wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bevolking

Total questions: 20

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Het geboortecijfer gaat over het aantal levend geboren per ....
a)
10 inwoners
b)
100 inwoners
c)
1000 inwoners
d)
10000 inwoners
2.
Het sterfteoverschot is een ..... getal.
a)
Negatief
b)
Positief
3.
Als er een geboorteoverschot is dan spreken we van een sociale bevolkingsgroei
a)
Juist
b)
Onjuist
4.
Wanneer het geboortecijfer hoog is dan is het vruchtbaarheidscijfer ook hoog
a)
Juist
b)
Onjuist
5.
In welke fase van het demografische transitiemodel zit Nederland?
a)
Fase 2
b)
Fase 3
c)
Fase 4
d)
Fase 5
6.
In fase 3 van het demografische transitiemodel neemt de natuurlijke bevolkingsgroei af
a)
Juist
b)
Onjuist
7.
Wat is geen oorzaak voor een lager sterftecijfer?
a)
Verbetering van de medische zorg
b)
Aanleg van riolering
c)
Betere gezondheidszorg
d)
Onbetrouwbare voedselvoorziening
8.
Welk land zit in fase 5 van het demografische transitiemodel?
a)
Angola
b)
Belgie
c)
Rusland
9.
Bij welke fase uit het demografische transitiemodel past de uitspraak het beste?
Er zijn meer diamanten bruiloften (60 jaar getrouwd)
a)
Fase 2
b)
Fase 3
c)
Fase 4
d)
Fase 5
10.
Bij welke fase uit het demografische transitiemodel past de uitspraak het beste?
Er worden meer huizen gebouwd.
a)
Fase 1
b)
Fase 2
c)
Fase 3
d)
Fase 4
11.
In welk werelddeel groeit de bevolking het snelst?
a)
Europa
b)
Azie
c)
Afrika
d)
Zuid-Amerika
12.
In de meeste landen is het geboortecijfer ..... dan het sterftecijfer
a)
Lager
b)
Hoger
13.
Het verschil tussen het geboortecijfer en het sterftecijfer is ..... in landen met een hogere ontwikkelingsindex
a)
Groter
b)
Kleiner
14.
Bij welke fase uit het demografische transitiemodel past de afbeelding het beste?
a)
Fase 1
b)
Fase 2
c)
Fase 4
d)
Fase 5
15.
Bij welke fase uit het demografische transitiemodel past de afbeelding het beste?
a)
Fase 2
b)
Fase 3
c)
Fase 4
d)
Fase 5
16.
Wat is geen nadeel van een hoge grijze druk?
a)
Hoge kosten voor de zorg
b)
Tekort aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren
c)
Scholen die overvol zijn
d)
Hoge kosten voor pensioenen
17.
Economisch sterke landen hebben een .... groene druk
a)
Hoge
b)
Lage
18.
Economisch sterke landen hebben een ...... grijze druk
a)
Lage
b)
Hoge
19.
Wat is de demografische druk?
a)
De grijze druk min de groene druk
b)
De groene druk min de grijze druk
c)
De groene druk plus de grijze druk
d)
Een ander woord voor de grijze druk
20.
Welke maatregel heeft de regering genomen om de demografische druk omlaag te krijgen?
a)
De AOW leeftijd verhogen
b)
De AOW leeftijd verlagen
c)
De AOW afschaffen