wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat thema 7 groep 6

Total questions: 40

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Een redacteur is ..?

a)

Iemand die teksten mooi een leesbaar maakt

b)

Iemand die teksten nakijkt en verbetert

c)

Iemand die iets op papier drukt

2.

De vormgever is...?

a)

Iemand die teksten nakijkt en verbetert

b)

Iemand die een tekst mooi en leesbaar maakt

c)

Iemand die teksten drukt

3.

Ik raad dit af! betekent..

a)

Ik vind het niet goed!

b)

Ik vind het leuk!

c)

Ik vind het goed!

d)

Ik wil dit niet doen!

4.

Ik kan je die vakantie naar Ibiza echt aanbevelen.. betekent?

a)

Jij moet ook echt op vakantie naar Ibiza gaan

b)

Ik zou echt niet naar Ibiza gaan

5.

De belevenis is..?

a)

Iets stom meemaken

b)

Iets spannends meemaken

c)

Iets vervelends meemaken

6.

Dat antwoord is niet geloofwaardig betekent?

a)

Dit antwoord geloof ik wel

b)

Dit antwoord geloof ik niet

c)

Ik vind dit antwoord stom

d)

Jouw antwoord is raar

7.

Romulus en Remus stichtten Rome betekent..?

a)

Romulus sticht Remus en Rome

b)

Romulus en Remus gingen naar Rome

c)

Romulus en Remus hebben Rome laten ontstaan

8.

De mooie vakantie voldeed aan onze verwachtingen betekent..?

a)

De vakantie was stom

b)

Ik dacht dat de vakantie leuk zou zijn en dat was het ook

c)

Ik vond de vakantie wel okay

9.

Tamara kon haar boosheid niet bedwingen. Wat deed ze toen?

a)

Ze ging met spullen gooien

b)

Ze zong een liedje

c)

Ze kreeg een complimentje

d)

Ze probeerde het goed te maken

10.

Ik ben lang van stof..

a)

Ik praat heel veel

b)

Ik praat heel weinig

c)

Ik vertel nooit uitgebreid

11.

In welke afbeelding zie je een oorkonde?

a)
b)
c)
12.

In welke afbeelding zie je een onderscheiding?

a)
b)
c)
13.

In welke afbeelding zie je een lintje?

a)
b)
c)
14.

In welke afbeelding zie je uitjouwen?

a)
b)
c)
d)
15.

In welke afbeelding zie je toejuichen?

a)
b)
c)
d)
16.

'Ik sta in lichte laaie' betekent?

a)

Ik sta in brand

b)

Ik heb het warm

c)

Ik sta in het licht

17.

Wat is een catastrofe?

a)

Een held

b)

Een kat

c)

Een ramp

d)

Iets om te eten

18.

Wat is een ander woord voor 'de rust herstellen'?

a)

Opgelucht zijn

b)

Rustig maken

c)

Aardig doen

d)

Kalmeren

19.

Wat doe je als je iets gaat vermelden?

a)

Je gaat iets zeggen of opschrijven

b)

Je gaat je aanmelden

c)

Je gaat eten

d)

Je gaat melden dat je ver weg gaat

20.

Wie is onverschrokken?

a)
b)
21.

Een freule is een?

a)

een vrouw van de koning

b)

een vrouw van adel

c)

een vrouw die vrolijk is

d)

een godin

22.

Welk plaatje hoort bij het woord 'verbruien'?

a)
b)
23.

Wat betekent 'hij valt in de smaak'?

a)

Ik vind hem niet leuk

b)

Ik vind hem heel stom

c)

Ik vind hem leuk

d)

Ik vind hem mwah

24.

Waar zie je een digibeet?

a)
b)
25.

Welk plaatje hoort bij treffen?

a)
b)
26.

Wat is zeker een smoes?

a)

Ik was te laat, want de wekker ging niet af

b)

Ik was te laat, want de accu van de auto was leeg dus hij startte niet

c)

Ik was te laat, want er liep een krokodil over het tuinpad

d)

Ik was te vroeg, want ik had snel gegeten

27.

Bij welk voorbeeld wordt er geselecteerd?

a)

Ik heb drie favoriete gerechten, ohnee vier, ohnee acht.

b)

Ik eet veel dingen graag

c)

Ik vind veel dingen lekker, maar ik hou vooral van pizza en pasta

28.

Waar zie je een kombuis?

a)
b)
c)
29.

Waar zie je het ruim van het schip?

a)
b)
c)
30.

Waar zie je de kajuit?

a)
b)
c)
31.

'Het schip is vergaan' betekent?

a)

Het schip is gezonken

b)

Het schip is ver weg gegaan

32.

Waar zie je een scheepsramp?

a)
b)
33.

Waar zie je een schipbreukeling?

a)
b)
34.

Waar zie je een verstekeling?

a)
b)
35.

Waar zie je een vlot?

a)
b)
36.

Waar zie je de sleep?

a)
b)
37.

Ik heb hier heel hard voor geploegd, betekent?

a)

Ik heb er niet mijn best voor gedaan

b)

Ik heb er erg mijn best voor gedaan

38.

Wie boort er met zijn ogen?

a)
b)
39.

Bij welk voorbeeld past 'oefening baart kunst'?

a)

Het lukt me niet, dus ik stop met oefenen

b)

Ik blijf proberen, zodat ik het hopelijk ooit heel goed kan

c)

Ik oefen met het maken van kunst

40.

Wat is een clou?

a)

Een grappig einde van een verhaal of mop

b)

Een verdrietig einde van een verhaal of mop

c)

Een stom einde van een verhaal of mop

d)

Een raar einde van een verhaal of mop