NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsVerleden tijd van sterke ww.
Total questions: 13
Worksheet time: 25mins
Name
Class
Date
1.
De politie ....(ontmaskeren) vorige week de dief.
a)
ontmaskerden
b)
ontmaskerte
c)
ontmaskerde
d)
ontmaskerdde
2.
Klas L2GTa ... (zwemmen) in een mooi zwembad.
a)
zwommen
b)
zwom
c)
zwemde
d)
zwemte
3.
Glenn en Daryl ... (reizen) naar een andere stad
a)
reisden
b)
reisten
c)
rezen
d)
reizden
4.
Mijn moeder ... (kaften) vorig jaar al mijn boeken voor mij.
a)
kafte
b)
kaftte
c)
kafde
d)
kaftde
5.
Vul het werkwoord aan in de verleden tijd:
(Komen)
Gelukkig ... we juist op tijd.
(Komen)
Gelukkig ... we juist op tijd.
a)
kwamen
b)
komden
c)
kwamden
d)
kamen
6.
Vul het werkwoord aan in de verleden tijd:
(Haasten)
Toen moeder riep, ... we ons naar huis.
(Haasten)
Toen moeder riep, ... we ons naar huis.
a)
haasten
b)
haastten
c)
hiesten
d)
heesten
7.
Vul het werkwoord aan in de verleden tijd:
(Durven)
Het ongehoorzame kind ... niet binnen komen.
(Durven)
Het ongehoorzame kind ... niet binnen komen.
a)
durvde
b)
dierf
c)
durfden
d)
durfde
8.
Duid de foute zin aan.
a)
Hij antwoordde mij onmiddellijk.
b)
Het knappe meisje leidde me naar het station.
c)
Waarom zei ze niets?
d)
Ze vraagde naar mijn naam.
9.
Duid de foute zin aan.
a)
Hij antwoorde mij onmiddellijk.
b)
Het knappe meisje leidde me naar het station.
c)
Waarom zei ze niets?
d)
Ze vroeg naar mijn naam.
10.
Duid de foute zin aan.
a)
Hij antwoordde mij onmiddellijk.
b)
Het knappe meisje leide me naar het station.
c)
Waarom zei ze niets?
d)
Ze vroeg naar mijn naam.
11.
Wat is een sterk werkwoord?
a)
Woorden zoals 'kracht, gewichtheffen en bodybuilding'
b)
Een werkwoord krijgt een andere klank in de verleden tijd
c)
Een werkwoord kan niet in de verleden tijd worden gezet
d)
Sterke werkwoorden bestaan niet
12.
Hoe weet je hoe je een sterk werkwoord schrijft?
a)
Taxikofschip
b)
Langer maken
c)
Dit moet je onthouden
d)
Sterke werkwoorden schrijf je net als zwakke werkwoorden
13.
Waar kun je het taxikofschip voor gebruiken?
a)
Als je niet weet of de persoonsvorm met -de(n) of -te(n) geschreven moet worden
b)
Als je niet weet hoe je een sterk werkwoord schrijft
c)
Als het werkwoord in het meervoud staat
d)
Als er meerdere werkwoorden in de zin staan
Reset
