Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets hf. 4,5 3GT

Total questions: 31

Worksheet time: 1hrs 2mins

Name
Class
Date
1.

Harry Potter is...

a)

realistische fictie

b)

niet- realistische fictie

c)

realistische non-fictie

d)

niet-realistische non-fictie

2.

Waar kun je de hoofdgedachte van een tekst meestal vinden?

a)

In de inleiding

b)

in de kern

c)

in het slot

d)

in de inleiding en het slot

3.
Dit is zijn verhaal.
a)
Persoonlijk voornaamwoord
b)
Bezittelijk voornaamwoord
c)
Aanwijzend voornaamwoord
d)
Vragend voornaamwoord
4.

Wat is de betekenis van fossiel?

a)

Als iets erg oud is

b)

Uit planten- en dierenresten

c)

Als iets al heel lang zo is

5.
Ik heb haar nog niet gezien vandaag.
a)
Persoonlijk voornaamwoord
b)
Bezittelijk voornaamwoord
c)
Aanwijzend voornaamwoord
d)
Vragend voornaamwoord
6.

Vul het juiste woord in: We hebben een ... aantal kilometers gereden.

a)

ecologisch

b)

permanent

c)

gelimiteerd

d)

gerealiseerd

7.

Vind je deze broek leuker dan die daar?

a)

Persoonlijk voornaamwoord

b)

Bezittelijk voornaamwoord

c)

Aanwijzend voornaamwoord

d)

Vragend voornaamwoord

8.

Wat is een afleiding?

a)

Een bestaand woord met een voor- of achtervoegsel

b)

Een nieuw woord

c)

Een bestaand woord met een voorvoegsel

d)

Een bestaand woord met een achtervoegsel

9.
Help je je broer even?
a)
Persoonlijk voornaamwoord
b)
Bezittelijk voornaamwoord
c)
Aanwijzend voornaamwoord
d)
Vragend voornaamwoord
10.
Omdat hij alles verander... heeft, begrijp ik er niets meer van.
a)
d
b)
t
c)
dt
11.

Welk zelfstandig naamwoord hoort bij het werkwoord realiseren

a)

realiseer

b)

realisatie

c)

realiseert

d)

realisering

12.
Wie heb jij afgelopen zomer het meest gemist?
a)
Persoonlijk voornamwoord
b)
Bezittelijk voornaamwoord
c)
Aanwijzend voornaamwoord
d)
Vragend voornaamwoord
13.
Juf zei dat we onze boeken moesten pakken.
Wel/niet samengesteld?
a)
wel
b)
niet
14.
Omdat mijn band lek was, moest ik weer terug naar school.
Wel/niet samengesteld?
a)
wel
b)
niet
15.
Ieder jaar gaan in de zomer veel Nederlanders naar Spanje. 
Wel/niet samengesteld?
a)
wel
b)
niet
16.

Welke bewering is niet waar:

a)

Samengestelde zinnen hebben meer dan 1 persoonsvorm.

b)

Samengestelde zinnen hebben meer den 1 onderwerp.

c)

Samengestelde zinnen zijn zinnen waar je de vraagproef niet op kunt toepassen.

d)

Samengestelde zinnen bevatten woorden als: kastdeurtje, koelkast, hoofddeksel, Koninginnedag.

17.

Wat is een synoniem?

a)

Hetzelfde woord met een andere betekenis

b)

Een ander woord met dezelfde betekenis

c)

Een woord met een tegengestelde betekenis

18.

Een hoofdzin is een zin:

a)

Waar onderwerp en persoonsvorm naast elkaar staan en ook niet uit elkaar komen te staan als je er zelf bijwoordelijke bepalingen aan toevoegt (zoals: niet), bijvoorbeeld: Ik sta hier goed.

b)

Het deel van de zin dat voor het voorwoord staat.

c)

Het deel van de zin dat na het voegwoord staat.

d)

De zin die iets zegt over de andere zin in de samengestelde zin.

19.

Een bijzin is:

a)

Het deel van de samengestelde zin dat na het voegwoord staat.

b)

Het belangrijkste deel van de samengestelde zin.

c)

Een deel van een samengestelde zin waarin onderwerp en persoonsvorm niet noodzakelijk naast elkaar staan. Deze zin zegt iets over de hoofdzin.

20.

Het oude strandhuisje bij Zoutelande is door de storm verwoest, waardoor de huurders er niet meer kunnen verblijven.

a)

hoofdzin + hoofdzin

b)

bijzin + bijzin

c)

bijzin + hoofdzin

d)

hoofdzin + bijzin

21.

Wat gebeurt er als je in een geleide samenvatting over het aantal woorden gaat?

a)

Niets

b)

Per 10 woorden gaat er een punt vanaf

c)

per woord gaat er een punt vanaf

22.

Geef aan waar of niet waar. Bij een geleide samenvatting krijg je altijd van tevoren een lijstje met belangrijke onderwerpen die erin moeten staan.

a)

Waar

b)

Niet waar

23.

Wat is een homoniem?

a)

Hetzelfde woord met een andere betekenis

b)

Een ander woord met dezelfde betekenis

c)

Een woord met een tegengestelde betekenis

24.
De ... (redden) man werd door de ambulance afgevoerd.
a)
redden
b)
geredde
c)
reddende
d)
gerede
25.
Als u uw verhaald vertel.. heeft, zullen wij direct beslissen of die leerling ook zal worden gestraf..
a)
d-d
b)
d-t
c)
t-t
d)
t-d
26.
Vul de persoonsvorm tegenwoordige tijd in (PVTT).(braden) .............. jij alvast de hamburgers?
a)
braai
b)
braadt
c)
braad
d)
berad
27.

Wat is een antoniem?

a)

Hetzelfde woord met een andere betekenis

b)

Een ander woord met dezelfde betekenis

c)

Woorden met een tegengestelde betekenis

28.

vt: Moet je een 't' schrijven als de laatste letter niet in ''t kofschip' zit?

a)

Ja

b)

Nee

29.
Men ... (vermoeden) dat het morgen allemaal anders zal zijn.
a)
vermoedde
b)
vermoed
c)
vermoedt
d)
vermoeden
30.
Het ... (verbranden) huis was helemaal vernietigd.
a)
verbrande
b)
verbrandde
c)
verbranden
d)
verbrandte
31.
Als u verstandig bent, aanvaar... u het risico.  
a)
d
b)
dt
c)
t