WorksheetsD2L6 - zinsontleding (instap)
Total questions: 14
Worksheet time: 7mins
Er zijn slechts twee manieren om een persoonsvorm te vinden.
juist
fout
Om het onderwerp (O) te vinden in een zin, stel je de vraag ‘Wie/Wat + PV?’
juist
fout
Een zinsdeel kan je voor de PV zetten zonder dat de betekenis van je zin verandert.
juist
fout
Een zinsdeel kan uit een of meer woorden bestaan.
juist
fout
Een enkelvoudige zin heeft één onderwerp en kan meerdere persoonsvormen hebben.
juist
fout
In samengestelde zinnen komen een of meer onderwerpen en/of bijbehorende vervoegde werkwoorden voor. In een samengestelde zin vind je vaak een voegwoord terug.
juist
fout
Het werkwoordelijk gezegde (WWG) zegt wat het onderwerp doet en het naamwoordelijk gezegde (NWG) zegt wat het onderwerp is/wordt/blijft.
juist
fout
Een naamwoordelijk gezegde kan een lijdend voorwerp hebben.
juist
fout
Je kan het meewerkend voorwerp weglaten zonder de betekenis van de zin te veranderen.
juist
fout
Het voorzetsel 'aan' of ‘voor' hoeft niet voor te komen bij het meewerkend voorwerp in de zin.
juist
fout
Werkwoorden met een vast voorzetsel krijgen een voorzetselvoorwerp. Die vaste combinaties van werkwoorden en voorzetsels moet je kennen. Vaak drukken ze ook figuurlijke betekenissen uit. Belangrijk daarbij is dat je het voorzetsel kan weglaten.
juist
fout
Een zin waarin het onderwerp de handeling van het gezegde uitvoert, noemen we een actieve zin. Een zin waarin het onderwerp de handeling ondergaat, noemen we een passieve zin.
juist
fout
In een passieve zin kan een handelend voorwerp (HV) voorkomen. Het handelend voorwerp wordt ingeleid door ‘door’ en voert de handeling uit. Verander je een passieve naar een actieve zin, dan wordt het handelend voorwerp het onderwerp van de nieuwe zin.
juist
fout
Een bijwoordelijke bepaling is een niet-noodzakelijk zinsdeel. Je kan het dus weglaten zonder de betekenis van de gehele zin al te veel te wijzigen.
juist
fout
