wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal Actief Groep 6 Thema 6 Woordenschat deel 2

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

schemerig

a)

Tussen licht en donker in

b)

Heel erg donker

c)

Heel erg licht

2.

stikdonker

a)

Tussen licht en donker

b)

Heel erg donker

c)

Donker achter in je keel

3.

Het territorium

a)

Het gebied dat een mens of dier tot zijn leefgebied vindt.

b)

Iemand die tot dezelfde groep behoort

c)

Het gebied tussen licht en donker

4.

De soortgenoot

a)

Ruzie tussen twee verschillende dieren

b)

Iemand die tot dezelfde groep behoort.

c)

De mens die een territorium aangeeft

5.

afbakenen

a)

Een baby strak inpakken

b)

Brood te lang in de oven laten liggen

c)

Aanwijzen waar de grens ligt

6.

De roedel

a)

Een groep wolven die samenleeft

b)

Een groep apen die samenleeft

c)

Een groep insecten die samenleeft

7.

De concurrentie

a)

De strijd om de beste plek

b)

Een teken dat aangeeft dat er iets moet gebeuren

c)

Het gebied een mens of dier ziet als leefgebied

8.

Het signaal

a)

De strijd om de beste plek

b)

Het gebied een mens of dier ziet als zijn leefgebied.

c)

Een sein of teken dat aangeeft dat er iets moet gebeuren

9.

beschikken over

a)

Als je iets of iemand mag gebruiken

b)

Aangeven waar de grens ligt

c)

Over iets dat hoog is heenspringen

10.

Van het ene probleem in een nog groter probleem terechtkomen

a)

Tegen een stootje kunnen

b)

Van de regen in de drup komen

c)

Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig

d)

Eerlijk duurt het langst

11.

De waarheid vertellen levert uiteindelijk meer op

a)

Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig

b)

Spreken is zilver, zwijgen is goud

c)

Tegen een stootje kunnen

d)

Eerlijk duurt het langst

12.

Sterk zijn wanneer je in een lastige toestand komt

a)

Van de regen in de drup komen

b)

Tegen een stootje kunnen

c)

Spreken is zilver, zwijgen is goud

d)

Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig

13.

Iemand hoeft maar een beetje te horen om te snappen wat er bedoeld wordt

a)

Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig

b)

Eerlijk duurt het langst

c)

Tegen een stootje kunnen

d)

Spreken is zilver, zwijgen is goud

14.

Het is goed als je je mond durft open te doen, maar soms is het verstandiger om even niets te zeggen

a)

Tegen een stootje kunnen

b)

Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig

c)

Eerlijk duurt het langst

d)

Spreken is zilver, zwijgen is goud