wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taalkundig ontleden 4vmbo-BB

Total questions: 20

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Het Nederlands kent er drie.

a)

werkwoorden

b)

telwoorden

c)

lidwoorden

d)

voorzetsels

2.

Zegt iets over het zelfstandig naamwoord.

a)

lidwoord

b)

voorzetsels

c)

persoonlijk voornaamwoord

d)

bijvoeglijk naamwoord

3.

Een bijvoeglijk naamwoord staat altijd voor een zelfstandig naamwoord.

a)

waar

b)

niet waar

4.

Het is altijd een lidwoord.

a)

waar

b)

niet waar

5.

Aardrijkskundige namen zijn zelfstandige naamwoorden.

a)

waar

b)

niet waar

6.

Nike, Primark en McDonalds zijn voorbeelden van zelfstandige naamwoorden.

a)

waar

b)

niet waar

7.

Werkwoorden kun je vervoegen.

a)

waar

b)

niet waar

8.

De persoonsvorm is altijd het eerste werkwoord in een zin.

a)

waar

b)

niet waar

9.

In een vraagzin is het eerste woord altijd de persoonsvorm.

a)

waar

b)

niet waar

10.

Weinig, verschillende en enkele zijn voorbeelden van ...

a)

voorzetsels

b)

bezittelijke voornaamwoorden

c)

telwoorden

11.

Telwoorden kunnen een volgorde aangeven.

a)

waar

b)

niet waar

12.

Voorzetsels geven meestal een plaats of tijd aan.

a)

waar

b)

niet waar

13.

Jullie is een voorbeeld van een persoonlijk en een bezittelijk voornaamwoord.

a)

waar

b)

niet waar

14.

Welk persoonlijk voornaamwoord kan ook een bezittelijk voornaamwoord zijn?

a)

ik

b)

je

c)

hij

d)

zij

15.

Een bezittelijk voornaamwoord kun je vervangen door Anna, Tom of Tom en Anna.

a)

waar

b)

niet waar

16.

In een zin kunnen maximaal 2 werkwoorden zitten.

a)

waar

b)

niet waar

17.

Gedurende is een voorbeeld van een ...

a)

bijvoeglijk naamwoord

b)

voorzetsel

c)

telwoord

18.

Als we voor deze PTA een voldoende halen, trakteert ze ons op taart! Hoeveel voornaamwoorden telt deze zin?

a)

1

b)

2

c)

3

19.

Het regent, dus ik ga echt niet langer dan één minuut met de hond lopen. Hoeveel lidwoorden heeft deze zin?

a)

0

b)

1

c)

2

20.

Nederlands is een moeilijk vak en ook nog eens hartstikke saai! Hoeveel bijvoeglijke naamwoorden telt deze zin?

a)

1

b)

2

c)

3