wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hoofdstuk 10: gezondheid 3H

Total questions: 35

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.
Wat betekent het, dat je lichaam de samenstelling van je bloed constant houdt?
a)
Dat je ziek wordt als er van een stof te veel in je bloed zit
b)
Dat een tekort aan een stof in je bloed aangevuld wordt
c)
Dat de samenstelling van je bloed nooit verandert
d)
Dat er altijd evenveel glucose in je bloed zit
2.
In de afbeelding zie je een schematische tekening van de organen die afvalstoffen uit je lichaam verwijderen.  a.  Hoe heten de organen 2 en 4?  b. Schrijf achter elk orgaan van vraag a een stof die het orgaan uitscheidt.
a)
2. Longen: water4. Lever: kleurstoffen
b)
2. Longen: water
4: Lever: zouten
c)
2. Longen: koolstofdioxide
4: Lever: water
3.
De lever zorgt ervoor dat het glucosegehalte in je bloed ongeveer constant is.   Wat gebeurt er als er na het eten opeens veel glucose in het bloed zit?
a)
Glucose wordt glycogeen en gaat vanuit je lever het bloed in
b)
Glucose wordt glycogeen en wordt opgeslagen in de lever
c)
Glycogeen wordt glucose en gaat vanuit je lever het bloed in
d)
Glycogeen wordt glucose en wordt opgeslagen in je lever
4.
Drie beweringen over suikerziekte zijn de volgende.  1 Bij suikerziekte bevat het bloed te veel glucose.  2 Bij suikerziekte vormt de lever te veel glycogeen.  3 Bij suikerziekte maakt de alvleesklier te weinig insuline.  Welke beweringen zijn juist?
a)
1 en 2
b)
1 en 3
c)
2 en 3
5.
Renée vergelijkt de lever met een chemische fabriek.
Noteer een soort omzetting die in de lever plaatsvindt.
a)
Afbreken van ureum
b)
Omzetten van glycogeen naar glucose
c)
Afbreken van giftige stoffen
d)
Afbreken van rode bloedcellen
6.
Marieke en Lars voelen zich al een tijdje niet zo lekker. Ze laten allebei een bloedonderzoek doen.   In het bloed van Lars blijken te veel afvalstoffen te zitten.   In het bloed van Marieke zit te veel glucose.  Wie van hen beiden lijdt mogelijk aan een nierziekte?
a)
Marieke, want ze heeft te veel glucose in haar bloed. Dat wordt door de nieren eruit gefilterd.
b)
Lars, want die heeft te veel afvalstoffen in zijn bloed. Dat wordt door de nieren eruit gefilterd.
7.
Resten van medicijnen zijn schadelijke stoffen. Hoe worden deze stoffen uitgescheiden?   Zet de zinnen in de juiste volgorde. Schrijf alleen de nummers op.   1 Bij het plassen verlaten de afvalstoffen en het water het lichaam.   2 De lever zet schadelijke stoffen om in minder schadelijke stoffen.   3 De afvalstoffen worden samen met water bewaard in de blaas. 4 De nieren filteren de afvalstoffen uit het bloed
a)
2-3-4-1
b)
2-4-3-1
c)
1-2-3-4
d)
2-4-1-3
8.
Welk orgaan werkt niet goed bij diabetes type 1?
a)
De lever
b)
De nieren
c)
De alvleesklier
9.
Waar of niet waar?Bij diabetes type 2 zijn de lichaamscellen ongevoelig geworden voor insuline
a)
Waar
b)
Niet waar
10.
In je nieren ontstaat urine uit voorurine.   Welke stoffen komen wel in je voorurine, maar niet in je urine voor?
a)
Afvalstoffen
b)
Glucose
c)
Water
d)
Zouten
11.
Waar of niet waar?
De onderdelen a, b en c maken onderdeel uit van de lederhuid
a)
Juist
b)
Onjuist
12.
Waar of niet waar?
Vet kan ook in de opperhuid voorkomen
a)
Juist
b)
Onjuist
13.
Om de cellen van je huid tegen uv-straling te beschermen vormt de huid pigment. In welke huidlaag vindt de pigmentvorming plaats?
a)
Lederhuid
b)
Opperhuid
c)
Onderhuids bindweefsel
d)
Kiemlaag
14.
Twee families gaan een dagje naar het strand. Jan en Roely smeren hun kinderen wel vier keer in met zonnebrandcrème. Ad en Henriët vinden dat maar overdreven, de crème gaat er toch weer af als de kinderen het water in gaan.   Welke ouders doen het goed?
a)
Jan en Roely
b)
Ad en Henriët
15.
Waar of niet waar?
De huid van albino's is niet goed beschermt tegen uv-stralen van de zon omdat de huid weinig pigment bevat. Pigment beschermt tegen de uv-straling van de zon
a)
Waar
b)
Niet waar
16.
Huidkanker verloopt in een aantal stappen:  1 de vorming van een tumor 2 de verandering van het DNA  3 het uitzaaien van tumorcellen.
Wat is de juiste volgorde?
a)
1-3-2
b)

2-1-3

c)
2-3-1
d)
3-2-1
17.
Hieronder staan twee uitspraken over huidkanker.  1 Huidkanker kan zowel in de hoornlaag als in de kiemlaag ontstaan.  2 Huidkanker is altijd goedaardig.  Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?
a)
1
b)
2
c)
1 en 2
d)
Geen van beide
18.
Van bepaalde ziekteverwekkers word je ziek, doordat ze je cellen stuk maken.   Welke ziekteverwekkers maken je cellen stuk? 
a)
Bacteriën
b)
Virussen
c)
Schimmels
19.
Door welke ziekteverwekkers kun je een infectie krijgen?
a)
Bacteriën
b)
Virussen
c)
Bacteriën en virussen
d)
Geen van beide
20.
Geef het nummer en de naam aan van het bloedbestanddeel dat zorgt voor de bestrijding van ziekteverwekkers
a)
Nummer 1: rode bloedcellen
b)
Nummer 1: witte bloedcellen
c)
Nummer 4: witte bloedcellen
d)
Nummer 4: bloedplasma
21.
Welke uitspraak over witte bloedcellen is juist?
a)
Witte bloedcellen ontstaan in de lymfeknopen en worden opgeslagen in het beenmerg.
b)
Witte bloedcellen ontstaan in het beenmerg en worden opgeslagen in het bloed.
c)
Witte bloedcellen ontstaan in het beenmerg en worden opgeslagen in de lymfeknopen.
d)
Witte bloedcellen ontstaan in het bloed en worden opgeslagen in het beenmerg.
22.
Joke denkt dat ze besmet is met een virus. Haar moeder zegt dat ze geen koorts heeft en dus niet besmet is.   Heeft de moeder van Joke gelijk?
a)
Ja, want als je besmet bent heb je koorts
b)
Nee, want als je besmet bent, merk je in het begin soms niets.
23.
Bas heeft zich verwond tijdens een practicum. Hij heeft in zijn vinger gesneden tijdens het maken van een preparaat. Er zijn ziekteverwekkers in zijn lichaam terechtgekomen. Door de infectie wordt zijn vinger rood en begint te 'kloppen'. 'Vreetcellen' en 'antistofcellen' bestrijden samen de binnengedrongen ziekteverwekkers met deze stappen:  1 Afvalstoffen van de bacteriën veroorzaken koorts. 2 Antistoffen koppelen bacteriën aan elkaar.  3 Bacteriën vermeerderen zich.  4 Witte bloedcellen eten de bacteriën op.  5 Witte bloedcellen herkennen de ziekteverwekkers. 6 Witte bloedcellen maken antistoffen.  In welke volgorde vinden deze stappen plaats?
a)
1-3-4-5-2-6
b)
1-6-3-5-2-4
c)
3-1-5-6-2-4
d)
3-2-5-1-6-4
24.
Waar of niet waar?Eline heeft de mazelen. Haar broer heeft deze ziekte ooit ook gehad en wordt daarom niet ziek. Zijn lichaam heeft namelijk onthouden welke antistoffen er tegen de antigenen van het mazelenvirus gemaakt moeten worden.
a)
Waar
b)
Niet waar
25.
Mira lijdt aan leukemie. In het ziekenhuis krijgt zij een bloedtransfusie. Welk bloedbestanddeel zal zij ontvangen?
a)
Bloedplaatjes
b)
Bloedplasma
c)
Rode bloedcellen
d)
Witte bloedcellen
26.
Guus heeft bloedgroep B. Welke antistof heeft hij?
a)
Anti-A
b)
Anti-B
c)
Anti-A en anti-B
d)
Geen antistoffen
27.
Rodney heeft een bloedtransfusie nodig. Zijn bloedgroep is A. Welke bloedgroep mag het bloed zijn die hij ontvangt?
a)
Bloedgroep A
b)
Bloedgroep B
c)
Bloedgroep A en 0
d)
Bloedgroep 0
28.
Arjan heeft een bloedtransfusie nodig. Zijn bloedgroep is A-. Welke bloedgroep mag het bloed zijn die hij ontvangt?
a)
A+
b)
A-
c)
0-
d)
A- en 0-
29.
Erica heeft bloedgroep B+. Van wie mag zij geen bloed ontvangen?
a)
B-
b)
B+
c)
AB+
d)
0+
30.
Een patiënt met resusnegatief bloed en bloedgroep AB ontvangt voor het eerst in zijn leven een bloedtransfusie. Hij krijgt per ongeluk een kleine hoeveelheid resuspositief bloed van een donor met bloedgroep A. Twee weken later wordt bepaald welke antistoffen in het bloed van deze patiënt aanwezig zijn.   Is in het lichaam van de patiënt als gevolg  van deze bloedtransfusie antistof anti-A gevormd? En anti-resus?
a)
anti-A
b)
anti-resus
c)
anti-A en anti-resus
d)
geen van beide antistoffen
31.
Jeffrey is verslaafd aan een genotmiddel. Zijn behoefte aan het middel is zo groot, dat hij moet klappertanden en begint te zweten.  Wat voor verslaving heeft Jeffrey?
a)
Geestelijke verslaving
b)
Lichamelijke verslaving
c)
Sociale verslaving
32.
Ido drinkt elke dag bier en in het weekend wordt hij vaak dronken. Ernst probeert hem ervan te overtuigen dat zoveel alcoholgebruik slecht is voor zijn organen. Ernst doet twee beweringen.  1 Door overmatig alcoholgebruik worden je hersenen overactief.  2 Door overmatig alcoholgebruik sterven je levercellen af. Is bewering 1 juist? En bewering 2?
a)
Alleen bewering 1 is juist
b)
Alleen bewering 2 is juist
c)
Beide beweringen zijn juist
d)
Beide beweringen zijn onjuist
33.
Je lever doet er 1,5 uur over om 1 glas bier af te breken. Hanneke drinkt om 15:00 uur 2 glazen bier. Wanneer is het alcohol uit haar bloed?
a)
17:00 uur
b)
18:00 uur
c)
19:00 uur
34.
Wat is de verslavende stof in sigarettenrook?
a)
Koolmonoxide
b)
Teer
c)
Nicotine
35.
Bij welke groep van genotmiddelen kun je de onderstaande uitwerking plaatsen?Deze middelen hebben invloed op wat je ziet, hoort en voelt.
a)
Verdovende middelen
b)
Bewustzijnsveranderende middelen
c)
Stimulerende middelen