Worksheetsschooljaar 2018-2019
Total questions: 48
Worksheet time: 36mins
Invullen
een kruis zetten
schrijven op een lege plek
de klusjesman op school
Het cijfer
het getal
tellen
de test
kijken
je oren gebruiken
je neus gebruiken
je ogen gebruiken
je mond gebruiken
Hoe laat is het op deze klok?
1uur
10 over 12
kwart over 1
2 uur
Wat is tegenovergestelde woord van starten?
beginnen
stoppen
vragen
Wat zijn dit?
de klokken
de wijzers
de vragen
de tijden
Wat staat er altijd achter een vraag?
!
.
?
,
Wat is een werkwoord?
de klok
vragen
de tijd
de wijzer
Wat is opsteken?
omhoog houden
beginnen
starten
dichtdoen =
binnenkomen
aanwijzen
sluiten
leven
lijken op elkaar
zin hebben in
de oefening=
de toets
de deur
de opdracht
de les
Wat is het werkwoord in deze zin?
Het gezin woont in een huis.
het gezin
woont
een huis
Wat is dit?
een vierkant
een kruis
een cirkel
Een hond is een ............
buurman
huisdier
familie
groot
het tegenovergestelde woord van schoon is ......
vies
klein
dik
niet stilstaan=
uitzoeken
opruimen
bewegen
Hoe maak je een vraagzin?
wie + doet + waar?
doet + wie + waar?
een opa is ........
oud
jong
Een vriendin is ...........
Een jongen die je aardig vindt
De zus van jouw vader of moeder
Een meisje die je aardig vindt
De broer van jouw vader of moeder
Zij =
de man
de jongen
de lerares
de meester
Hij =
de zoon
de tante
de moeder
de lerares
Hoe maak je een goede zin?
Wie/wat + waar + doet.
Wie/wat + doet + waar.
waar + wie/wat + doet.
Hoe laat is het op deze klok?
12 uur
kwart voor 12
half 1
kwart over 12
een kwartier is ...........
10 minuten
15 minuten
60 minuten
30 minuten
het bestek =
mes, vork en een bord
mes, vork en een lepel
mes, vork en kaas
0,10 euro
duur
goedkoop
een oven =
maak je het eten in warm
die brengt het eten rond
maak je eten in koud
Wie maakt het eten in een restaurant klaar?
de ober
de kok
de kassa
Wat is smeren?
met een vork verdelen
met een mes verdelen
met een lepel verdelen
warm maken in de oven
Waar zie je een vraagzin?
Ik loop naar het bos.
Loop ik naar het bos?
Wat is een zelfstandig naamwoord?
de keuken
drinken
eten
schillen
eten in de ochtend =
de lunch
het diner
het ontbijt
Hoe laat is het?
5 uur
half 6
half 5
10.000.000 euro
duur
goedkoop
Wat kun je schillen?
een boterham
de melk
de appel
het bord
een schuur
twee schuuren
twee schuren
twee schuurs
Wat is dit?
de enkel
de kuit
de pols
Welk woord is een werkwoord?
het lichaam
niezen
de vinger
Wat kun je zeggen tegen iemand die ziek is?
welterusten
proficiat
beterschap
Wie?
de telefoon
de oma
in de winkel
gisteren
De vrouw zit op de bank.
Wanneer zit de vrouw?
Waar zit de vrouw?
Wie zit de vrouw?
Wat zit de vrouw?
D __________ K
UI
OE
EU
EI
Wat is dit?
De zolder
De gargage
De schoorsteen
Waar?
op school
het meisje
morgen
de fiets
Waar kun je post in doen?
De garage
De schoorsteen
De brievenbus
KR __________________S
UI
EU
OE
EI
Hoe laat is het?
kwart voor 12
kwart voor 1
kwart over 12
kwart over 1
