wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 kader hoofdstuk 8 licht paragraaf 4

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Ieder voorwerp om je heen zendt ir-straling uit. Het ene voorwerp meer dan het andere. Welke zend het meeste ir-straling uit?

a)

glas ijswater

b)

glas kraanwater

c)

glas hete thee

2.

Een warmtelamp heeft zijn eigen kleurenspectrum. Als je een thermometer langs dit spectrum beweegt, verandert de temperatuur met de kleur van het licht. In welke kleur zal de thermometer de hoogste temperatuur aangeven?

a)

vlak voor het rood

b)

in het rood

c)

in het violet

d)

net voorbij het violet

3.

Warmtelampen worden gebruikt om pasgeboren dieren warm te houden. De dieren blijven vooral warm door .....

a)

de straling

b)

het licht

4.

Er liggen twee identieke voorwerpen op een tafel. Voorwerp 1 heeft een temperatuur van 20 graden, voorwerp 2 heeft een temperatuur van 80 graden. Wat is waar?

a)

voorwerp 1 zendt de meeste infrarode straling uit

b)

voorwerp 2 zendt de meeste infrarode straling uit

c)

beide voorwerpen zenden evenveel infrarode straling uit

d)

geen van beide voorwerpen zenden infrarode straling uit

5.

1 Infrarood licht zit in het spectrum naast violet licht.

2 Infrarode straling is warmtestraling. Welke bewering(en) is of zijn juist?

a)

beide beweringen zijn juist

b)

alleen bewering 1 is juist

c)

alleen bewering 2 is juist

d)

beide beweringen zijn onjuist

6.

Waarvoor kun je een ir-lamp gebruiken? Kies twee antwoorden.

a)

om een parkeerplaats te verlichten

b)

om je huid bruiner te laten worden

c)

om een terras te verwarmen

d)

om jonge kuikens warm te houden

7.

In welk voorbeeld wordt GEEN infraroodstraling gebruikt?

a)

het leger gebruikt nachtkijkers om 's nachts mensen en dieren te zien

b)

een sensor activeert een buitenlamp als iemand voorbij loopt

c)

het licht in de koelkast gaat uit als de deur dicht is

d)

je bent aan het zappen met de afstandsbediening van de tv

8.

Een ratelslang kan infrarode straling zien.

Daardoor ziet een ratelslang een muis ......

het best.

a)

overdag

b)

's nachts

9.

In welk voorbeeld wordt infraroodstraling gebruikt?

a)

een zonnebank

b)

de magnetron

c)

winkeldeuren die openen als je ervoor staat

d)

de politie die op snelheid controleert

10.

Als je bij zonnig weer gaat skiën, moet je je goed insmeren met zonnebrandcrème. Dat is nodig, omdat de sneeuw ultraviolette straling weerkaatst. Bovendien is de atmosfeer hoog in de bergen ........... en zal dus meer straling doorlaten.

a)

dikker

b)

dunner

11.

In de atmosfeer bevindt zich de ozonlaag. Wat doet deze luchtlaag?

a)

infrarood straling absorberen

b)

ultraviolet straling absorberen

c)

zichtbaar licht absorberen

d)

zichtbaar licht omzetten in warmte straling

12.

In een reageerbuisje zit een fluorescerende stof. Wanneer zal deze stof oplichten?

a)

als de stof verwarmd wordt

b)

als er infrarode straling opvalt

c)

als er ultraviolette straling opvalt

d)

als het donker wordt