WorksheetsDe spelling van het werkwoord
Total questions: 15
Worksheet time: 6mins
Valerie (beleven) een leuke tijd in Firenze.
beleevt
beleefdt
beleeft
beleefd
Ze heeft zich bij het begin van de week (voorstellen).
voorgesteld
voorgestelt
voorgesteldt
voor gesteld
Onze leerkracht (ontmoeten) er enkele mensen met andere nationaliteiten.
ontmoete
ontmoette
ontmoetde
antmoedde
Tijdens de les (lachen) de Turkse leerkracht vaak.
lacht
lachdt
lachtte
lachte
Het (bevallen) hen echt in de mooie stad.
beval
beviel
bevool
beveel
Jullie leerkracht heeft er veel nieuwe manieren van werken met computers (leren)
geleert
geleerdt
geleerd
leert
De leerlingen moesten tijdens de week oefeningen (voorbereiden).
voorbereiden
voorbereidden
voor bereiden
Dat hebben ze natuurlijk (glimlachen) gedaan.
glimlacht
glimlachent
glimlachend
glimlach
(Betreden) Ufizzi gallery niet met rugzakken.
Betreedt
Betreed
Betreet
De (voorbereiden) leerstof wordt volgende week getest.
voorbereide
voorbereidde
voorbereden
voorberede
Valerie (beleven) een leuke tijd in Firenze.
Persoonsvorm
Tegenwoordig deelwoord
Infinitief
Voltooid deelwoord
Ze heeft zich bij het begin van de week (voorstellen).
Persoonsvorm
Infinitief
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
De leerlingen moesten tijdens de week oefeningen (voorbereiden).
Persoonsvorm
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Infinitief
(Betreden) Ufizzi gallery niet met rugzakken.
Persoonsvorm
Stam
Imperatief
Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Dat hebben ze natuurlijk (glimlachen) gedaan.
Persoonsvorm
Voltooid deelwoord als bijvoeglijk naamwoord
Imperatief
Tegenwoordig deelwoord
