wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Zouten (deel 3)

Total questions: 8

Worksheet time: 23mins

Name
Class
Date
1.

Geef de formule van kwik(II)bromide

a)

Hg(II)Br

b)

HgBr

c)

Hg2Br

d)

HgBr2

2.

Wat is de naam van dit zout: Ca(HCO3)2

a)

calcium(I)waterstofcarbonaat

b)

calciumwaterstofcarbonaat

c)

calciumcarbonaat

d)

calciumdiwaterstofcarbonaat

3.

Een oplossing van natriumchloride en kopersulfaat worden bij elkaar gevoegd. Welk neerslag ontstaat hierbij?

a)

natriumsulfaat

b)

koperchloride

c)

zowel natriumsulfaat als koperchloride

d)

Er ontstaat geen neerslag

4.

Een oplossing van ijzer(III)nitraat en natriumfosfaat worden bij elkaar gevoegd. Welk neerslag ontstaat hierbij?

a)

ijzer(III)fosfaat

b)

natriumnitraat

c)

zowel ijzer(III)fosfaat als natriumnitraat

d)

Er ontstaat geen neerlsag

5.

Welke van onderstaande beweringen over een 0,15 M oplossing van calciumchloride is juist? Als er zijn meerdere goeie antwoorden zijn, moet je ze allemaal aanvinken.

a)

In 1 L zitten 0,15 mol calcium-ionen

b)

in 1 L zitten 0,30 mol chloride-ionen

c)

in 1 L zitten 0,15 mol chloride-ionen

d)

in 1 L zitten 0,05 calcium-ionen

6.

Welke van onderstaande beweringen over een 0,10 M oplossing van kaliumsulfaat is juist? Als er zijn meerdere goeie antwoorden zijn, moet je ze allemaal aanvinken.

a)

in 0,5 L zitten 0,05 mol kalium-ionen

b)

in 0,5 L zitten 0,05 mol sulfaat-ionen

c)

in 0,5 L zitten 0,10 mol sulfaat-ionen

d)

in 0,5 L zitten 0,10 mol kalium-ionen

7.

Hoeveel gram neerslag ontstaat er wanneer je deze twee oplossingen bij elkaar voegt: 20 mL 0,10 M Na2CO3-opl. en 10 mL 0,20 M Ca(NO3)2-opl.

a)

0,20 g CaCO3

b)

0,40 g CaCO3

c)

0,10 g CaCO3

d)

0,30 g CaCO3

8.

Hoeveel gram neerslag ontstaat er wanneer je deze twee oplossingen bij elkaar voegt: 50 mL 0,20 M Al(NO3)3-opl. en 50 mL 0,40 M NaOH-opl.

a)

0,52 g Al(OH)3

b)

0,156 g Al(OH)3

c)

0,312 g Al(OH)3

d)

0,468 g Al(OH)3