Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

schooljaar 2018-2019

Total questions: 48

Worksheet time: 36mins

Name
Class
Date
1.

Invullen

a)

een kruis zetten

b)

schrijven op een lege plek

c)

de klusjesman op school

2.

Het cijfer

a)

het getal

b)

tellen

c)

de test

3.

kijken

a)

je oren gebruiken

b)

je neus gebruiken

c)

je ogen gebruiken

d)

je mond gebruiken

4.

Hoe laat is het op deze klok?

a)

1uur

b)

10 over 12

c)

kwart over 1

d)

2 uur

5.

Wat is tegenovergestelde woord van starten?

a)

beginnen

b)

stoppen

c)

vragen

6.

Wat zijn dit?

a)

de klokken

b)

de wijzers

c)

de vragen

d)

de tijden

7.

Wat staat er altijd achter een vraag?

a)

!

b)

.

c)

?

d)

,

8.

Wat is een werkwoord?

a)

de klok

b)

vragen

c)

de tijd

d)

de wijzer

9.

Wat is opsteken?

a)

omhoog houden

b)

beginnen

c)

starten

10.

dichtdoen =

a)

binnenkomen

b)

aanwijzen

c)

sluiten

11.
a)

leven

b)

lijken op elkaar

c)

zin hebben in

12.

de oefening=

a)

de toets

b)

de deur

c)

de opdracht

d)

de les

13.

Wat is het werkwoord in deze zin?

Het gezin woont in een huis.

a)

het gezin

b)

woont

c)

een huis

14.

Wat is dit?

a)

een vierkant

b)

een kruis

c)

een cirkel

15.

Een hond is een ............

a)

buurman

b)

huisdier

c)

familie

d)

groot

16.

het tegenovergestelde woord van schoon is ......

a)

vies

b)

klein

c)

dik

17.

niet stilstaan=

a)

uitzoeken

b)

opruimen

c)

bewegen

18.

Hoe maak je een vraagzin?

a)

wie + doet + waar?

b)

doet + wie + waar?

19.

een opa is ........

a)

oud

b)

jong

20.

Een vriendin is ...........

a)

Een jongen die je aardig vindt

b)

De zus van jouw vader of moeder

c)

Een meisje die je aardig vindt

d)

De broer van jouw vader of moeder

21.

Zij =

a)

de man

b)

de jongen

c)

de lerares

d)

de meester

22.

Hij =

a)

de zoon

b)

de tante

c)

de moeder

d)

de lerares

23.

Hoe maak je een goede zin?

a)

Wie/wat + waar + doet.

b)

Wie/wat + doet + waar.

c)

waar + wie/wat + doet.

24.

Hoe laat is het op deze klok?

a)

12 uur

b)

kwart voor 12

c)

half 1

d)

kwart over 12

25.

een kwartier is ...........

a)

10 minuten

b)

15 minuten

c)

60 minuten

d)

30 minuten

26.

het bestek =

a)

mes, vork en een bord

b)

mes, vork en een lepel

c)

mes, vork en kaas

27.

0,10 euro

a)

duur

b)

goedkoop

28.

een oven =

a)

maak je het eten in warm

b)

die brengt het eten rond

c)

maak je eten in koud

29.

Wie maakt het eten in een restaurant klaar?

a)

de ober

b)

de kok

c)

de kassa

30.

Wat is smeren?

a)

met een vork verdelen

b)

met een mes verdelen

c)

met een lepel verdelen

d)

warm maken in de oven

31.

Waar zie je een vraagzin?

a)

Ik loop naar het bos.

b)

Loop ik naar het bos?

32.

Wat is een zelfstandig naamwoord?

a)

de keuken

b)

drinken

c)

eten

d)

schillen

33.

eten in de ochtend =

a)

de lunch

b)

het diner

c)

het ontbijt

34.

Hoe laat is het?

a)

5 uur

b)

half 6

c)

half 5

35.

10.000.000 euro

a)

duur

b)

goedkoop

36.

Wat kun je schillen?

a)

een boterham

b)

de melk

c)

de appel

d)

het bord

37.

een schuur

a)

twee schuuren

b)

twee schuren

c)

twee schuurs

38.

Wat is dit?

a)

de enkel

b)

de kuit

c)

de pols

39.

Welk woord is een werkwoord?

a)

het lichaam

b)

niezen

c)

de vinger

40.

Wat kun je zeggen tegen iemand die ziek is?

a)

welterusten

b)

proficiat

c)

beterschap

41.

Wie?

a)

de telefoon

b)

de oma

c)

in de winkel

d)

gisteren

42.

De vrouw zit op de bank.

a)

Wanneer zit de vrouw?

b)

Waar zit de vrouw?

c)

Wie zit de vrouw?

d)

Wat zit de vrouw?

43.

D __________ K

a)

UI

b)

OE

c)

EU

d)

EI

44.

Wat is dit?

a)

De zolder

b)

De gargage

c)

De schoorsteen

45.

Waar?

a)

op school

b)

het meisje

c)

morgen

d)

de fiets

46.

Waar kun je post in doen?

a)

De garage

b)

De schoorsteen

c)

De brievenbus

47.

KR __________________S

a)

UI

b)

EU

c)

OE

d)

EI

48.

Hoe laat is het?

a)

kwart voor 12

b)

kwart voor 1

c)

kwart over 12

d)

kwart over 1