegericht leren
6.
Leraren beïnvloeden de leergewoonten van hun leerlingen door:
a)
Hun taalgebruik als ze het over leren hebben
b)
signalen die ze af geven wanneer iets goed is
c)
de wijze waarop en met wie leertaken gemaakt mogen worden
d)
alle antwoorden zijn juist
7.
om intrinsiek gemotiveerd te zijn om zich te ontwikkelen zijn drie basisbehoeften belangrijk welke drie?
a)
rust, reinheid, regelmaat
b)
de behoefte aan relatie, competentie en autonomie.
c)
tijd, tempo en plezier
8.
Wie onderscheidt de volgende meervoudige intelligenties zoals op dit plaatje?
a)
Gardner
b)
Hooiveld
c)
Stevens
d)
Gal'perin
9.
Het onderwijsleerproces is door Hooiveld uitgewerkt in een differentiatiekubus met drie dimensies welke van de volgende hoort daar niet bij? 
a)
de leerlijn en de leerroutes
b)
de competentieniveaus
c)
de differentiatie niveaus
d)
werkvormen en activiteiten
10.

Bij welk leergebied kun je de volgende onderwerpen tegenkomen:

1. sociaal emotionele ontwikkeling

2. waarden en normen

3. pestgedrag 

a)
Nederlandse taal
b)
Rekenen wiskunde
c)
Oriëntatie op mens en maatschappij
d)
Bewegingsonderwijs en spel