wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

permanent toets

Total questions: 35

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

wat meet je met de haarmicrometer

a)

haarvorm

b)

krulsterkte

c)

haarschubben

d)

haar lengte

2.

welke permanentvloeistoffen bestaan er?

a)

6.1,....6.2,....6.3

b)

goud,koper,rood

c)

forte,normaal,gevoelig,soft

3.

wanneer gebruik je een diabolische wikkel

a)

in kort haar

b)

half lang haar

c)

lang haar

4.

milde permanentvloeistof nummer 2 gebruik je bij

a)

gevoelig,poreus haar

b)

normaal haar

c)

hard haar

d)

gesloten haar

5.

welke gezichtsvorm is de ideale?

a)

rond

b)

hartvormig

c)

peervormig

d)

ovaal

6.

zoek twee bestanddelen uit permanentvloeistof

a)

schubbenlaag,thioglycolzuur

b)

thioglycolzuur,vezellaag

c)

bufferstof,merg

d)

ammoniak,thioglycoolzuur

7.

wat zorgt dat de haarschubben gaan openstaan/zwellen?

a)

ammoniak

b)

cosmetische shampoo

c)

zure conditioner

8.

wat zorgt dat de PH-waarde van de vloeistof gelijk blijft?

a)

ammoniak

b)

waterstofperioxide

c)

bufferstof

9.

als je rond haar hebt is het haar...............

a)

moeilijk te permanenten

b)

makkelijk te permanenten

c)

niet te permanenten

10.

een haar is 0.06 mm dik dan heeft iemand

a)

dun haar

b)

dik haar

c)

normaal haar

11.

bij natuurlijk golvend haar gebruik je een

a)

kleinere wikkel

b)

grotere wikkel

c)

normale wikkel

12.

welke bruggen verbreek je voor de permanent

a)

zoutbruggen

b)

waterstofbruggen

c)

zwavelbruggen

13.

een contra-indicatie betekend

a)

niet permanenten

b)

grove permanent

c)

permanenten met een milde vloeistof

14.

als je band of plat haar hebt dan is het haar

a)

makkelijk te permanenten

b)

zeer moeilijk te permanenten

c)

van nature gekruld

15.

de permanentvloeistof verandert de structuur in

a)

de haarschubben

b)

de merg

c)

de vezellaag

16.

voor het permanenten gebruik je

a)

een conditioner

b)

een zwak-zure shampoo

c)

een neutrale shampoo

17.

waarvoor gebruik je steunstaafjes?

a)

om te voorkomen dat het elastiekje het haar afknelt

b)

om de spanning op het haar te versterken

c)

om natuurlijke krullen te maken

18.

als je natuurlijke en losse krullen wilt gebruik je

a)

shapers

b)

cronische wikkels

c)

spiraalwikkels

19.

bij welk wikkelpatroon wikkel je vak 8 naar voren

a)

9-vaks

b)

bouwsteensgewijs

c)

waaier

20.

wat gebeurd er als je de stabilisatievloeistof niet goed uitspoelt

a)

blijven er zuren achter

b)

blijven er zouten achter

c)

blijven er zoeten achter

21.

wat opent de haarschubben in permanentvloeistof

a)

waterstof

b)

zuurstof

c)

ammoniak

22.

met welke drie technische aspecten hou je rekening voordat je gaat permanenten

a)

krulsterkte,haarlengte,haarvorm

b)

haarkleur,krulsterkte

c)

wens van de klant

23.

waarvoor gebruik je een bakje of mengflacon tijdens het permanenten?

a)

voor de permanentvloeistof

b)

voor de stabilisatievloeistof

c)

voor de watersofperioxide

24.

hoe vaak breng je stabilisatievloeistof aan?

a)

één keer

b)

twee keer

c)

drie keer

25.

wat doe je met fixeren?

a)

zwavelbruggen herstellen

b)

haar neutraliseren

c)

krul vergroten

26.

wat doet het zuur in de stabilisatievloeistof?

a)

zwavelbruggen verbreken

b)

sluit de haarschubben (haar neutraliseren)

c)

vezellag herstellen

27.

met de stabilisatievloeistof ga je het haar?

a)

alléén fixeren

b)

alléén neutraliseren

c)

fixeren en neutraliseren

28.

hoe breng je permanentvloeistof op?

a)

druppelsgewijs

b)

schuimend

c)

spuitend

29.

welke warmtebron wordt het méést gebruikt tijdens het permanent proces?

a)

droogkap

b)

lichaamswarmte

c)

föhn

30.

hoeveel procent van de zwavelbruggen worden er verbroken tijdens de posetijd?

a)

5%

b)

10%

c)

20%

d)

30%

31.

als de thioglycolzuur waterstofatomen afgeeft en de zwavelbruggen verbreekt noem je dat?

a)

reduceren

b)

oxideren

c)

acclimatiseren

32.

hoe noem je de inwerktijd van permanentvloeistof?

a)

inwerktijd

b)

ammoniaktijd

c)

posetijd

33.

waarom ga je de haarschubben sluiten?

a)

om de zwavelbruggen te verbreken

b)

om het haar te laten glanzen

c)

om de ammoniak uit het haar te halen

34.

heb je geleerd voor deze toets?

a)

nee

b)

ja

35.

als de posetijd voorbij is ga je het haar?

a)

stabiliseren

b)

afdrogen

c)

het haar spoelen met water