NEW
Font size
WorksheetsBlok 4 V2
Total questions: 14
Worksheet time: 7mins
Een bijzin is:
In de bijzin staan onderwerp en persoonsvorm naast elkaar. Er passen geen andere woorden tussen.
Een bijzin herhaalt de hoofdzin in andere woorden.
Een bijzin is een zin die deel uitmaakt van de hoofdzin. In de bijzin staan onderwerp en persoonsvorm vaak ver uit elkaar, er passen dus wel andere woorden tussen het onderwerp en de persoonsvorm.
Een bijzin is net zo belangrijk als de hoofdzin.
Nevenschikkende voegwoorden verbinden:
twee hoofdzinnen
twee bijzinnen
een hoofdzin en een bijzin
twee hoofdzinnen of twee bijzinnen
Hij heeft begrepen dat ik gisteren een standje heb gekregen. De hoofdzin is:
Hij heeft begrepen
dat ik heb gekregen
dat ik gisteren een standje heb gekregen
Hij heeft niet begrepen
Voorbeelden van nevenschikkende voegwoorden zijn:
omdat, doordat, voordat, of
en, maar, want, of
aangezien, hoewel, indien, mits, tenzij, terwijl
toen, ofschoon, zodra
Een samengestelde zin:
heeft een persoonsvorm
heeft meer dan een persoonsvorm
heeft meer dan een persoonsvorm, maar heeft altijd een hoofdzin
heeft meer dan een persoonsvorm en heeft niet altijd een hoofdzin
Om te testen of een gedeelte van een zin met een persoonsvorm een hoofd- of bijzin is:
Kijk je of je woorden tussen het onderwerp en de pv kunt krijgen. Kan dat niet? Dan heb je te maken met een bijzin.
Kijk je of je woorden tussen het onderwerp en de pv kunt krijgen. Kan dat niet? Dan heb je te maken met een hoofdzin.
Kijk je of je woorden tussen het onderwerp en de pv kunt krijgen. Kan dat? Dan heb je te maken met een hoofdzin.
De hoofdregel is dat je in samenstellingen:
een tussen-n schrijft
geen tussen-n schrijft
Correcte samenstellingen zijn:
roggenbrood, etagenwoning, lindenbloesem
roggebrood, etagewoning, lindenbloesem
roggenbrood, etagewoning, lindebloesem
roggebrood, etagewoning, lindebloesem
Correct is:
basis- en middelbare school
basis en middelbare- school
middelbare- en basisschool
basis en middelbare school
Correct is de plaatsing van de apostrof in:
Lars' plan, s' avonds, dv'dtje
Lars's plan, 's avonds, dv'dtje
Lars' plan, 's avonds, dvd'tje
Lars plan, s avond's, d'vdtje
ongeveer
vanwaar
circa
incidenteel
intentie
Hoe schrijf je:
dode hoekspiegel
dodehoek spiegel
dode hoek spiegel
dodehoekspiegel
Als een huis vlak naast een snelweg staat, zal een makelaar die het huis wil verkopen, opmerken:
... in de buurt van in- en uitvalswegen
... ongeschikt voor bewoners met gevoelige oortjes
... geschikt feestbeesten
... prijs is onderhandelbaar
Voorbeelden van signaalwoorden:
die, deze, dat
zoals die, zo'n, hiervan
en, maar, want, toch, vooralsnog
maar, ten eerste, ten tweede, verder, daarnaast, toch
