NEW
Font size
WorksheetsBiNaS quiz
Total questions: 36
Worksheet time: 2hrs 44mins
Riccardo had koorts. Om te bepalen of het bloed van Riccardo geïnfecteerd was, werd het op de aanwezigheid van bacteriën onderzocht door het hematologielaboratorium.
Hiervoor werd een kleurstof gebruikt die bacteriën wel kleurt
maar menselijke cellen niet.
Aan welk deel of aan welk molecuul van de bacterie bindt deze kleurstof?
celmembraan
celwand
DNA
hemoglobine
mitochondrium
Om op een illegale manier hun prestaties te verbeteren, injecteren sommige wielrenners een hormoon om de concentratie rode bloedcellen te verhogen.
− Welk hormoon is dit?
− Waar in het lichaam wordt dit hormoon van nature aangemaakt?
− Wat is het doelwitorgaan van dit hormoon?
ADH, gemaakt in hypofyse, doelwitorgaan nieren
ADH, gemaakt in nieren, doelwitorgaan beenmerg
EPO, gemaakt in hypofyse, doelwitorgaan nieren
EPO, gemaakt in nieren, doelwitorgaan beenmerg
Van nature produceren mannen dagelijks 5 tot 10 milligram testosteron; sommige sporters gebruiken, door het slikken van anabolen, een veelvoud hiervan. Het gevolg is dat bij hen de hypofyse ontregeld raakt.
Onder normale omstandigheden houdt deze klier via regelmechanismen de concentratie van testosteron en LH (ICSH) op peil. Over dit regelmechanisme worden vier uitspraken gedaan:
1 Naarmate de testosteronconcentratie in de bloedbaan toeneemt, neemt de remming op de LH-productie van de hypofyse toe.
2 Als de concentratie LH in de bloedbaan daalt, wordt de testosteronproductie in de testes verhoogd.
3 Als in de testes een groter aantal receptoren door LH wordt bezet, stijgt de testosteronconcentratie in de bloedbaan.
4 Als de concentratie LH in de bloedbaan stijgt, wordt de remming van de LH-productie van de hypofyse minder.
Welke van de bovenstaande uitspraken zijn juist?
uitspraak 1 en 2
uitspraak 1 en 3
uitspraak 1 en 4
uitspraak 2 en 3
uitspraak 3 en 4
De genetische code van een deel van het RNA-molecuul uit een bacterie, dat codeert voor een stukje spinrageiwit dat volledig uit glycine bestaat, is:
GGA GGA GGG GGU GGA.
Welke verandering (hieronder onderstreept) in dit deel van het RNAmolecuul van de bacterie leidt tot een ander eiwitmolecuul?
GGA GGC GGG GGU GGA
GGA GGA GUG GGU GGA
GGA GGA GGG GGA GGA
GGG GGA GGG GGU GGA
Dat de dromedarissen zo goed overleven in de extreem droge Australische gebieden hebben ze te danken aan hun efficiënte waterhuishouding. Hun uitwerpselen bevatten nauwelijks water en hun urine is zeer geconcentreerd.
Een deel van een niereenheid (afbeelding 4) beperkt het vochtverlies via de urine tot een minimum.
Welk nummer geeft dit deel aan?
1
2
3
4
Tim wil onderzoeken welke delen van de mycorrhiza behoren tot de vliegenzwam en welke tot de berk. Hiervoor maakt hij een preparaat van enkele cellen van de mycorrhiza. Door de microscoop ziet hij: celwanden, celkernen en vacuolen.
Kan Tim de aanwezigheid of afwezigheid van een van deze celstructuren gebruiken om onderscheid te maken tussen de cellen van de vliegenzwam en de cellen van de berk? Zo ja, welke celstructuren kan hij hiervoor gebruiken?
nee
ja, de celkernen
ja, de celwanden
ja, de vacuolen
De vliegenzwam is een opvallende paddenstoel. Het eten ervan kan leiden tot vergiftigingsverschijnselen. De vliegenzwam bevat stoffen met een bedwelmende en hallucinogene werking. Een van deze stoffen is muscimol, dat als een neurotransmitter werkt.
In afbeelding 5 zie je delen van een aantal zenuwcellen. Vier plaatsen zijn met een cijfer aangegeven.
Welk cijfer geeft de plaats aan waar muscimol werkzaam is waardoor een bedwelmend effect in de hersenen ontstaat?
1
2
3
4
Symptomen van hooikoorts zijn een loopneus, tranende en opgezwollen ogen en veelvuldig niezen. Deze effecten ontstaan doordat gesensibiliseerde mestcellen bepaalde stoffen (mediatoren) afgeven.
Afbeelding 7 geeft weer hoe een eerste blootstelling aan een allergeen leidt tot afgifte van deze mediatoren bij een volgende blootstelling aan ditzelfde allergeen.
Hieronder zijn verschillende deelprocessen uit afbeelding 7 beschreven die plaatsvinden tussen de eerste blootstelling aan stuifmeel en de afgifte van mediatoren die de symptomen van hooikoorts veroorzaken:
1 Antigenen van stuifmeelkorrels hechten aan IgE-antistoffen op B-lymfocyten.
2 Antigenen van stuifmeelkorrels hechten aan IgE-antistoffen op mestcellen.
3 Plasmacellen vormen IgE-antistoffen tegen antigenen van stuifmeelkorrels.
4 T-lymfocyten stimuleren de vorming van plasmacellen.
Wat is de juiste volgorde waarin deze deelprocessen plaatsvinden?
1 - 2 - 4 - 3
1 - 4 - 3 - 2
4 - 2 - 3 - 1
4 - 3 - 2 - 1
Geen BiNaS vraag, maar wel belangrijk !
Met lood in haar schoenen loopt Marieke de sporthal binnen: biologieexamen. De stof kent ze wel, maar ze heeft moeite met lezen en spelling omdat ze dyslexie heeft. Tegen haar vader die ook dyslectisch is, werd vroeger gezegd: “Lui en dom”. Gelukkig weten we tegenwoordig beter. Er wordt steeds meer duidelijk over dyslexie.
Marieke en haar vader werkten mee aan een wetenschappelijk onderzoek naar dyslexie en erfelijkheid, uitgevoerd door de Radboud Universiteit Nijmegen. Nadat met leestests was vastgesteld dat zowel Marieke als haar vader dyslexie hadden, werd wangslijmvlies bij hen afgenomen. Wangslijmvliescellen zijn gemakkelijk met een wattenstaafje te verzamelen. Ook bij Mariekes moeder en broertje, die niet dyslectisch zijn, werd wangslijmvlies afgenomen. Hun DNA werd geanalyseerd en vergeleken met dat van Marieke en haar vader.
Daarnaast werden overeenkomsten gezocht tussen het DNA van Marieke en het DNA van andere personen met dyslexie die aan het onderzoek meededen. Dit leidde tot de identificatie van verschillende genen die een rol spelen bij het ontstaan van dyslexie.
Door welke eigenschap kunnen wangslijmvliescellen voor dit onderzoek gebruikt worden?
Wangslijmvliescellen bevatten dezelfde erfelijke informatie als alle
andere lichaamscellen.
Wangslijmvliescellen hebben een kern die goed zichtbaar is met een microscoop.
Wangslijmvliescellen kunnen nog delen, waardoor de chromosomen
zichtbaar gemaakt kunnen worden.
Wangslijmvliescellen zijn groot en bevatten daarom meer DNA dan andere cellen.
Geen BiNaS vraag, maar wel belangrijk !
Marieke heeft dyslexie. Haar vader ook, maar haar moeder en broertje niet. Het hele gezin werkt mee aan een wetenschappelijk onderzoek naar de erfelijkheid van dyslexie. Daarvoor wordt wangslijmvlies van alle familieleden afgenomen.
Waarnaar gaan onderzoekers in cellen van het wangslijmvlies op zoek?
naar allelen die bij Marieke en haar vader voorkomen, maar niet bij haar moeder en broertje
naar chromosomen die bij Marieke en haar vader voorkomen, maar niet bij haar moeder en broertje
naar fenotypen die bij Marieke en haar vader voorkomen, maar niet bij haar moeder en broertje
Geen BiNaS vraag, maar wel belangrijk !!!
Uit het onderzoek bleek dat er niet één erfelijke oorzaak voor dyslexie is, maar dat dyslexie ontstaat door een combinatie van afwijkingen op verschillende chromosomen.
Eén van de geïdentificeerde genen is X-chromosomaal en de variant van dit gen die bijdraagt aan dyslexie is recessief.
Wat is hiervan het gevolg?
Dyslexie komt meer voor bij jongens dan bij meisjes.
Dyslexie komt meer voor bij meisjes dan bij jongens.
Er is een grotere kans dat een moeder dyslexie doorgeeft aan haar dochter dan aan haar zoon.
Er is een grotere kans dat een vader dyslexie doorgeeft aan zijn zoon dan aan zijn dochter.
Geen BiNaS vraag, maar wel belangrijk !!!
Een aantal van de genen die bij dyslexie betrokken zijn, blijkt actief te zijn in zenuwcellen tijdens de ontwikkeling van de hersenen. Deze genen blijken een rol te spelen bij het maken van verbindingen tussen verschillende hersengebieden.
Wat is onderzocht om deze conclusie te kunnen trekken?
de genetische code van de zenuwcellen
de genexpressie in de zenuwcellen
de genfrequentie in de zenuwcellen
het genotype van de zenuwcellen
De darmbacteriën scheiden enzymen uit die extracellulair grote organische moleculen afbreken tot kleinere opneembare moleculen. Ook bij de mens treedt extracellulaire vertering op.
Hieronder staan steeds voorbeelden van een enzym, de klier waar dit enzym geproduceerd wordt en een beschrijving wat dit enzym bewerkstelligt.
Welke van onderstaande beschrijvingen is NIET juist?
Maltase, geproduceerd in de enzymproducerende darmcellen, zet maltose om in glucose
Amylase, geproduceerd in de speekselklieren, zet zetmeel om in maltose
Nucleasen, geproduceerd in de alvleesklier, zet DNA om in nucleotiden
Peptase, geproduceerd in de maagsapklieren, zet eiwitten om in tryptase
Lactase, geproduceerd in de enzymproducerende darmcellen, zet lactose om in glucose
Vertering van cellulose uit de vezels van het zeewier door de darmbacterie levert bruikbare voedingstoffen op voor de gastheer.
Welke voedingstoffen zijn dit?
mineralen
monosachariden
nucleotiden
vitaminen
Tjeerd de Faber, kinderoogarts van het Oogziekenhuis Rotterdam, legt uit: “Je hebt drie dingen nodig voor pretoogjes: een kleine lidspleet (de ruimte tussen het bovenste en onderste ooglid), een wijde pupil en ophoping van traanvocht. (afbeelding 1)
Als je pret hebt, wordt de lidspleet kleiner doordat je de oogleden naar elkaar toetrekt. Normaal is de ruimte tussen de oogleden rond de tien millimeter. Bij pret verkleint die tot zo’n zeven millimeter.
De pupilgrootte wisselt voortdurend. Vrouwen gebruikten in de 19de eeuw al het plantaardige middel atropine om hun pupillen groter te maken.
Dan de derde factor: door het samenknijpen van de oogleden ontstaat er een ophoping van traanvocht.” Pretoogjes ontstaan als reactie op een plezierige waarneming, bijvoorbeeld als iemand iets grappigs ziet. Diverse cellen worden dan geactiveerd. Voorbeelden van celtypen en celonderdelen zijn:
1 kegeltjes
2 uitlopers van motorische zenuwcellen
3 opperhuidcellen van het ooglid
4 schakelcellen
5 uitlopers in een sensorische zenuw
6 spiercellen
Welke van deze worden dan geactiveerd en in welke volgorde?
1 - 2 - 4 - 5 - 6
1 - 5 - 4 - 2 - 6
3 - 2 - 4 - 5 - 6
3 - 5 - 4 - 2 - 6
Het traanvocht speelt een belangrijke rol bij het beschermen van het oog tegen infecties met bacteriën. Door knipperen wordt het traanvocht regelmatig over de harde oogrok en het hoornvlies verspreid. Naast water bevat het traanvocht ook andere anorganische bestanddelen, antistoffen en lysozym. Dit lysozym is in staat om de celwanden van bacteriën af te breken.
Het traanvocht speelt een rol bij de aspecifieke en specifieke afweer tegen besmetting met ziekteverwekkers.
- Uit welk gegeven uit de tekst blijkt dat er sprake is van aspecifieke afweer?
- Uit welk gegeven uit de tekst blijkt dat er sprake is van specifieke afweer?
aspecifiek = lysozym ; specifiek = antistoffen
aspecifiek = antistoffen ; specifiek = lysozym
aspecifiek = celwanden ; specifiek = bacteriën
aspecifiek = knipperen ; specifiek = antistoffen
aspecifiek = bacteriën ; specifiek = antistoffen
Als Freek ’s avonds veel bier drinkt, merkt hij dat hij veel moet plassen en ’s morgens een droge mond heeft. Dat komt doordat alcohol de urineproductie verhoogt.
Welke verklaring hiervoor is juist?
Alcohol remt de hypofyse waardoor minder ADH wordt afgegeven.
Alcohol remt de ultrafiltratie in de kapsels van Bowman.
Alcohol stimuleert de hypofyse waardoor meer ADH wordt afgegeven.
Alcohol stimuleert de waterresorptie in de nierbuisjes.
Freek besluit om geen alcohol meer te drinken. Daardoor kan hij ook zijn vrienden veilig naar huis brengen. Alcoholgebruik in het verkeer veroorzaakt veel dodelijke slachtoffers. Door een vertraagde reactiesnelheid en een verstoorde motoriek is een persoon die alcohol gedronken heeft, niet in staat om veilig aan het verkeer deel te nemen. Met een blaastest wordt bepaald of iemand te veel alcohol in zijn bloed heeft. Soms wordt een aangehouden persoon gevraagd over een rechte lijn te lopen.
In afbeelding 2 zijn drie delen van de hersenen met nummers aangegeven. Een dronken persoon kan niet goed over een rechte lijn lopen.
Met welk nummer wordt het deel van de hersenen aangegeven dat dan niet goed werkt?
1
2
3
De blaastest meet de hoeveelheid alcohol die vanuit de longen in de uitgeademde lucht terechtkomt. Een aantal bloedvaten in alfabetische volgorde is: aorta, bovenste holle
ader, halsslagader, longader, longslagader en onderste holle ader.
Een molecuul alcohol wordt vanuit de maag in het bloed opgenomen.
Door welke bloedvaten is dit molecuul alcohol in elk geval gekomen als het door een blaastest wordt gemeten?
bovenste holle ader, longslagader
aorta, longader, longslagader
onderste holle ader, longslagader
bovenste holle ader, onderste holle ader, longader
onderste holle ader, longader
De Biobag is een zak waarin uit organisch afval biogas gemaakt wordt met behulp van micro-organismen. Met dit biogas kunnen mensen koken. De Biobag verkleint op deze manier zowel de houtkap als de afvalberg. Guatemala is een land in Midden-Amerika, waar een groot deel van de Indiaanse bevolking zijn brood verdient met landbouw. Zoals in meerdere tropische gebieden gaat dit ten koste van regenwouden. Doordat landbouwgronden uitgeput raken, worden bomen gekapt om nieuw akkerland te winnen. Door introductie en gebruik van de Biobag wordt afval vergist. De vrijgekomen mineralen kunnen weer gebruikt worden als mest voor de uitgeputte landbouwgronden. Het geproduceerde biogas kan worden gebruikt om op te koken. Hiervoor wordt nu voornamelijk gekapt hout gebruikt.
In de Biobag worden anaerobe bacteriën gebruikt om het afval af te breken.
Na het omzetten van het organisch afval door de bacteriën bevat het restproduct voornamelijk ammonium. In de bodem wordt ammonium omgezet in nitriet en nitraat.
Waardoor ontstaat er in de Biobag ammonium en geen nitriet of nitraat?
In de biobag bevinden zich aerobe bacteriën, dus geen zuurstof. Voor de vorming van nitriet en nitraat uit ammonium is zuurstof nodig.
In de biobag bevinden zich aerobe bacteriën, dus zuurstof. Voor de vorming van nitriet en nitraat uit ammonium is zuurstof nodig en dat wordt al door de bacteriën gebruikt.
In de biobag bevinden zich anaerobe bacteriën, dus geen zuurstof. Voor de vorming van nitriet en nitraat uit ammonium is zuurstof nodig.
In de biobag bevinden zich anaerobe bacteriën, dus zuurstof. Voor de vorming van nitriet en nitraat uit ammonium is zuurstof nodig en dat wordt al door de bacteriën gebruikt.
De Biobag kan gevuld worden met zeer verschillend organisch afval: mest, stro, gras en zelfs slachtafval of kadavers (dode dieren). De leerlingen die de Biobag onderzochten, ontdekten dat een te lage koolstof/stikstof (C/N) verhouding de productie van biogas remt. Zonder stikstof werkte de Biobag niet. De leerlingen kwamen uit op een optimale verhouding tussen
C en N van 30:1.
Welk van de volgende producten moet aan de Biobag worden toegevoegd als er verhoudingsgewijs te veel stikstof aanwezig is?
kadavers
slachtafval
stro
urine
Planten gebruiken fosfaten voor het maken van organische verbindingen.
Voor het maken van welke organische verbindingen is fosfaat noodzakelijk als bouwstof?
alleen aminozuren
alleen chlorofyl
alleen DNA
alleen DNA en chlorofyl
alleen aminozuren en DNA
Welk van de onderstaande stoffen is anorganisch?
galactose
chlorophyl
fosfolipide
methionine (aminozuur)
zuurstof
Bij welke temperatuur vindt de denaturatie (scheiden van de DNA strengen) plaats bij PCR-methode (Polymerase kettingreactie)?
40oC
60oC
72oC
94oC
Wat gebeurt er tijdens de S-fase van de celcyclus?
mitose (celdeling)
plasmagroei
DNA-replicatie (verdubbeling)
splitsing van chromosomen
Welk van onderstaande virussen is een RNA virus?
papovavirus
adenovirus
influenzavirus
herpesvirus
Welk onderdeel van een virus bestaat uit capsides?
DNA
eiwitmantel
cytoplasma
RNA
Van welk rijk zijn de cellen gemiddeld het kleinst?
planten
dieren
schimmels
bacteriën
Welk van onderstaande dierlijke weefsels is een steunweefsel?
gelaagd plaveiselepitheel
glad spierweefsel
kraakbeenweefsel
spierweefsel
Welk enzym speelt GEEN rol bij de vertering van eiwitten?
peptase
tryptase
chymotrypsine
maltase
Welk spijsverteringssap heeft een pH tussen de 7,5 en 8,0?
speeksel
alvleessap
dunnedarmsap
dikkedarmsap
Wat wordt bedoeld met de systolische en diastolische druk?
Dit heeft te maken met de bloeddruk: systolische druk is de bovendruk, diastolisch is de onderdruk
Dit heeft te maken met de hartslag: systolische druk wordt gemeten bij snelle hartslag, diastolische bij langzame hartslag
Dit heeft te maken met de bloeddruk: diastolische druk is de bovendruk, systolische is de onderdruk
Dit heeft te maken met de hartslag: diastolische druk wordt gemeten bij snelle hartslag, systolische bij langzame hartslag
Welk percentage van het bloed bestaat uit vaste bestanddelen?
12-17%
22-27%
32-37%
42-47 %
Waar is de concentratie chloride (in %) het hoogst?
bloedplasma
voorurine
urine
Wat gebeurt er tijdens de depolarisatie in een zenuwceluitloper?
er gaat Na+ de cel in
er gaat Na+ de cel uit
er gaat K+ de cel in
er gaat K+ de cel uit
Wat wordt verklaard met de endosymbiosetheorie van Margulis?
hoe eukaryoten zijn ontstaan uit prokaryoten
hoe prokaryoten zijn ontstaan uit eukaryoten
dat het eerste leven bestond uit eukaryotische cellen
dat het eerste leven is ontstaan uit fototrofe prokaryoten
